JubileumStudentenweekblad

Propria Cures: een libertair, tegendraads blaadje dat zich keer op keer weet te vernieuwen

Voor Het Parool gemaakte iIllustratie uit 1990 bij het eeuwfeest van studentenweekblad Propria Cures.Beeld Paul van der Steen

Van ‘Oeroeg’ tot Fokke & Sukke: de Nederlandse literatuur en media zitten vol klassiekers met wortels bij studentenweekblad Propria Cures. Maar hoe relevant is het blad nog? 

In ‘De ontdekking van de hemel’ zwetsen twee engelen een veel te dik boek aan mekaar. Onzin natuurlijk, want engelen bestaan helemaal niet. En dat is nog maar het begin. Bah, wat een rotboek.’ Het is een van de mildere besprekingen die studentenweekblad Propria Cures wijdde aan Harry Mulisch, wiens werk het in 1953 al omschreef als ‘gezocht, pedant, vaak walgingwekkend’.

Kritisch zijn en geen blad voor de mond nemen, dat is typisch voor Propria Cures – PC voor ingewijden. Dit jaar is het literaire en satirische studentenweekblad uit Amsterdam 130 jaar oud, wat het viert met een lustrumboek getiteld ‘De canon der kanonnen’. Dat boek toont PC’s geschiedenis aan de hand van honderd iconische boeken door oud-redacteuren als Martinus Nijhoff, Hella Haasse, Mensje van Keulen en Tim Krabbé. Een blik op de inhoudsopgave bewijst: veel grote schrijvers waren aan PC verbonden.

“PC is een stoomcursus journalistiek en literair schrijven”, vertelt acteur en kleinkunstenaar Erik van Muiswinkel (1961), die er van 1982 tot 1984 redacteur was. “Het was veel verantwoordelijkheid, er moest elke week een blad verschijnen, en alles werd heel kritisch ­bekeken. Dat oud-redacteuren als Jan Blokker en Hugo Brandt Corstius mijn stukken lazen, voelde ook tamelijk verbijsterend.”

Beau wilde bekend worden, ik raadde hem aan PC-redacteur te worden

De band met (oud-)redacteuren bleek belangrijk voor Van Muiswinkel. “Vanaf het moment dat ik daar binnenstapte, had ik contact met alle mensen waar ik later wat aan zou hebben.” Toen Van Muiswinkel later een bekende tv-persoonlijkheid werd, was het zijn beurt een aspirant te adviseren. “Ik werd thuis gebeld door een middelbare scholier. Hij stelde zich voor als Beau van Erven Dorens. Hij wilde bekend worden en vroeg hoe je dat doet. Ik heb hem aangeraden redacteur van PC te worden, en verdomd: een paar jaar later zag ik hem in PC’s kolommen ver­schijnen.”

Dat PC’ers behalve in boekwinkels ook op tv verschijnen, is niet verbazend. “Heel veel oud-redacteuren belanden op het mediapark in Hilversum”, vertelt schrijver Daan Doesborgh (1988), voorzitter van PC’s stichting. Doesborgh beaamt dat alumni de nieuwe redacteuren op weg helpen – “Het is een zichzelf bemestende kweekvijver” – en vertelt joviaal over zijn gesprekken met oud-redacteuren:

“Ik ga weleens koffie met ze drinken, en dan vertellen ze mooie ­verhalen over hoe ze met deze en deze beroemdheid dronken zijn ­geworden.”

Oud-redacteuren en nostalgische anekdotes; wat doorschemert is een nadruk op PC’s roemrijke verleden. Hoe belangrijk is het blad nu eigenlijk nog? Volgens Bob Polak, zelfbenoemd PC-historicus en een van de samenstellers van het lustrumboek, wordt het huidige PC ten onrechte vergeleken met dat van de hoogtijdagen. “Rond 1955 beleefde PC een unieke periode met Jan Eijkelboom, Renate Rubinstein, Joop Goudsblom, Piet Borst, Aad Nuis en anderen. PC had toen een ongekend hoge oplage, en in PC werd gepubliceerd wat elders in de zuilenmaatschappij verboden was.”

Het blad van nu is te vergelijken met PC in de vooroorlogse jaren

Sindsdien is PC als taboedoorbrekend platform links en rechts ingehaald, eerst door de tegencultuur van de jaren zestig en zeventig, ­later door media als GeenStijl, de site van oud-PC-redacteur Marck Burema. Het aantal abonnees daalde van pak ’m beet vijftien­duizend rond 1950 naar enkele honderden anno 2020.

“Je kunt het huidige PC veel ­beter vergelijken met PC in de vooroorlogse jaren”, meent Polak. “Een libertair, tegendraads blaadje dat zich keer op keer weet te vernieuwen.” Constante factoren zijn er volgens hem wel. “PC staat kritisch in het leven. Wij doen niet mee met de massa. We hebben een allergie voor blabla en moesten dan ook nooit iets hebben van Zwagerman, Mulisch of Leon de Winter.” PC voerde jarenlange polemieken met deze drie mannen.

Bovenal blijft PC volgens Polak een bakermat om te leren schrijven. Hij noemt Nina Polak (geen familie) als recent voorbeeld van wat dat oplevert, en onderstreept zijn punt met een citaat van oud-redacteur Dick Hillenius, dat ook in het lustrumboek staat: “Propria Cures kan jarenlang gevuld zijn met de grootste tinnef, maar vindt de rechtvaardiging van zijn bestaan in het eens in de zoveel tijd dienen als oefenlei, als voedingsbodem voor een niet te klein talent.”

Lees ook:

‘Smerige stukken en grappen die niet konden’

De eerste baan maakt vaak diepe indruk. Cabaretier Erik van Muiswinkel (53) begon als redacteur bij studentenblad Propria Cures.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden