De zintuigen vanMassih Hutak

Rapper Massih Hutak: ‘Kansarme bewoners worden uit steden verjaagd, als een neoliberale tornado’

Massih Hutak: ‘Overal worden kansarme bewoners - een vreselijke term - uit steden ‘verjaagd’. Dat is doelbewust beleid, een neoliberale tornado.’ Beeld Patrick Post
Massih Hutak: ‘Overal worden kansarme bewoners - een vreselijke term - uit steden ‘verjaagd’. Dat is doelbewust beleid, een neoliberale tornado.’Beeld Patrick Post

Massih Hutak (28) is rapper, schrijver en columnist. In zijn boek Jij hebt ons niet ontdekt, wij waren hier altijd al laat hij zien hoe armere bewoners uit oude stadswijken worden verdreven. Zoals in ‘zijn’ Amsterdam-Noord.

VOELEN

Je thuis is waar anderen je zien

“De buurt waar je opgroeit is je club-T-shirt. Zo werkt het in hiphop. Ik zeg dus nooit dat ik uit Amsterdam kom, want ik kom uit Amsterdam-Noord. Beter gezegd: ik ben van het Buikslotermeerplein - toen ik elf was kwam ik daar wonen. Rapper Jay-Z had het ook niet over New York, zelfs niet over Brooklyn, maar over Marcy Projects, zijn flat. Net als Hef, die rapt over Hoogvliet. En Sticks over de Monteverdilaan.

In Noord voelde ik me voor het eerst echt veilig. Ik wist: hier wil ik lang blijven. Voor die tijd ben ik vaak verhuisd. Toen ik twee was, vluchtten mijn ouders van Afghanistan naar Pakistan, vier jaar later arriveerde ik in Nederland. Ik ging van azc naar azc. Alles was altijd tijdelijk. Tot ik in Noord kwam. Nooit eerder had ik een gevoel gehad dat zo dicht bij het concept thuis kwam als hier.

Met mijn vader en broers kwam ik in Plan van Gool te wonen, een wijk met flats tegenover het Buikslotermeerplein, dat is zo’n groot, ouderwets winkelcentrum. Mijn moeder is overleden in Pakistan - borstkanker. Thuis hield mijn vader me behoorlijk strak. Hij was bang dat ik mijn focus op school zou verliezen, hij wist dat ik een talent had om dingen op te fokken. Ik moest vroeg uit bed, ook in het weekend: boodschappen doen, het huishouden, huiswerk. Pas als ik dat allemaal af had, mocht ik naar buiten.

Daar kreeg ik ademruimte. Met vrienden hing ik rond op het plein tussen de flats. We voetbalden, ik had basketbal ontdekt en er was natuurlijk hiphop. Gewoon muziek aan en dansen. Maar ik had wel een avondklok, ik moest om 18.00 uur binnen zijn. De anderen zeiden dan: ‘Massih, het is kwart voor zes’. Als ik niet ging, werd het spel stilgelegd, want ‘we willen geen problemen met mijnheer Hutak’.

De stoerste jongens in de buurt zeiden op een gegeven moment: ‘Hey Massih, jij rapt toch? Laat eens wat horen’. Dus zetten zij een beat op en rapte ik zestien bars. Vanaf dat moment moest ik elke keer als ik langsliep iets rappen. ‘Jij bent echt goed’, klonk het dan. Ja, misschien is dat het wel, je thuis is de plek waar je echt gezien wordt. Zij zagen me.”

Massih Hutak is schrijver, columnist en muzikant. In 2019 verscheen zijn single Designer Fiets, dat deel uitmaakt van het album Welkom in de Noordside. Hij schrijft columns voor Het Parool en in het verleden voor De Nieuws BV op Radio 1. In 2019 richtte hij Verdedig Noord op, een collectief dat strijdt tegen de gentrificatie van Amsterdam-Noord, waar Hutak samen met zijn vrouw en zoontje (2) woont.

HOREN

Als je echt interesse hebt, luister je naar me

“Op dat pleintje hoorde ik de nieuwste muziek. Zoals het nummer ‘Wil je weten hoe het voelt?’ van THC, een rapgroep uit Noord waar zelfs kennissen in Venlo het over hadden. Voor het eerst had ik het gevoel dat muziek ook over mij ging. Die jongens zongen over dingen die ze meemaakten in Noord en zagen eruit als mijn vrienden.

Dat nummer kwam zo dichtbij. Alleen die vraag al. Ik had zoveel dingen die ik voelde en dacht, dingen waar ik niet over kon praten omdat ik niet de woorden had of niet de moed. En dat kwam allemaal neer op: wil je weten hoe het voelt? Dus niet: wil je weten hoe het zit? Maar: als je echt interesse in mij hebt, dan luister je en wil je weten hoe het voelt.

Ik zat op een christelijke school, op het vwo. In de tweede klas moest ik bij godsdienst een spreekbeurt houden. Ik zei tegen de juf: ‘Ik wil een nummer laten horen’. Dat nummer dus. Voor het eerst luisterde ik het in een context met voornamelijk witte klasgenoten uit plaatsen als Marken en Landsmeer. De juf ging echt op de tekst in, ik vond dat zo vet. Ze vroeg: ‘Begrijpen jullie wat Massih bedoelt?’

Het waren de jaren na de aanslagen van 9/11 en de moord op Pim Fortuyn. Dit nummer verwoordde precies hoe ik me vaak voelde in het openbaar in Nederland. Namelijk: buitengesloten. Alleen al door het woord allochtoon. THC zong erover: ‘Allochtoon ik hoor het woord te vaak, en het stoort me vaak / Vandaar dat dit gevoel wordt gevoeld door velen / De straat is overspoeld met jonge multiculturelen’.”

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

ZIEN

Kijk om je heen, verhoud je

“Ik weet nog dat ik, zo rond 2008, ik was een jaar of zestien, met mijn vader op het Buikslotermeerplein liep. Er zat inmiddels een Media Markt, de Kentucky Fried Chicken zou de deuren openen en in de wijk verschenen nieuwbouwwoningen. Voor het eerst zag ik de buurt veranderen. Ik zei: ‘Kijk eens hoe mooi het wordt!’ Mijn vader antwoordde: ‘Hier wel, maar wat merken wij ervan? Jij wordt nog steeds elke ochtend met een snotneus wakker’.

Mijn vader wilde me duidelijk maken vooral kritisch te blijven en verder te kijken dan de oppervlakte. Hij zei: ‘Wij zijn ook het plein, wij wonen hier tegenover. Er worden nieuwe huizen gebouwd, maar wat doen ze aan wat er al is?’ Ons huis tochtte, de kozijnen waren lek. Ik heb er tien jaar gewoond en kan me niet herinneren dat er ooit iemand van de woningbouw kwam om iets te fixen. Mijn vader was altijd zelf aan het klussen.

In diezelfde tijd zag ik de film Boyz in the Hood van Spike Lee. Daarin legt Furious Styles aan zijn zoon uit hoe hij de veranderingen in hun buurt in Los Angeles moet bekijken. Het was de eerste keer dat ik het woord gentrificatie hoorde. Ik dacht: hé, dat is wat mijn vader ook zegt, terwijl die film zich afspeelde aan de andere kant van de wereld.

De beste vertaling van to gentrify is verfraaien. Maar daaraan vooraf gaat een proces van verwaarlozing. Wij bewoners blijven de huur betalen, die jaarlijks omhoog gaat, maar huizen worden niet opgeknapt omdat we economisch geen interessante groep zijn. Plotseling volgt de mededeling dat er wordt gesloopt en nieuwbouw komt. Eerst denk je yes, maar al snel merk je: dit is niet voor ons, dit is voor mensen die hier nog moeten komen wonen.

Lang dacht ik: dit hoort erbij, als de buurt wordt opgeknapt is er voor mij en mijn vrienden nu eenmaal geen plek meer. Ondertussen zag ik Noord veranderen. In columns gaf ik hard af op wat ik aan de oppervlakte zag, de symptomen van gentrificatie: nieuwbouw, huurwoningen die voor veel geld verkocht worden, hipsters, bakfietsouders, hippe koffietenten.

De afgelopen jaren ben ik genuanceerder geworden. Ik ben me in het onderwerp gaan verdiepen en bezocht steden in de Verenigde Staten, Duitsland en Frankrijk. Overal zag ik in oude wijken eenzelfde ontwikkeling. Net als in bijvoorbeeld Rotterdam, Eindhoven en Nijmegen. Overal worden kansarme bewoners - een vreselijke term - uit steden ‘verjaagd’. Dat is doelbewust beleid, een neoliberale tornado.

Mijn ‘onderzoek’ heeft me gek genoeg hoopvol en strijdbaar gemaakt - het is belangrijk dat vuur vlamt op hoop en niet op cynisme. Want als gentrification geen natuurwet is, maar beleid, kunnen we er ons tegen verzetten. Dat is wat ik beoog met Verdedig Noord, een groep mensen die vinden dat de stad een plek moet zijn voor iedereen. Een solidaire stad.

Ik wil nieuwe bewoners triggeren hun verantwoordelijkheid te nemen, zodat ze onderdeel worden van de oplossing. En dat begint met een ‘plicht’: kijk om je heen, verhoud je tot de plek waar je bent gaan wonen, dat is ook wat ik moest doen toen ik een nieuwe Nederlander werd. Bestel boodschappen dus niet alleen online, maar ga ook naar de buurtwinkel. En richt geen nieuwe scholen op als er om de hoek klaslokalen halfleeg zijn.”

RUIKEN

Mijn eerste geld, mijn eerste parfum

“De zomer van 2010 kan ik me nog zo goed herinneren. Ik was klaar met school, ik had mijn eerste vriendinnetje, kreeg een bijbaantje als nachtreceptionist én een contract bij de uitgeverij waar ik een jaar later debuteerde. Het was de zomer van One Million, een parfum, verpakt in een fles die eruitzag als een goudstaaf. Een heel zoet parfum, heerlijk, iedereen rook ernaar die zomer. Als een vriend je groette, zei hij: ‘Hé je ruikt lekker man’.

Mijn broer deelde zijn fles met mij. We deden zoveel van dat spul op dat onze hele kamer ernaar rook en we een geurspoor in huis achterlieten, tot op de galerij. Toen ik die zomer dat bijbaantje kreeg, kocht ik van mijn eerste geld mijn eigen ‘goudstaaf’. Dat was wel een ding.”

INTUÏTIE

Relatie gaat voor prestatie

“In 2011 begon ik aan een opleiding om leraar Nederlands te worden. Dat heb ik nog geen half jaar volgehouden. Omdat ik via de moeder van een oud-klasgenoot een fulltime baan kreeg aangeboden, moet je nagaan hoe groot het lerarentekort was. En dus stond ik op mijn negentiende plotseling voor een vmbo-klas in Noord.

Ik nam de eerste les poëzie mee van Rutger Kopland én rapteksten van Kempi. Doel: tekstontleding. Maar die kids zaten daar niet op te wachten. Ik verving halverwege het jaar plotseling hun mentrix, dus zij zeiden: ‘Mijnheer Hutak, het is ongetwijfeld een leuke les die u hebt voorbereid, maar wie bent u?’

In een paar seconden moest ik besluiten wat ik ging doen: teksten ontleden of mezelf openstellen? Dat vraagt om intuïtie. Alles in mij zei dat ik voor dat laatste moest kiezen. Ik voelde dat het fout zou gaan als ik geforceerd streng zou doen en mijn plan zou volgen. Dan was ik mezelf niet geweest, daar hadden die leerlingen dwars doorheen gekeken. Pas later zag ik dat er bij de afdelingsleider een spreuk aan de muur hing: relatie voor prestatie.

Tegen mijn leerlingen zei ik: ‘Doe later niet wat je ouders van je verwachten, maar ga voor wat je zelf echt wil’. Op een dag zei Chaimae, een leerling: ‘Dus ik begrijp dat u altijd leraar wilde worden?’ Ze zette me daarmee schaakmat, want het allerliefst wilde ik hiphopper worden. Waarop ze zei: ‘Moet u daar dan niet voor gaan?’ Zij gaf de doorslag. Na 3,5 jaar lesgeven ben ik weer muziek gaan maken.”

PROEVEN

Door voedsel leer je van elkaar

“Een paar jaar geleden zei ik in een column voor Radio 1: ‘Nieuwe Noorderlingen, laten we zonnebrillen uitwisselen’. Zo van: laten we elkaars gezichtspunten proberen te begrijpen. Ik had ook kunnen zeggen ‘laten we eten uitwisselen’, want voedsel is een hele goede manier om samen te leven en van elkaar te leren.

Ik houd ontzettend van de Afghaanse keuken, maar ben ook dol op Surinaams. Dat komt niet alleen door mijn vrouw, zij is Surinaams. Dat komt vooral door ‘oom Hesdy’, de vader van mijn beste vriendin - we woonden op dezelfde galerij. De nasi van oom Hesdy is echt gevaarlijk, zo lekker. Hij zei lang: ‘Ik leer je alle gerechten die ik ken, behalve deze, want dit is het gerecht wat jullie altijd terug laat komen bij me’.

Nog altijd ga ik maandelijks bij oom Hesdy langs met wat eten. Toen ik vader werd, mijn zoontje is inmiddels twee, zei ik: ‘Ik krijg een kleine, je moet me leren koken’. Waarop hij beloofde: ‘Dan ga ik je nu het geheim van mijn nasi leren’. Ik ben nog niet op les geweest.”

Massih Hutak

1992: Geboren in Herat, Afghanistan

1994: Ouders vluchten met hem en zijn twee broers naar Pakistan

1998: Aankomst in Nederland, asielzoekerscentrum Zevenaar

2011: Debuteert met de roman Toen God nog in ons geloofde.

2012-2016: leraar Nederlands en maatschappijleer, College IJdoorn in Amsterdam

2016-heden: schrijver, columnist en muzikant

2017: Jong creatief talent van het jaar volgens Het Parool

2020: wint de Nieuw Amsterdamprijs, vanwege zijn strijd tegen groeiende ongelijkheid

Massih Hutak
Jij hebt ons niet ontdekt, wij waren hier altijd al
Uitgeverij Pluim, 231 blz. 19,90 euro

Lees ook:

Het verdriet van Amsterdam-Noord: Die rijken maken de buurt er niet beter op

Luxe appartementen en hippe koffiebarretjes rukken op in Amsterdam-Noord. Daar hebben de armere inwoners van het stadsdeel niets aan. Fotografe Willeke Duijvekam portretteert ze in haar fotoserie ‘Vetarm’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden