Slavernijmuseum

Raad voor Cultuur vindt Slavernijmuseum vanzelfsprekend: ‘Vertel vanaf het begin het hele verhaal’

Belangstellenden tijdens Keti Koti, de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden. Het is 158 jaar geleden dat Nederland bij wet de slavernij heeft afgeschaft in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk. Beeld ANP
Belangstellenden tijdens Keti Koti, de landelijke herdenking in het Oosterpark van het slavernijverleden. Het is 158 jaar geleden dat Nederland bij wet de slavernij heeft afgeschaft in Suriname en het Caribisch deel van het Koninkrijk.Beeld ANP

Als het aan de Raad voor Cultuur ligt, komt er zo snel mogelijk een Slavernijmuseum. De gemeenteraad van Amsterdam beslist in december.

Nienke Schipper

Het is de hoogste tijd voor een museum over het slavernijverleden en dat moet er zo snel mogelijk komen. Dat is het advies van de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad aan demissionair cultuurminister Ingrid van Engelshoven. Volgens het advies zouden alle Nederlanders in aanraking moeten komen met dit onderbelichte deel van onze geschiedenis en hoe dat doorwerkt tot op de dag van vandaag. Het museum moet gaan over “diegenen die onder Nederlands koloniaal bewind tot eigendom werden gemaakt en als goederen werden verhandeld”.

Een dynamisch museum voor alle generaties

De minister vroeg de raden te kijken naar het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders van de Regiegroep Nationaal Trans-Atlantisch Slavernijmuseum. De Amsterdamse gemeenteraad had om dat rapport gevraagd omdat er behoefte is aan beter onderwijs over het slavernijverleden. Volgens de raadsleden werkt het verleden door in “hedendaagse stereotypen, die tot uiting komen in structurele discriminatie en kansenongelijkheid”. Een museum zou kunnen helpen bij verzoening en in de strijd tegen het racisme.

Volgens Franc Weerwind van de Raad voor Cultuur zijn de plannen tot nu toe een prima uitgangspunt. De bedoeling is dat het een dynamisch museum wordt dat alle generaties aanspreekt. Met een flexibel educatieplatform en een stevig digitaal anker om ook jongeren te bereiken. “Het is een museum voor alle Nederlanders, maar je wil met name de jonge generatie bereiken en hun belevingswereld speelt zich voor een groot deel online af. Speel daarop in.”

Ook geschiedenis voormalige VOC-gebieden

In de verkenning werd de trans-Atlantische slavernij als uitgangspunt genomen voor het museum, maar de raden adviseren om al direct ook aandacht te besteden aan de geschiedenis van de voormalige VOC-gebieden. Volgens het advies kan “het verhaal van de trans-Atlantische slavernij (inclusief West-Afrika) niet verteld en begrepen worden zonder daar ook de Nederlandse geschiedenis van slavernij in de Indische Oceaan (inclusief Oost- en Zuid-Afrika) en Indonesische archipel bij te betrekken”.

Bovendien moet het museum zich kunnen ontwikkelen, vindt Weerwind. “De kracht van dit museum moet zijn dat het zichzelf ook vragen durft te stellen. Dat is de kans die we nu hebben. Daarmee leggen we de brug tussen verleden, heden en toekomst.”

Geen beladen gebouw

Het museum moet zo’n 7000 vierkante meter groot worden. Het advies is om daarvoor geen historisch gebouw met een beladen verleden te gebruiken. “Kies voor iets nieuws en durf dit stuk geschiedenis een plek te geven. Laat het zien en vertel het verhaal. En niet alleen over het verleden, maar breng het naar het nu om de bewustwording te vergroten”, aldus Weerwind.

Volgens het advies kan bij gebrek aan ruimte in de hoofdstad ook worden gekeken naar een andere plek in de metropoolregio Amsterdam. Volgens Weerwind is het aan de hoofdstad om dat te beslissen.

De gemeenteraad besluit naar verwachting in december over de komst van het museum. De reacties van de minister en Amsterdamse wethouders zijn veelbelovend, zegt Weerwind. Voorspellingen over de termijn waarop het pand gerealiseerd kan worden, doet hij niet. “Nu zijn de gemeente Amsterdam en het ministerie van OCW aan zet. Het is in ieder geval zonneklaar dat een dergelijk museum een plek verdient in de hoofdstad.”

Lees ook:

De vraag wat te doen met het slavernijverleden verdeelt Nederland

Als het gaat om de verwerking van ons slavernijverleden is de kloof groot, zo blijkt uit een peiling van onderzoeksbureau I&O Research in opdracht van Trouw. Twee derde van de autochtone Nederlanders vindt excuses voor slavernij geen goed idee, terwijl Nederlanders met een migratieachtergrond daar in ruime meerderheid wel voor voelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden