NaschriftRaúl Rivero (1945-2021)

Raúl Rivero (1945-2021), icoon van de Cubaanse taal, stierf waar hij niet wilde zijn

Raúl Rivero Beeld ANP / AFP
Raúl RiveroBeeld ANP / AFP
Edwin Koopman

“Dit vertel je tegen niemand.” Zo reageerde een zichtbaar geschrokken Raúl Rivero bij het zien van een schrijfmachine die vanuit Nederland communistisch Cuba was binnengesmokkeld. Het was eind jaren negentig. Voor Rivero, dichter en boegbeeld van de eerste generatie vrije journalisten in Cuba, was zo’n ding goud – maar ook gevaarlijk.

Rivero kende het communisme van binnenuit. Als vijftienjarige meldde hij zich als reservist ter bestrijding van de laatste verzetshaarden tegen Fidel Castro’s revolutie. Na zijn studie journalistiek werd hij groot bij de staatsmedia en correspondent in het voor Cuba cruciale Moskou; hij geloofde in de revolutie en schreef ervoor. Hij was redacteur bij de belangrijkste literaire tijdschriften, had hoge functies bij de officiële schrijversbond, werd discipel van Cuba’s literaire grootheid Nicolás Guillén en later zelf een van de belangrijkste Cubaanse dichters van zijn tijd. Hij won de grote Cubaanse literatuurprijzen en was kind aan huis bij Raúl Castro, verklaard liefhebber van zijn poëzie.

De breuk kwam begin jaren negentig. Nadat hij met negen andere intellectuelen Fidel Castro suggereerde meer vrijheid toe te staan, werd hij terstond tot dissident verklaard. Van de tien was Rivero de enige die bleef, als insiliado zoals hij het noemde, in plaats van exiliado. Laat de machthebbers maar weggaan; hij wilde in Cuba zijn, Calle Peñalver 466, vijfde verdieping zonder lift, met raam op het centrum, van waaruit hij met stijgende verbijstering de teloorgang van zijn land beschreef. In verslagen van hoog journalistiek niveau voor Cuba’s eerste onafhankelijke – en dus illegale – persbureau Cuba Press; en in zijn gedichten vol ironie, precies zoals hij sprak; met sarcasme en vileine humor.

In de gevangenis was hij ‘de dichter’

De censuur dwong Rivero – ‘El Gordo’, de Dikke, voor zijn vrienden – te publiceren in de media in Miami, beheerst door de haviken van de Cubaanse diaspora. Regelmatig viel de politie zijn huis binnen en nam alles mee: papier, schrijfmachines, telefoon, archief en niet zelden ook de journalist zelf. In de staatsboekwinkels bleven zijn dichtbundels over de liefde gewoon te koop, voor geëngageerde publicaties moest hij uitwijken naar Mexico en Spanje. En hij stopte met drinken toen Castro’s propagandamachine munt ging slaan uit zijn drankprobleem.

Tijdens een ongekende razzia in de Zwarte Lente van 2003 was Rivero de prominentste van de 75 journalisten en activisten die werden opgepakt. Hij kreeg twintig jaar cel wegens het oprichten van ‘een contrarevolutionaire groep’. “Niemand kan me dwingen mij een gangster of een misdadiger te voelen omdat ik de prijzen bekendmaak van levensmiddelen in Cuba,” schreef hij eerder. Medegevangenen spraken hem respectvol aan met ‘dichter’. Hij maakte sonnetten voor hen over de liefde en verloor 35 kilo. Na anderhalf jaar kwam hij voorwaardelijk vrij, maar de gevangenschap had hem gebroken. Samen met zijn eeuwige steun en toeverlaat Blanquita en hun geadopteerde dochter koos hij voor de ballingschap die hij nooit had gewild, hopend snel terug te keren naar een ander Cuba.

‘Ballingschap doodt alles’

Spanje ontving hem als een held, gaf hem een paspoort en literatuurprijzen, maar na enkele jaren was de solidariteit gereduceerd tot een column in de krant El Mundo. In zijn vaderland veranderde niets, zelfs niet toen Fidel Castro overleed. Rivero besefte dat hij nooit meer zou terugkeren. Subtiliteit en de nuance maakten plaats voor verbittering. “Ballingschap doodt alles, zelfs de literaire roeping”, zei hij in een interview. Het was precies de reden geweest waarom hij ondanks alles in Cuba had willen blijven.

Beroofd van illusies en inkomsten vertrok hij naar Miami, waar de dochters uit zijn eerste huwelijk woonden. Zijn laatste jaren leefde hij als een kluizenaar, teleurgesteld en nooit stoppend zijn zware lijf op de proef te stellen met tabak. Zijn ziel was gebroken, en nu heeft ook zijn lichaam het begeven. “Ze hebben me zojuist gemeld dat ik dood ben/ Het stond tussen de regels in de officiële pers”, dichtte Rivero dertig jaar geleden ironisch. Deze week wijdde de officiële pers zelfs tussen de regels geen woord aan de dood van een grootmeester die het niet verdiende in ballingschap te sterven.

Raúl Rivero werd geboren op 23 november 1945 in Morón, Cuba en overleed op 6 november 2021 in Miami, VS.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden