Politiewerk biedt Gerda Dijksman wat politiek mist

Aan avontuur heeft het Gerda Dijksman (41) tot nu toe niet ontbroken. Tijdens haar loopbaan bij de Haagse gemeentepolitie werd ze snel bestuurlijk actief. Dijksman richtte de eerste politie-emancipatiecommissie op, werd in 1989 emancipatiemedewerkster van de Nederlandse Politiebond en in 1993 secretaris van de Landelijke Politie Emancipatiecommissie.

Fred Lammers

In 1993 zocht ze het in een totaal andere richting als onderhandelaar voor het bank- en verzekeringswezen. Zij had haar benoeming bij de FNV Dienstenbond al in haar zak, toen toenmalig PvdA-partijvoorzitter Felix Rottenberg een beroep op haar deed om kamerlid te worden. Gerda Dijksman hield het één termijn vol. Anderhalf jaar geleden keerde zij terug naar haar oude liefde, de politie. Ze werd districtschef met de rang van commissaris voor de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Haar standplaats is Gorinchem. Vandaar dat zij emotionele weken achter de rug heeft.

Over dat alles vertelt zij vanmiddag live in het radioprogramma 'Boven het Dal' van de Humanistische Omroep. Het gaat daarin over mensen die in hun leven nog plaats hebben voor idealen. Idealen nastreven houdt echter in dat je af en toe de kous op de kop krijgt. Het lidmaatschap van de Tweede Kamer werd voor Gerda Dijksman een desillusie. Felix Rottenberg verwachtte dat de nieuwelingen die hij in 1994 naar het Binnenhof bracht de politieke cultuur zouden veranderen. Het moest allemaal meer spetteren en het samen optrekken van de fractieleden zette hij hoog in het vaandel. Dijksman had in dat opzicht goede papieren. Zij was opgevallen als iemand zonder kapsones en met omlijnde meningen.

Ze behoorde tot de eerste lichting vrouwen die een ME-opleiding kreeg. Behalve haar motorrijbewijs slaagde zij ook voor het examen als vrachtwagenchauffeur. Maar machogedrag is haar vreemd. Achter de politiecommissaris gaat een zeer menselijke vrouw schuil. Dat bleek bij de historische demonstratie in Den Haag tegen de kruisraketten. Gerda Dijksman vroeg bij die gelegenheid de Haagse korpsleiding haar te ontslaan van de verplichting demonstranten te begeleiden. “Ik had er grote moeite mee dat ik mogelijk zou moeten optreden tegen mensen die demonstreerden voor de vrede.”

Een vrouw met zulke principes was geknipt voor de Tweede Kamer, vond Rottenberg. Het ontbrak Gerda Dijksman niet aan goede wil en enthousiasme, maar een gevestigd instituut als het parlement moderniseer je niet zo maar even. Haar werkterrein werd uiteraard de politie, aangevuld met het drugsbeleid, aids en de daklozen. Allerlei voorstellen die ze deed werden echter afgeschoten. Toen ze een groep drugsverslaafden in het Kamergebouw uitnodigde, wilden collega-kamerleden daar niets van weten. Het nationale drugsdebat dat ze in Den Haag organiseerde, ter voorbereiding op debatten in de Kamer, trok grote belangstelling. Maar veel kamerleden vonden haar een uitslover. Haar verzoek een dag per week bij de Amsterdamse politie in de Pijp te mogen meedraaien om zo in de praktijk op de hoogte te blijven van wat er speelde op de werkvloer, werd door de fractie afgewezen vanwege verstrengeling van belangen.

Dijksman hield vol, maar kondigde in 1997 aan geen nieuwe termijn te ambiëren. In een brief aan de fractie uitte ze al haar grieven. “Ik vind de fractie zielloos. In plaats van af en toe wat spiritualiteit overheerst een constante zuurgraad. Dat maakt het werken onleefbaar. De cultuur van de fractie verlamt me en vervult me met weerzin.”

Dijksman ziet na anderhalf jaar niet om in wrok. “Ik heb in die politieke periode veel dingen geleerd waar ik nu profijt van heb. Ik maakte van nabij mee hoe de politiek werkt, hoe belangrijk netwerken zijn en hoe je ontwikkelingen indirect kunt beïnvloeden. Wat me ergerde is dat volksvertegenwoordigers zo ver van het gewone leven afstaan. Tussen kamerleden en burgers is een diepe kloof. Het draait bij politici te veel om het quootje op de televisie. Iedereen komt voor zijn eigen belangen op. Men vergeet te veel dat het draait om de mensen die je vertegenwoordigt.”

Van de politiek heeft Gerda Dijksman sindsdien afstand genomen. “Belangstelling is er echter nog wel. Ik volg de gang van zaken in Den Haag als een geïnteresseerde buitenstaander en ik heb de indruk dat het op het ogenblik in de PvdA-fractie veel beter gaat. Ad Melkert is een goede teamleider die zijn mensen weet te motiveren.”

Van haar terugkeer naar de politie, nota bene in haar geboortestreek, heeft Gerda Dijksman geen moment spijt gehad. “De solidariteit en collegialiteit, die ik in de Kamer zo miste, zijn bij de politie in hoge mate aanwezig. Ik heb het gevoel dat ik in deze functie een belangrijke bijdrage lever om het gat tussen burger en politiek kleiner te maken.”

Gerda Dijksman heeft zich door de jaren heen ingespannen voor de positie van haar seksegenoten. Ze is een groot voorstander van meer vrouwelijk 'blauw'. Daarmee gaat het nog niet naar wens. Dat Flevoland en Twente sinds enige tijd een vrouw als waarnemend korpschef hebben is volgens haar een stap in de goede richting, maar het aantal vrouwelijke districtschefs is nog zeer dun gezaaid. Bij haar aantreden zei Dijksman van zichzelf grote moeite te hebben met delegeren. “Dat gaat steeds beter. Als commissaris voel ik me volledig geaccepteerd. Ik werk met deskundige mensen, aan wie ik met een gerust hart veel kan overlaten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden