Opinie

Poëtische dansklacht tegen terreur

Het verwijt dat hij slachtofferkunst maakt heeft de Amerikaan Bill T. Jones, al twintig jaar langs zijn rug laten afglijden. So what? Was zijn simpele reactie. Maar met zijn nieuwste drie balletten heeft deze choreograaf de politiek correcte boodschap in zijn danskunst subtieler verborgen. De ware betekenis van zijn drieluik wordt pas in het laatste ballet onontkoombaar. Dan pas is duidelijk hoe Jones op '9/11' reageert.

Inmiddels de vijftig gepasseerd, heeft hij nog altijd het hart op de tong, maar nu hij het dansen aan anderen overlaat, meet Jones zich een poëtischer imago aan voor zijn aanklacht tegen terreur. In zijn aangename mix van ballet, atletiek en moderne dans grijpt hij terug op muziek, zijn meest essentiële drijfveer. Hij besefte dat er voor dansers niets zo spannend is als door live uitgevoerde muziek gemotiveerd te worden. Dat geldt zowel in letterlijke als figuurlijke zin.

Door de vier strijkers van het Orion String Quartet op het toneel te zetten maakt Jones de muziek van Beethoven, Kurt g en Sjostakovitsj tot een visueel onderdeel van de choreografie. Muziek en dans zijn immers voor elkaar geschapen en zoals dansers met hun lichaam musiceren, zo kunnen ook musici zichzelf en hun in strumenten laten dansen. Met de leden van het Orion String Quartet klikte het meteen en Jones waagde zich zelfs aan Beethovens strijkkwartet opus 135.

Tussen drie grillige staketsels op het gitzwarte toneel duiken acht dansers in glinsterende pakken op. In een plezierige pretentieloosheid worden ze bewogen door de strijkers aan hun voeten. Samenklonterend en uiteenstuivend lijken zij zich nog amper bewust van hun klankbodem. Pas bij het schrijnend melancholieke adagio verandert de chaos in harmonie, terwijl een eenzame danseres door de staketsels kruipt als door de buik van een walvis. Het is de opmaat voor een caleidoscopische schittering: doorschenen wolkenranden, een in stukken gevallen spiegel.

'World II', een zwart op wit creatie op twee strijkkwartetten van Kurt g oogt meer als een doorwrocht grafisch betoog. In de episodische opzet vallen indringende stiltes, waarin de dansers uiteenvallende bouwsels vormen, waartussen een danseres in duikvlucht wordt rondgedragen. De musici dwalen als witte geesten rond. Echt aangrijpend wordt al het gekrioel rond de strijkstokken niet. Als een snel opgekrabbeld geschrift in langzaam stromend water vervluchtigt dit ballet waar je bij zit.

Het langzame en snelle deel van Ravels Strijkkwartet in F (geprogrammeerd als intermezzo) is voor mij het louterende muzikale hoogtepunt. Op het wonderschoon gespeelde langzame deel is de witte gestalte die in schemerduister rechts van de vier spelers rondfladdert zelfs een hinderlijke afleiding. Nog storender zijn de zwarte spookgestalten die rode vloerdelen uitleggen, nodig voor de uitsmijter 'Black Suzanne' op Sjostakovitsj' strijkoctet. De vloer wordt dan een vleesetende plant: een rode turnmat als vuurzee. En daarmee is de politieke boodschap in deze door en door Amerikaanse productie evident. Het was te verwachten. Bill T. Jones kan zich niet aan het inferno op Ground Zero onttrekken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden