Boekrecensie

Ramuz maakt van de natuur een volwaardige personage, dat zich wreekt op de mens

Charles Ferdinand Ramuz (1878-1947) Beeld Hollandse Hoogte / Roger Viollet Agence Photographique

De klassieker van Charles-Ferdinand Ramuz over de natuur die zich wreekt is - eindelijk! - in het Nederlands verschenen.

Als u al eens van de Zwitserse schrijver Charles-Ferdinand Ramuz heeft gehoord, dan is dat vermoedelijk omdat hij de tekstschrijver is van Igor Strawinsky’s meesterlijke ‘Histoire du Soldat’ uit 1918. Het is een van de eigenzinnigste werken voor het muziektheater uit de vorige eeuw, waarvan de tekst in 1930 briljant in het Nederlands werd vertaald door Martinus Nijhof.

‘De grote angst in de bergen’ is de bekendste van Ramuz’ tientallen andere werken, en is zojuist - eindelijk! - in het Nederlands uitgekomen. De pantomime ‘Geschiedenis van de soldaat’ en de roman, die zich grotendeels afspeelt op een hoge, verlaten alm in Zwitserland, hebben een paar verrassende kenmerken gemeen. In beide werken staat een verstoring van de traditionele orde centraal. Net als in het theaterstuk speelt in de roman het Boze, het Kwaad, een belangrijke rol, onder meer geïncarneerd in het eenogige, louche personage Clou, dat zich afzijdig houdt van de dorpsgemeenschap. De twee werken waren in hun dagen naar de vorm heel vernieuwend, maar ze hebben - dat is al bijzonderder - beide vandaag de dag nog niets aan frisheid ingeboet.

‘De grote angst in de bergen’ is het verhaal van de ondergang van een besloten dorpsgemeenschap. Ver weg, hoog in de Alpen, ligt een wei die al twintig jaar ongebruikt is gebleven, nadat er indertijd onder de koeien een vreselijke ziekte is uitgebroken. Ook de veehoeders zijn toen op mysterieuze wijze om het leven gekomen. Maar de jonge voorzitter van de dorpsraad vindt dat inmiddels de tijd gekomen is om die grote wei, met zijn prachtige gras, opnieuw te verpachten. De gemeentekas kan de inkomsten goed gebruiken. De jongeren van het dorp zijn dat met hem eens, de ouderen, die zich de gebeurtenissen van twintig jaar geleden nog goed kunnen herinneren, waarschuwen voor onheil, maar zij zijn in de minderheid, en verliezen de stemming.

Geen indringers

De weide wordt dus opnieuw in gebruik genomen. Het is een lange klim naar de hooggelegen alm, en het landschap wordt allengs ongenaakbaarder: “nu kwam het slechte land, dat akelig en griezelig is om aan te zien. Het ligt boven de bloemen, de warmte, het gras, alle goede dingen, boven het zingen van de vogels, want de vogels hierboven kunnen alleen nog krassen (…) en verder is er hier niets en niemand meer, omdat je boven het goede leven bent, boven de mensen - intussen kwam de zon op en trof hen alle vijf tegelijk in hun linkerzij - en het jaar duurt hier twee maanden, drie maanden op zijn hoogst.” Prachtig zijn in het hele boek de natuurbeschrijvingen. Het landschap groeit al snel uit tot een volwaardig personage, met menselijke trekken: de gletsjer ‘hoest’, en aan het einde hoort één van de veehoeders de berg, die op het punt staat hem te verzwelgen, lachen. De natuur - en dat aspect van het verhaal is in onze tijd weer uitgegroeid tot een modern element van het boek - wreekt zich op wie zich aan haar vergrijpt. Eén van de ouderen had al gewaarschuwd: “er zijn plaatsen die de bergen voor zichzelf willen houden, er zijn plaatsen waar ze geen indringers dulden”.

Dat dit niet goed zal aflopen is van meet af aan duidelijk. En inderdaad, ‘de ziekte’ breekt opnieuw uit onder de koeien, die achter elkaar wegkwijnen. De zeven veehoeders moeten in quarantaine boven blijven. Ze zijn tot elkaars gezelschap veroordeeld als drenkelingen op een vlot en kunnen het isolement moeilijk verdragen - vooral de jonge Joseph, die verliefd is en met zijn verloofde herenigd wil worden. De oude Barthélémy wilde wel mee naar boven. Hij wist zich beschermd door zijn talisman, een papier dat drie keer in wijwater was gedoopt, maar die verliest hij - met het te voorziene gevolg. Het boek eindigt met de apocalyptisch beschreven ondergang van het dorp.

Het verloop van het verhaal is dus nogal voorspelbaar. Maar dat blijkt allerminst een bezwaar. Het is zoals Victor van Vriesland ooit schreef in NRC : bij de romans van Ramuz is het niet het wat maar het hoe dat de eigenlijke waarde van het werk uitmaakt: “Deze taal is beeldend zonder in het minst breedsprakig te zijn. Zij is naakt en direct, maar door de manier van uitlezing en groepering der materie van ongemeen poëtische kracht.” Nu uitstekend vertaald door Rokus Hofstede die in een nawoord op een ook voor de leek boeiende wijze verantwoording aflegt hoe hij Ramuz’ bijzondere Frans in levendig Nederlands omzette.

Oordeel: prachtige natuur beschrijving, fris in stijl, voorspelbaar in verloop

Charles-Ferdinand Ramuz
De grote angst in de bergen
Vert. Rokus Hofstede Van Oorschot; 190 blz. € 21,50

In ons dossier boekrecensies vindt u een overzicht van de besprekingen van pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden