Interview

Radna Fabias pelt vooroordelen af: Noem je Curaçao een paradijs? Dan kijk je niet goed

Radna Fabias Beeld TR BEELD, Wouter le Duc

De vierde dichter in onze Boekenweekserie is Radna Fabias, geloofd en gelauwerd voor haar debuutbundel ‘Habitus’. In haar poëzie pelt Fabias vooroordelen af, over vrouwen, over Nederland, over haar geboorte-eiland. ‘Noem je Curaçao een paradijs? Dan kijk je niet goed.’

De afspraak voor het interview was ze vergeten. Of nee, niet vergeten, ze dacht dat die een dag later was. Haar besef van tijd is een beetje zoek. Ze komt net terug van een literair festival, ze dingt mee naar de Grote Poëzieprijs en op de ochtend van het gesprek werd haar de Awater Poëzieprijs toegekend. Voor ‘Habitus’, haar debuut. Radna Fabias had er jarenlang achter de schermen aan gewerkt. De bundel verscheen precies een jaar geleden. En toen barstte het los. De lovende kritieken, de interviews, de optredens, en ook de prijzen, want Habitus werd eerder al met de Buddingh’-prijs bekroond, voor het beste poëziedebuut.

Dat overweldigende succes verklaren vindt ze lastig: “Ik weet het eerlijk niet.” Ze dacht: “Al die aandacht, dat duurt een maand, hooguit twee, dan is het klaar. Maar toen de Buddingh’-prijs kwam, explodeerde het. Ik vind het vreemd en fijn tegelijk. Meestal ben je als dichter blij als de helft van je oplage verkocht is, dat een paar mensen het lezen.”

Andere dingen

Er werd op uw poëzie gewacht. Een nieuwe stem van een Caribische schrijfster. Zou het daarmee te maken kunnen hebben? “Misschien. Er zijn niet veel schrijvende Caribische vrouwen in het Nederlandse taalgebied - tijdens mijn studie heb ik er echt naar gezocht. De Antilliaanse grote drie, Arion, Van Leeuwen, Marugg, die kent iedereen wel, er zijn enkele kinderboekenschrijfsters, maar verder? Dat weinig Antilliaanse vrouwen schrijven zou te maken kunnen hebben met de positie van de vrouw op de eilanden. Mensen leven er vaak in kleine gemeenschappen, met veel sociale controle. Verhalen genoeg, maar over gevoelige zaken wordt gezwegen. Over grote misstanden ook. Er heerst angst en schaamte. Daar moet je iets van afwerpen, wil je gaan schrijven. Bovendien, vrouwen daar hebben vaak genoeg andere dingen te doen.”

Radna Fabias werd in 1983 geboren op Curaçao, op haar zeventiende verhuisde ze naar Nederland om te gaan studeren. ‘Habitus’ is een bundel over een mens tussen twee werelden, een vrouw op zoek naar een thuis, naar een vorm. Zinnelijke poëzie, beeldend, geestig, rauw. Filmisch, vol scherpe beelden van het eiland. Vol rake observaties van het religieuze leven, het leven op straat.

de straatjongens op te kleine fietsen / hoe ze op de fiets om net menstruerende meisjes dansen / de moeders die daarvoor waarschuwen / de moeders / alleen

Verheerlijkte moeders

Fabias: “Schrijfsters zag ik niet, wel veel ‘sterke zwarte vrouwen’. Ik erger me aan die woorden: niemand wil zo sterk zijn, ze zijn het omdat het moet. Toen ik opgroeide zag ik overal om mij heen alleenstaande moeders. Mijn moeder, mijn tantes. Overal vrouwen met meerdere baantjes om de eindjes aan elkaar te knopen, die daarnaast kinderen opvoedden en hun ouders verzorgden. Dat deden ze gewoon. Daar stelden ze geen vragen bij. Moeder zijn wordt op Curaçao best verheerlijkt. Ben je eenmaal moeder dan kun haast je geen kwaad meer doen. Kijk, dat mijn moeder me alleen heeft opgevoed, vind ik ook bijna bovenmenselijk, maar die verheerlijking wijs ik af. Er is de onuitgesproken verwachting: ‘Het komt wel goed. Deze vrouwen kunnen dit hebben.’ Ja, ze kunnen het hebben, maar ten koste van wat? Het gebeurt in een cultuur waar ze hun leed verzwijgen. Dat vind ik droef.”

angst dempt schoonheid / dat werpt weer licht op waarom schoonheid schaars is // onteerders zijn bovengemiddeld goed in instemmen daar hebben ze niemand voor nodig / dat verklaart de kracht in ver-krach-ter dat verklaart tevens waarom de excellente / instemmer geen noemenswaardige weerstand ervaart, het spartelen daargelaten / misschien

Cornflakesverpakkingen

In boeken zag Fabias dat het anders kon. Al jong las ze bijvoorbeeld ‘Bitch’ van Elizabeth Wurtzel, het deed haar nadenken over een andere vorm van vrouw-zijn dan die ze om zich heen zag, minder dienstbaar, met ruimte voor imperfecties. Toch was lezen op Curaçao allerminst vanzelfsprekend.

“Mijn oma was laaggeletterd. Mijn opa las wel, Bouquetreeks, en die las ik dus ook - al was ik daar véél te jong voor. Ik las ongeveer alles, van cornflakesverpakkingen tot kranten, van de Bijbel tot de Mark en Mieke-reeks. Ik was veel bij mijn opa en oma thuis. Daar was het altijd vol. Met mensen, met geluid van televisieseries, radioprogramma’s. Lezen was een manier om de ruis uit te zetten. Een boek was beter te volgen dan wat er in huis allemaal gebeurde.

Mijn moeder verhuisde speciaal voor mij, zodat ik naar een ‘goede’ school kon. Daar was een bibliotheekje. Later, op de middelbare school, zat ik ’s middags in de openbare bibliotheek mijn huiswerk te maken, maar vaker te lezen. Overigens, literatuuronderwijs op de Antillen slaat nergens op! Ik was een Curaçaose puber en moest boeken lezen die zich afspeelden in een land 8000 kilometer verderop, meestal geschreven door oudere mannen. Ik heb zoveel Tweede Wereldoorlog gelezen. Toen ze bij Mulisch waren dacht ik: hou op!

“Natuurlijk, veel literatuur raakt aan iets universeels, maar ik miste variatie, verhalen waarin ik mijn sociaal-economische achtergrond en mijn geografische locatie teruglas. Gelukkig was er mijn moeder, die me elke keer weer naar de bieb reed, en er was juf Marijs, mijn docent Nederlands, die me blootstelde aan haar boekenkast. Via haar, en mijn twee docenten Spaans, kreeg ik toegang tot meer.”

Vooroordelen afpellen

En toen ging u naar de kunstacademie. Hoe reageerde uw omgeving? “Mijn moeder maakte het niet zoveel uit wat ik ging doen, als ik het maar ‘goed’ deed. Dat klinkt niet zo vreemd, maar ik heb gemerkt dat die aansporing giftig is. Het begon al op mijn lagere school. Eigenlijk was daar geen plek voor mij, maar mijn moeder hield voet bij stuk. Toen zei de directrice: ‘Vooruit, Radna mag komen, maar dan moet ze héél goed haar best gaan doen.’ Dat idee van: je bent hier wel, maar wees niet te comfortabel, bewijs maar dat je er mag zijn - ik zie het veel bij kinderen met een migratieachtergrond of bij klassemigratie. Altijd maar extra hard werken.”

de ballotant (…) /maakt nauwelijks nog taalfouten / klinkt als een nieuwslezeres / beheerst, voor zover dat mogelijk is, de eigen gedachten / (…) is de moedertaal vergeten / droomt in de taal van de voormalige eigenaar

Fabias pelt in haar werk vooroordelen af, speelt met clichés over vrouwen, over Nederland, over haar geboorte-eiland.

“Ja, ik heb allerlei clichés een plek gegeven in mijn bundel. Clichés zijn ook verhalen, maar het zou te makkelijk zijn om daarin te blijven hangen. De werkelijkheid is zoveel gelaagder. Noem je Curaçao een paradijs? Dan kijk je niet goed. Al kan het ook aan je positie liggen, die bepaalt mede je uitzicht.”

voor een paar gulden kunt u ook / de fictie van de caribische zorgeloosheid kopen

“Mijn blik is vertroebeld doordat ik naar Nederland ben verhuisd. Als het vanzelfsprekende wegvalt, kun je verharden in wat je kent of je kunt proberen het vreemde toe te laten. Dat laatste is eng, want alles komt dan op losse schroeven te staan. Ik ben wankel, begrijp beide posities en ik begrijp ze ergens ook helemaal niet.

“In mijn bundel probeer ik de beweging te tonen die ik al denkend en kijkend maak. Het vraagt lenigheid en alertheid. Dat heb ik lang niet altijd, en het is weinig behaaglijk.”

Scheur

Hebt u heimwee? “Ik mis de zee, ik mis de kleuren. Ik mis het licht, elke winter opnieuw. Toen ik net in Nederland was, hoorde ik liever niet te veel over Curaçao. Want als ik aangedaan zou zijn, kon ik nergens heen met mijn verdriet. Mijn medestudenten gingen in het weekend naar hun ouders, ik zag mijn moeder om het jaar. Ik herinner me een zomer dat ik op het eiland was. Ik zou bijna teruggaan en was bij mijn oom om afscheid te nemen. Hij hield mijn hand nét iets langer vast. Dat bleef ik voelen, en toen ik in het vliegtuig zat, werd ik door een enorm verdriet overvallen. Met grote intensiteit voelde ik wat het betekende om zo ver weg te zijn. Die scheur, dat is verschrikkelijk.”

Heeft uw familie uw poëzie gelezen? “Mijn moeder. Mijn moeder heeft mijn bundel gelezen. Ze zei: ‘Dankjewel dat je zo goed bent in wat je doet.’ Dat heeft iets afstandelijks, maar ze zei het met een grote geraaktheid. En dat is wat er voor mij toe doet.”

“Met haar sprak ik lang, steeds in kleine beetjes, over dat ‘grote zwijgen’. Over onveiligheid, geweld, schaamte. Over feilbaarheid, mildheid. Dat je een mens bent, en dús feilbaar en dat dat niet erg is. Dat je jezelf daarom niet hoeft te vernietigen of schoon te poetsen, niemand krijgt dat allemaal weg.”

‘Ik hoor niets’

Voor uw debuut nam u de tijd. Was het lastig om voor Trouw binnen een paar weken een gedicht af te hebben?

“Ja, dat was even wennen. Het idee voor dit gedicht ontstond met Kerstmis, toen ik de rooms-katholieke kerk bezocht. Dat doe ik soms, ze hebben hier dezelfde wierook als op Curaçao. Aan het eind nodigde de priester ons uit om mee te lopen naar het gouden tabernakel. Daar knielden al die mensen bij het brood, bij het symbool voor de man die onze zonden kwam wegnemen. Het was gewoon platbrood, maar iedereen was aan het huilen. Ook ik voel-de er van alles bij. Het is me nog altijd niet gelukt om dat allemaal op te schrijven, maar die ervaring vermengde zich met vragen die mij bezighouden.

“In mijn familie ben ik de enige die zegt: ‘Ik word geen moeder. Ik luister iedere ochtend naar mijn eierstokken, maar ik hoor niks.’

“Toch is het zó vanzelfsprekend om kinderen te krijgen, dat mensen zich bezorgd afvragen: maar hoe ga je dan leven? Hoe word je dan oud? Ik heb daar geen antwoord op. Ik heb geen voorbeeld. Behalve één oudtante, heb ik geen oudere vrouwen in mijn omgeving gehad die geen moeder waren.”

nu ik weiger het mysterie in mij te laten rijpen ben ik dorheid nu ben ik ijdel vruchteloos / hoe neem ik deel nu ik De Opdracht weiger

De kriebels

“Het moederschap zie ik als een wonder. Maar ook als een soort script waar je in stapt, waarin helder is wat er van je verwacht wordt terwijl het tegelijk helemaal onhelder is hoe je het voor elkaar gaat krijgen. Er is een kind, dat heeft jou nodig, je leven wordt ingedeeld. Als je dat allemaal niet doet, wat doe je dan? Die vrijheid is even fantastisch als angstaanjagend. Ik zou het wel verfrissend vinden als ‘de vrouw’ niet meteen met ‘de moeder’ geassocieerd zou worden. Ik krijg daar nogal de kriebels van.”

Wat gebeurt er na dit gedicht? “Zo snel mogelijk de luwte opzoeken en alle lof vergeten. Ik ben nu bezig met beschouwende teksten en daarvoor heb ik rust nodig en tijd voor reflectie.” Ironisch: “Maar er is helemaal geen druk verder, hè, helemaal geen druk! Het moet gauw weer stil worden.”

Radna Fabias (1983) is geboren en getogen op Curaçao. Zij studeerde aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en won in 2016 de poëzieprijs van de stad Oostende. Voor haar debuut Habitus ontving ze de C. Buddingh’-prijs. Onderstaand gedicht schreef Fabias voor Trouw.

derde offergebed (knielend voor het gouden tabernakel)

is dit het dan ben jij hier lichaamloos ongevaarlijk kuis brood
ben je nu brood ja in deze tijd ben jij van alle dingen plat brood ja
ben ik hier weer weet jij wat ik hier zoek is het gepast
iets achter te laten is dat een mooi gebaar vaar mag dat en wat zal ik
eens achterlaten
De Roeping
de val
de anticonceptie
dat laatste is een grap lach dan mee alwetende doe niet zo bedeesd man
vertel me anders waar ik aanvang vaar
nu ik weiger het mysterie in mij te laten rijpen ben ik dorheid nu ben ik ijdel vruchteloos
hoe neem ik deel nu ik De Opdracht weiger
weet jij welke kant op
wat er om mijn naaktheid past
hoe hard mijn stem hoe groot mijn kleed moet zijn
zacht en klein vermoed ik maar mag het minder eng
dan De Rol die ik uitspuw hier
is mijn schoot: zalig en vaar
wat doen we ermee nu ik Moeder optil Haar vasthoud Haar leer wiegen met dit vlees dat reeds schuw reeds
zwak al rede moe is
zie je genadig neder, zak
door je almachtige knieën
kom alwetende
je weet dat Mama dat verdient

Lees ook:

Radna Fabias heeft lef met haar poëzie

‘Meteen al bij het eerste woord was het raak: ‘velgen’. Hier gaat iets onalledaags volgen’, schrijft Janita Monna over de bundel Habitus van Radna Fabias.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden