Review

Pom pom pom, af!

Het klassieke debuut ’Boven is het stil’ van Gerbrand Bakker is genomineerd voor de Libris Literatuurprijs 2007.

Gerbrand Bakker is het zat. Sinds de publicatie van zijn debuutroman ’Boven is het stil’ komt hij nergens meer aan toe omdat zijn dagen worden gevuld met optredens, interviews en prijsuitreikingen – hij ontving al Het Gouden Ezelsoor voor het beste debuut en de Debutantenprijs 2006 en aanstaande maandagavond dingt hij mee naar de Libris Literatuurprijs 2007. „Moet ik dat hele verdomde diner in het Amstel Hotel zitten wachten om te weten wie er heeft gewonnen. Ik krijg natuurlijk geen hap door mijn keel. Zeg nou gewoon om zeven uur wie er gewonnen heeft – en ga daarna lekker eten. Allemaal leuk en aardig, dat prijzencircus en die optredens in het land, maar ik schrijf geen letter meer.”

Het succes van ’Boven is het stil’, een klassieke, in uitgebeende stijl geschreven roman over een vader en een zoon op een boerderij, heeft Bakker totaal overdonderd. „Het verbijstert me nog steeds.” Het boek zelf schreef hij in een half jaar. „Pom pom pom en het ding was af. Het heeft me alleen zo verdomd lang gekost om er een uitgever voor te vinden. Vanaf het midden van 2003 ben ik daarmee begonnen. Een groot aantal uitgeverijen heeft het opgestuurd gekregen – De Bezige Bij, Podium, Augustus, Veen, Contact – maar allemaal stuurden ze het terug met een standaardbriefje. Ik dacht dat ik mislukt was als schrijver. Ik besloot het bijltje erbij neer te leggen en werd hovenier.”

Maar dat was te snel geconcludeerd. Het manuscript van Bakker belandde op de burelen van Uitgeverij Cossee, waar men er wél wat in zag. Uitgever Christoph Buchwald toonde zich verrast: „Nou, nou, die kan schrijven! Maar zou hij er ook nog de botte zaag in kunnen zetten?” Bakker knikt. „Buchwald had het goed gezien. Er zat mij nog iets dwars. Helmer, mijn hoofdpersoon, was bij mij komen aankloppen.”

Bakker klopt met de knokkels van zijn hand op tafel. „Er miste nog iets in zijn verhaal. Toen heb ik een hoofdstuk geschrapt en er een bijgeschreven, en het slot van het boek veranderd.” Aanvankelijk eindigde het als een happy end, maar nu heeft het verhaal een open einde en besluit met de zin: „Ik ben alleen.”

Het hele boek is doortrokken van de eenzaamheid van Helmer. „Daarover gaat dit boek in laatste instantie: uiteindelijk sta je er alleen voor, wat je ook doet. En met wie je dat ook doet.” Achteraf is Bakker dan ook blij dat de publicatie van de roman een tijdje op zich heeft laten wachten. „Stel je voor: het boek is er al, en dán kloppen de personages nog bij je aan. Dan is het te laat. Het moet bij mij ook een beetje schrijnen na afloop. Als ik ergens meteen tevreden over ben, kan ik het net zo goed weggooien.”

Zo beweegt ’Boven is het stil’ zich in de definitieve vorm overtuigend tussen de eindzin en de beginzin, die inmiddels al een zekere vermaardheid heeft gekregen. Bakker schreef ’m zo op, schijnbaar gedachteloos, in november 2002, het moment waarop de roman ook zelf een aanvang neemt. De openingszin luidt: „Ik heb vader naar boven gedaan.”

„Met die eerste zin had ik onmiddellijk de toon van het boek te pakken. Daarvoor had ik alleen het idee over die vader en die zoon. En de zoon die moest de vader iets ergs aandoen. Maar daar bleef het bij. Er kwam verder niks.” Daarna ontwikkelde het verhaal zich onder zijn handen. Bakker riep de 55-jarige boerenzoon Helmer van Wonderen in het leven, wiens leven stil is blijven staan in 1967, toen zijn tweelingbroer Henk („Wij waren jongens met één lijf”) verongelukte en hij zijn studie Nederlands moest afbreken omdat zijn vader eiste dat hij terugkeerde naar de boerderij. Henk was de oogappel van zijn vader, Helmer was nergens goed voor – maar die moest het bedrijf nu wel redden. De verstikkende verhouding met zijn vader lost Helmer op in de beginregel van de roman: hij doet zijn invalide vader naar boven, waar hij hem langzaam laat versterven: „Ik heb honger”, zegt de vader. „Ik heb ook wel eens honger”, zeg ik.

Bakker grinnikt. „Er zijn vooral veel dames die na afloop van een lezing tegen mij hebben gezegd: maar meneer, dat kán toch niet, wat die Helmer doet! Maar het kan wel. Sterker: het moet. De vader verwoest het leven van zijn zoon door hem terug te sleuren naar de boerderij – en die zoon pikt het op een gegeven moment niet langer.” Het is een wreed gegeven in een boek dat verder ook tintelt van melancholie. Dat zal ook vast meespelen bij het succes van het boek onder de lezers: in ’Boven is het stil’ wordt een nostalgisch en, inderdaad, ’stil’ beeld geschetst van het platteland. „Maar zo is het ook”, zegt Bakker. „Ik groeide zelf op in een boerderij in Wieringerwaard. Wat was dat fijn, de verpletterende veiligheid van zo’n plek. Stro, hooi, koeien. God, wat zijn die beesten lekker warm als ze in de winter in de stal staan te dampen. En schapen, die zijn ook geweldig – al zijn ze ook sneu, vooral als ze omvallen.”

Op basis van het decor en het dromerige omslag met koeien wordt zijn boek in bibliotheken nogal eens in een verkeerde afdeling geplaatst. „Dan komt er een stickertje met ’streekroman’ op de rug. Dolkomisch vind ik dat. Ik stel me dan voor dat de lezers die normaal gesproken Jannetje Visser-Roosendaal of Jos van Manen-Pieters lezen, aan mijn boek beginnen, de eerste regels lezen en zich stomverbaasd afvragen: wat krijgen we nou?” Bakker lacht hard. „Dat is toch een mooie combinatie. Het boek verkoopt en wordt gelezen omdat de mensen graag lezen over de rust van het leven buiten de stad. Ze willen ontsnappen aan de drukte van hun dagelijkse bestaan. Maar áls de mensen het eenmaal beginnen te lezen, krijgen ze hun trekken thuis.”

Bozer dan op de bibliothecarissen maakt Bakker zich op de literaire critici die zijn boek als ’streekroman’ bestempelen. „Die moesten toch beter weten.” Het valt hem sowieso op dat de critici graag etiketten plakken. „Hoe vaak de nieuwe Grunberg al niet is opgestaan!” Zelf werd hij een aantal malen vergeleken met Nescio, van wie hij grote invloed zou hebben ondergaan. „Ik houd stug vol: ik heb nooit een letter van die man gelezen. Hij zal vast prachtig werk hebben gemaakt, maar ik ken het niet. Hij is toch dood?”

Werkelijk raken doen de recensies hem niet, ook niet de positieve. En die waren verre in de meerderheid. „Dat is geen ijdelheid. Ik voel dat werkelijk zo. De aandacht van de pers en de grote verkoop laat me wezenlijk koud. Een bestseller hebben geschreven, dat voelt een beetje nattig. Geldt ook voor de Libris-nominatie van maandag. Het succes zet me alleen maar aan om het in het volgende boek allemaal nóg scherper op te schrijven. Dat heeft iets hoogmoedigs, dat geef ik toe. Ik moet en ik zal Maar zonder dat gevoel gaat het ook niet. Ik heb, bij al mijn twijfels en zelfkritiek, een diep geworteld gevoel dat ik iets te zeggen heb.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden