Fragment van de Sixtijnse Madonna van Rafaël

Schilderkunst

Rafaël, vandaag 500 jaar overleden, lijdt aan zijn eigen succes

Fragment van de Sixtijnse Madonna van RafaëlBeeld Getty Images

Ooit gold Rafaël, die vijfhonderd jaar geleden stierf, als hét voorbeeld voor iedere kunstenaar. Tegenwoordig krijgen zijn tijdgenoten Michelangelo en Leonardo da Vinci veel meer aandacht. Zijn we Rafaël een beetje vergeten omdat hij in alles te perfect was?

Het zit Rafaël niet mee. Zijn vijfhonderdste sterfdag – vandaag – dreigt ongemerkt voorbij te gaan omdat de musea die hem hadden willen eren dicht zijn. Het Scuderie del Quirinale in Rome voorop – daar was een grootse overzichtstentoonstelling ingericht. Maar ook in het Teylers Museum in Haarlem staat een expositie achter gesloten deuren. 

En de schilder was toch al wat ondergesneeuwd door zijn tijdgenoten Leonardo da Vinci en Michelangelo. Ga maar na: wie Leonardo zegt, denkt meteen aan de Mona Lisa en de Vitruviusman, bij Michelangelo zijn het David en ‘de hand van God’ in de Sixtijnse kapel die vrijwel iedereen meteen herkent. Maar Rafaël? De twee engeltjes die ondeugend over de lijst van zijn Sixtijnse Madonna leunen zijn weliswaar wereldberoemd van alle koektrommels, maar hoeveel mensen weten eigenlijk dat Rafaël ze schilderde?

Dat was ooit heel anders, vertelt Marleen Ram, conservator van Teylers Museum. “In de 18de en 19de eeuw gold hij als het grote voorbeeld voor beginnende kunstenaars. Er waren albums met reproductieprenten van beroemde kunstwerken in omloop, die als studiemateriaal werden gebruikt. Het werk van Rafaël stond voorin. Je kunt zijn invloed op de kunstgeschiedenis moeilijk overschatten.” 

Raffaello Morghen (1758-1833), Maria met kind en Johannes de Doper. Prent naar een schilderij van Rafaël die in het Palazzo Pitti hangt. Beeld Collectie Teylers Museum.

In de collectie van het museum bevinden zich – naast twaalf tekeningen van Rafaël zelf – veel van die prenten. Die had Ram graag laten zien op de expositie ‘Lange Leve Rafaël’. De kunstenaar liet al tijdens zijn leven werken natekenen door graveurs, zodat ze gedrukt en op ruime schaal verspreid konden worden. Want naast een groot kunstzinnig talent had Rafaël ook een zakelijk instinct, zegt Ram. “Hij had in tegenstelling tot Michelangelo en Leonardo een groot atelier en heel veel assistenten en leerlingen in dienst.” Daardoor lag zijn ‘productie’ hoog.

Raffaello Sanzio – zo heette hij vol­uit – werd in 1483 in een gespreid bed geboren. Zijn vader werkte als schilder aan het hof van de hertog in het Italiaanse Urbino. Rafaël leerde er hoe je je in de hogere kringen diende te gedragen en zijn uitzonderlijke talent werd snel ontdekt en ontwikkeld. Op zijn elfde werd Rafaël wees, een oom nam hem onder zijn hoede. In 1504 kwam hij terecht in Florence, het culturele centrum van die dagen. Daar zag hij voor het eerst werk van Leonardo, Michelangelo en andere kunstenaars die op dat moment de smaakmakers waren. Hij maakte zich hun stijl en technieken eigen. 

Het boterde niet met Michelangelo

Eenmaal in Rome groeide hij uit tot de favoriet van paus Julius II en zijn opvolger Leo X. Zijn frescos sieren vele wanden in het Vaticaan. ‘De School van Athene’ – een voorstelling waarin filosofen als Plato, Aristoteles en Socrates staan afgebeeld, wordt gezien als een hoogtepunt in zijn werk. Maar het is bij lange na niet zo beroemd als de wandschilderingen die Michelangelo in dezelfde periode even verderop in de Sixtijnse kapel aanbracht. Het boterde overigens niet tussen de nukkige zwoeger Michelangelo en de populaire levensgenieter Rafaël. Michelangelo beschuldigde zijn jongere collega zelfs van plagiaat.

Rafaël stierf jong, op zijn 37ste – volgens de geruchten na een nogal heftige liefdesnacht – maar liet desondanks een indrukwekkend oeuvre na. Hij werd met veel ceremonieel bijgezet in het Pantheon in Rome, op zijn graf staat de tekst: ‘Dit is de tombe van Rafaël, die tijdens zijn leven Moeder Natuur deed vrezen door hem te worden verslagen, en als hij stierf, met hem te moeten sterven.’

“Rafaël had vlak na zijn dood al een mythische status bereikt, maar het lijkt alsof dat tegenwoordig wat minder is”, zegt Ram. “Hij voldoet niet aan het clichébeeld van de getroebleerde kunstenaar. Leonardo is een figuur op zich, omdat hij naast kunstenaar ook wetenschapper was, eigenlijk alles in één. Michelangelo werkte heel erg op zichzelf, was achterdochtig en moeilijk met opdrachtgevers. Volgens mij vinden we dat soort verhalen tegenwoordig interessanter, net als bij schilders als Caravaggio en Rembrandt. We hebben veel meer oog voor een interessant persoonlijk verhaal.” In onze tijd houden we van kunstenaars met een rafelrandje. “Rafaël is al door zijn tijdgenoten neergezet als de ideale hoveling. Dat beeld is moeilijk te doorbreken en ik denk dat we daarom minder aan hem denken als de grote kunstenaar van de Renaissance.”

Kopie naar Rafaëls beroemdste muurschildering, de School van Athene in de Stanza della Segnatura in het Vaticaan. In deze ruimte was de privébibliotheek van paus Julius II ondergebracht. De twee invloedrijkste filosofen, Plato en Aristoteles, staan in het midden.Beeld Teylers Museum Haarlem

Terwijl Ram eigenlijk vindt dat die eer hem wel toekomt. “Het klinkt nu alsof hij een leuke, slimme zakenman was die ook nog best goed kon schilderen. En dat is jammer, want hij heeft echt fantastische werken gemaakt. Rafaël kon vrij moeiteloos harmonieuze composities schilderen en zijn figuren zijn elegant en tegelijkertijd geloofwaardig. Net als Leonardo en Michelangelo bestudeerde hij het menselijk lichaam. Hij combineerde verschillende elementen van mooie vrouwen tot één figuur. Het is dus een geïdealiseerde schoonheid die hij weergeeft, maar die verliest bij hem niet aan vitaliteit en spontaniteit”, vindt Ram. Zijn figuren léven, vooral de Madonna’s. “Dat zijn echte moeders, die heel natuurlijk hun kind vasthouden. En ondanks zijn succes probeerde hij zichzelf telkens te overtreffen en te vernieuwen.”

Te dwingend voorbeeld van echte kunst

Dat zijn werk weleens mechanisch is genoemd, vindt ze onterecht. Die kritiek klonk luid en duidelijk in de 19de eeuw, toen een groep jonge rebelse kunstenaars in Engeland de Pre-Rafaëlitische broederschap oprichtten. Hun ergernis trof niet zozeer Rafaël, maar de Academies in Europa die heel dwingend voorschreven wat goede kunst was. Rafaël gold als het allerbeste voorbeeld. Dat resulteerde in de Victoriaanse tijd in kunst die erg geïdealiseerd was en er daardoor wat formule-achtig en doods uit kon zien. De jonge kunstenaars grepen daarom terug op wat er voor Rafaël geschilderd werd. Middeleeuwse kunst, met echte natuur en echte mensen in hun ogen. Dat hun werken vandaag de dag ook wat gekunsteld aandoen, is weer een ander verhaal.

Rafaël lijdt dus onder zijn eigen succes en de verheerlijking in later eeuwen. “Als hij tien jaar eerder was overleden, hadden we hem in de ‘Club van 27’ kunnen zetten”, grapt Ram, verwijzend naar de beruchte lijst met popsterren als Jim Morrison, Kurt Cobain en Amy Winehouse die allemaal op hun 27ste stierven. “Dat was een haakje geweest om hem meer aandacht te geven. Maar we hadden dan ook veel moois moeten missen.”

Lees ook:

Alles bruist, steigert en beweegt bij Leonardo da Vinci

Het Louvre in Parijs trok alles uit de kast voor een expositie over de beroemdste kunstenaar ter wereld. Bijna 160 kunstwerken laten zien hoe Leonardo da Vinci op zoek was naar de ideale verbeelding van het leven zelf

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden