Review

Politici met een knoop in hun ziel

Houdt iemand die overstapt van een belangengroep naar de politiek het algemeen belang wel voor ogen, of praat hij of zij voor eigen parochie?

Wie zegt nog dat politici het gemakkelijk hebben? Niet zo lang geleden kopte deze krant bij een Kamerdebat over de wachtgeldregeling voor politici.: „Wie laat zich voor dit geld zo uitschelden?”

Een politicus moet nu eenmaal altijd het algemeen belang voor ogen houden, want zij of hij is geen vertegenwoordiger van een maatschappelijke organisatie die voor slechts één belang (niet zelden zijn eigen) opkomt. Dat dit niet makkelijk is, blijkt uit ’Wie in de politiek gaat, is weg?’

In deze bundel gaan tien verschillende auteurs op zoek naar de Werdegang van politici uit de christelijk-sociale traditie die de overstap waagden van het maatschappelijk middenveld naar de politiek. De vraag die als een rode draad door die biografische schetsen loopt, is: bleven ze zich aan het Haagse Binnenhof als de typische vertegenwoordiger van die ene belangenorganisatie opstellen of heeft toch de overallblik gewonnen?

De gekozen dramatis personae beslaan nagenoeg een volle eeuw parlementaire geschiedenis. De IJlster houthandelaar W.M. Oppedijk (1834-1893) is de oudste in de rij, oud-staatssecretaris en -minister L. de Graaf, geboren in 1930, de jongste. Daartussen figureren J.Th. de Visser, A.S. Talma, A. Colijn (inderdaad: ’de broer van’), W. de Vlugt,

C. Smeenk, B.W. Biesheuvel, J. (Hannie) van Leeuwen en J.E. Andriessen. Het boeiende van deze minibiografieën is dat ze een grote verscheidenheid aan antwoorden op de hierboven gestelde vraag laten zien.

De bijdrage van Kamerlid (!) Jan Jacob van Dijk over Louw de Graaf maakt duidelijk wat deze antirevolutionaire bestuurder door de woelingen rond zijn opeenvolgende verantwoordelijkheden loodste. Toen hij als staatssecretaris in 1984 mede het initiatief nam tot een herziening van de sociale zekerheidswetgeving – iets wat volgens de vakbonden gelijkstond aan diefstal – kwam De Graafs relatie met speciaal het CNV – van waaruit hij afkomstig was – ernstig onder de druk te staan. Door zijn technocratische instelling en onverstoorbaarheid bereikte De Graaf toch tamelijk ongeschonden zijn doel.

Iemand die het moeilijker had met zijn oude loyaliteit, is Barend Biesheuvel. Als kersvers Kamerlid waakte Biesheuvel op een ’bredere’ manier over de belangen van boeren, dan zij van hem als algemeen secretaris van de Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond meenden te kunnen verwachten. Die spanning verdween weliswaar langzamerhand ten gunste van het algemeen belang („Wanneer ik hier het woord voer, doe ik dat namens de antirevolutionaire fractie!”), maar ook als minister van landbouw belandde Biesheuvel nog wel eens in die spagaat. Toen een woordvoerder van de boeren Biesheuvel na een klacht over de door hem verlaagde melkprijs toevoegde: „Een paar jaar geleden () waren we het nog roerend eens. Nu denken we heel verschillend over de problemen”, moet ’Mooie Barend’ hem hebben geantwoord: „Dat komt omdat ú geen minister bent geworden.”

En dan zijn er politici als minister Talma, die als sociaal bewogen predikant altijd betrekkingen had onderhouden met het Nederlandsch Werkliedenverbond Patrimonium, en nauw bij zijn eerdere werkterrein verbonden bleef. Talma ondervond daarbij tijdens zijn ministerschap juist weerstand van nota bene zijn geestverwanten: „En weer werken mijn eigen kerkmensen mij tegen”, verzuchtte hij eens na een nederlaag in de Kamer. Talma’s handicap was dat hij én belangenbehartiger én partijganger én staatsman probeerde te zijn – en dat was te veel.

Van de andere bijdragen moet zeker Paul Werkmans empathische portret van de gewezen CNV-bestuurder Chris Smeenk worden genoemd. Die kreeg na zijn vertrek naar de Tweede Kamer van zijn voormalige vakbondscollega’s te horen: „Wie in de politiek gaat, is weg”. Dat citaat is toepasselijk als titel aan dit boek meegegeven.

Overigens valt bij élke hoofdpersoon in deze bundel wel een moment vast te stellen waarop hij of zij met een knoop in de ziel moet hebben rondgelopen. Zou die kwelling trouwens exclusief ‘kinderen van Kuyper’ gelden?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden