Review

Psychische stukken Smulboek van zoeker naar zin in waanzin

A. J. Heerma van Voss: De haas en de jager - Psychische stukken. Meulenhoff, Amsterdam; 214 blz. - f 34,50.

HANS VAN DER PLOEG

Nog vreemder zijn de antwoorden die de reisleiders er geven. De een maakt alleen heel verre reizen met geselecteerde reizigers (psychoanalyse). Een ander weet tevoren nooit waar de reis precies heen gaat, maar is er zeker van dat de reiziger zijn natuurlijke bestemming zal vinden. Nog weer een ander wil slechts met de mensen thuis over de reisplannen praten.

Gaat de vergelijking tussen de geestelijke gezondheidszorg en een 'computergestuurd' reisbureau eigenlijk wel op? En zou hulpverlening in de geestelijke gezondheidszorg simpelweg het koppelen van hulpvragers aan hulpverleners zijn? De jurist-journalist A. J. Heerma van Voss, eindredacteur van het Maandblad geestelijke volksgezondheid en schrijver van 'De haas en de jager', vindt duidelijk van niet. Groot gelijk heeft hij, zou ik zeggen, want dit samenspel verloopt veel subtieler en oneindig veel complexer.

Bij reisbureau Georganiseerd Verdriet hoeven de mensen nog niet precies te weten wat ze willen. Op hun beurt zijn de hulpverleners evenmin honderd procent zeker van de beste behandeling en het uiteindelijke resultaat.

De observaties van Heerma van Voss zijn veelal scherp en indringend, zijn betogen fijnzinnig, kritisch en meestal verbazingwekkend genuanceerd. Fundamentele vraagstukken zoals zelfmoord en hulp bij zelfdoding schuwt hij niet. Dat alle stukken al eens eerder (tussen '70 en '92) zijn gepubliceerd, is niet erg, want ze zijn nog steeds leerzaam en de moeite waard.

Als ervaringsdeskundige van een psychoanalytische behandeling heeft de auteur een scherp oog gehouden voor de willynillykant van degenen die geholpen wensen te worden door de psychiatrie: 'Repareer mij, maar blijf van mij af' en 'Ik heb zo'n honger, maar geen trek'. Er wordt heel wat overhoop gehaald in dit boek, inclusief - in 'Swami Jokkebrok en de weggewaaide pagina' - het probleem van de gek geworden, niet-helemaal-eerlijke psychiater Jan Foudraine. Maar ook aan het eigenbelang van de ouders van (jonge) psychiatrische patienten, de kwestie-Dennendal (Carel Muller) en de niet te stuiten vernieuwingsdrang in zwakzinnigenzorg en psychiatrie, het moeilijke bestwil-onwil-weerwilprincipe in de psychiatrie en de genadeloos toegepaste ideologie van de eigen verantwoordelijkheid worden heel wat pagina's gewijd.

Moet een zwakzinnige die meer dan veertig jaar in de psychiatrie is opgenomen en op een kwade dag het kledingvak in de fik steekt, bijvoorbeeld gewoon berecht worden als elke andere burger? De navolgers van Thomas Szasz menen van wel: elk mens, ook een psychiatrische patient, heeft recht op een normale berechting. De auteur geeft in dit geval evenwel de voorkeur aan het recht op ontoerekeningsvatbaarheid. Overigens was de man uit dit voorbeeld door zijn maandelange plaatsing in een gesloten afdeling al genoeg gestraft. Zou het bovendien niet een beetje absurd zijn hem zijn straf in de gevangenis te laten uitzitten?

Niet alles wat Heerma van Voss te bieden heeft, is even geslaagd. Een enkel stuk had hij beter achterwege kunnen laten, zoals zijn kritiek - oorspronkelijk afgedrukt op de opiniepagina van NRC-Handelsblad van 7 januari 1988 - op psychiaters die ongevraagd uitleg hadden gegeven over de motieven die de acteur Jules Croiset tot zijn geruchtmakende 'ontvoering' hadden bewogen. 'Psychiaters reageren als media-automaten' stond er enigszins provocerend boven. De toenmalige voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, G. R. van den Berg, diende hem twee dagen later kort en krachtig van repliek: 'Een 1 700 psychiaters gaven geen commentaar'. Jammergenoeg is deze toevoeging nergens in het boek te vinden, ook niet bij de referenties achterin. Gewoon overslaan (of juist lezen) dus maar.

Van betrokkenheid en journalistieke distantie getuigt daarentegen weer de mooie beschrijving van de belevingswereld van een junk met als kenmerken stilstand, vertraging in je hele systeem, kortom kermis in de kloten van nooit (de uitdrukking is van de dichter Frank Koenegracht).

Het klinkt misschien gek, maar ik vind 'De haas en de jager' een smulboek. Heerma van Voss weet wat schrijven is. Hij zoekt naar de zin in de waanzin, is vrijwel altijd to the point, weet het lekkerste voor het laatst te bewaren en daar de titel van het boek aan te ontlenen. Zoiets werkt - veel mensen beginnen immers een boek te lezen bij de laatste bladzijde.

'Ik was de jager en jij was de haas', zegt een (vermoedelijk schizofrene) patient in een orienterend groepsgesprek tegen de schrijver, die daarop aanvankelijk embarrassed is en met de seconde angstiger reageert. Het is een authentiek klinkend verhaal dat je treft. Het blijkt trouwens geenszins een idioot verzinsel van deze leeftijdgenoot te zijn. Als kind hadden schrijver en patient in Haarlem samen in een toneelstuk gespeeld. 'Idiote verzinsels die opeens waarheid bleken te zijn - het was alsof ik daar al heel lang naar had gezocht'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden