Klaas de Zwaan & Evelien Jonckheere met een glasplaat die geschikt is voor een toverlantaarn.

Erfgoed

Porno, propaganda en griezelplaatjes, honderd jaar geleden was er al de toverlantaarn

Klaas de Zwaan & Evelien Jonckheere met een glasplaat die geschikt is voor een toverlantaarn. Beeld Maartje Geels

Toverlantaarns liggen te verstoffen in de kelders van musea. Zonde vinden onderzoekers uit België en Nederland. Zij willen de ‘beamer van de negentiende eeuw’ weer afstoffen.  

Als kinderen in een snoepwinkel bewegen onderzoekers Klaas de Zwaan van de Universiteit Utrecht en zijn Belgische collega Evelien Jonckheere van de Universiteit van Antwerpen zich door het Teylers Museum waar nog een aantal toverlantaarns ligt. “De toverlantaarn is een projectietechnologie waarbij glasplaatjes vergroot worden geprojecteerd. Zie het als de voorvader van de beamer”, zegt de Zwaan.

In het Teylers Museum in Haarlem staan er dus nog een paar, sommige waarbij de lichtbron met een vuurtje moest worden aangestoken, sommige met een speciaal ingebouwde microscoop. En een berg goed bewaarde glazen lantaarnplaatjes. “Dat wat we nu dia’s zouden noemen”, zegt de Zwaan.

De twee onderzoekers kijken hun ogen uit. ‘Hier zou ik een moord voor doen’, verzucht De Zwaan bij een toverlantaarn in de Ovale Zaal. Zijn Belgische collega knikt instemmend. De twee hebben elkaar duidelijk gevonden in hun gedeelde fascinatie. In het museum met zijn hoge boekenkasten, houten stellages en wetenschappelijke literatuur in oude ladekasten komt hun favoriete onderwerp helemaal tot zijn recht.

De toverlantaarn valt toe te schrijven aan de wetenschapper Christiaan Huygens. In eerste instantie werd de lantaarn vaak gebruikt op kermissen of ter illustratie van sprookjes leggen de twee uit. “Vandaar het woord tover in de naam”, zegt Jonckheere. De Zwaan: “Klopt. Het gebruik van een toverlantaarn ging altijd gepaard met een opvoering, een show.”

Klaas de Zwaan bij een toverlantaarn in het Teylers Museum. Beeld Maartje Geels

Tijdens het vertonen van de plaatjes werd bijvoorbeeld gezongen, er werden sprookjes verteld, het werd gebruikt door goochelaars en griezelaars”, legt De Zwaan uit. Jonckheere: “Het was echt een middel voor publiek vermaak. Zo zouden er pornoplaatjes op zijn vertoont in bordelen” Jonckheere: “Het mooie aan de toverlantaarn is dat je er makkelijk mee rond kon reizen en dus snel iets kon vertonen aan een groter publiek. Het is bijna een soort eerste Instagram. Al is het qua techniek en verhaal eerder een voorloper van de film.”

De Zwaan: “Ja, en naarmate de populariteit en het gebruik steeg - gaandeweg de negentiende eeuw - werd het ook steeds vaker een instrument voor wetenschappers om hun lezingen levendiger te maken. Ze gebruikten bijvoorbeeld projecties van zeedieren of het sterrenstelsel.” Zelf focust hij zich nu in zijn onderzoek op de rol van de toverlantaarn in de Eerste Wereldoorlog in Nederland. “Het werd een propagandamiddel. Onder het mom van een lezing werden anti-Duitse sentimenten via de toverlantaarn vertoond. Zo werden er bijvoorbeeld foto’s geprojecteerd van door de oorlog verwoeste Belgische steden. Beelden zeggen vaak meer dan woorden en deze moesten laten zien hoe barbaars de vijand was”, legt hij uit.

Samen met zijn Belgische collega maakt hij deel uit van een groot onderzoekproject genaamd B-magic. Daarin doen verschillende universiteiten vanuit hun eigen expertise (kunst, geschiedenis, theater, film, geografie) onderzoek naar het lantaarnerfgoed. In Utrecht richten ze zich met het onderzoeksproject Projecting Knowledge in het bijzonder op het gebruik van de toverlantaarn als verspreider van wetenschappelijke kennis.

Prullenbak

Alle betrokken onderzoekers proberen voor hun onderzoeken zoveel mogelijk oud materiaal te inventariseren. Dat is niet altijd makkelijk. “Vaak werden toverlantaarnplaatjes in series verkocht. Bijvoorbeeld een serie met plaatjes van Noordzeedieren – ik noem maar wat. Die series zijn later uit elkaar getrokken en al die dieren zijn ergens anders beland. Op Ebay staat het vol met losse toverlantaarnplaatjes. “Terugvinden waar een plaatje is gemaakt is daardoor extra ingewikkeld.”

Dat de context vaak mist is niet het enige obstakel voor de onderzoekers. Gaandeweg komen de twee er achter dat veel musea en archieven geen idee hebben wat ze moeten met de dozen vol lantaarnplaatjes – glazen plaatjes met beelden (foto’s, cartoons of teksten) die via de toverlantaarn kunnen worden geprojecteerd. “Ze verdwijnen daarom regelmatig in de prullenbak en dat willen we graag veranderen”, valt Jonckheere hem bij. “We kunnen er namelijk veel van leren over de vroegere vermaaksculturen maar ook over hoe wetenschappelijke kennis buiten de gebaande paden werd verspreid”, zegt De Zwaan.

Naast het succesvol afronden van hun eigen onderzoek hebben ze nu dus een nieuw doel: het lantaarnerfgoed beschermen. En beter nog, de toverlantaarn weer terugbrengen naar het nu. “De beelden zijn veel scherper dan die we nu gebruiken in onze PowerPoints”, zegt De Zwaan terwijl hij in de oude bibliotheek van het museum verlekkerd naar een doos lantaarnplaatjes staart. “Ze zouden niet misstaan in een collegezaal in 2019”, zegt hij terwijl hij er eentje tegen het licht houdt. 

Lees ook:

In New York zie je het papier sterven

Toen ik de krant eens bij een andere kiosk kocht, zei de kioskhouder desgevraagd dat hij dagelijks negen exemplaren ontving. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden