Review

'Plotseling was het water oranje'

Arjen Duinker: De gevelreiniger en anderen. Meulenhoff, Amsterdam; 54 blz. - ¿ 29,90.

Het groteske, door Duinker met speelse anarchie in stelling gebracht, speelt in deze poëzie een grote rol. Daarnaast is zijn poëzie ook onverbloemd serieus en handelt zij over gepatenteerd 'poëtische' zaken als de capriolen van de tijd, de liefde, de kloof tussen werkelijkheid en verbeelding, en, jawel, het levensmysterie. Het een is slechts schijnbaar in tegenspraak met het ander. Want wat is het groteske anders dan een vorm van bewust verfomfaaide, clowneske ernst? Vaak treden deze verschillende verschijningsvormen van de ernst - de ernst mét en die zónder clownsmasker - tegelijkertijd op. Zo spreekt in het gedicht 'Persconferentie' een niet nader aangeduide woordvoerder in humoristisch-plechtstatige termen namens en over de kakkerlak. Deze zonderlinge setting ten spijt lijkt dit gedicht tevens een verkapt en serieus te nemen dichterlijk zelfportret, bij voorbeeld in regels als:

Zelfbeklag is er niet bij, zijn universum

is getructer dan men zou denken

En op onbegrip voorbereid,

Maar bovenal is hij niet uit op liefde.

Hij wil met rust gelaten worden.

Duinker is een dichter die gefascineerd wordt door de ongewone aspecten van het gewone. Zie bijvoorbeeld wat een oranje namiddagzon - die overigens niet met name wordt genoemd, wat het beschreven verschijnsel alleen maar mysterieuzer maakt - al niet vermag in het gedicht 'Proef op de som'. De openingszinregel luidt abrupt: 'Plotseling was het water oranje'. Daarmee staat het gedicht van meet aan in vuur en vlam. Dit visuele wonder (het water heet al snel 'Dat miraculeuze water') breidt zich uit over de hele wereld, waarin alles versmelt tot een 'ongegrond oranje'. Het heeft niets droevigs, zo gaat het gedicht verder, niets onheilspellends; het lijkt integendeel een puur louterend effect te hebben. De slotstrofen luiden:

Het water stroomde als voorheen,

Maar oranje tot op de bodem.

Het ontkende bloesem, spook, melan cholie,

Het bevestigde zijn betekenis.

En de wereld stroomde eensklaps als water,

Stroomde oranje zonder motief,

Stroomde oranje, stroomde.

Er was alleen het stromen van de we reld,

Een minuut of twee, die de middag aan zich bond,

En het meisje dat een spreeuw nakeek.

Vooral die laatste strofe is mooi, omdat zij bijna achteloos illustreert waartoe poëzie in staat is. Zij doet een gooi, naar het absolute ('het stromen van de wereld') in het vatbare en 'meetbare' ('een minuut of twee', daarna is de zon verdwenen achter een wolk, zo nemen wij nu maar even aan) bestek van het gedicht. Het 'meisje dat een spreeuw nakeek' voegt aan dit alles een gevoelsmatig wezenlijk detail toe.

Deze poëzie gaat voortdurend 'Zwanger van het alledaagse', maar dat gebeurt op een onalledaagse wijze. Duinker weet aan elke lichtbron een flonkering te ontlokken die de wereld schoonwast. Zo beginnen in het gedicht 'Bij een schuur' de dingen één voor één, als door een toverstafje aangeraakt, te flonkeren. Een raam van wilgetakken, de dakrand, een gestreepte poes, alles flonkert en 'Schept een probleem in de lila vooravond.' Ook in 'Glinstering op doortocht', de titel zegt het al, flonkert er van alles op het schitterende wateroppervlak van een kanaal. Ook ditmaal duurt het niet lang of het wonder van de 'formidabele onduidelijkheid' is alweer voorbij: 'Morrend / En vloekend trokken wij ons weer terug in de natuur.'

Feitelijk zijn al zijn gedichten op te vatten als kortdurende manifestaties van de schittering die de werkelijkheid van alledag, hoe schijnbaar saai en dof ook, niettemin voor ons in petto heeft. Maar je moet er wel oog en gevoel voor hebben, en je even eigenzinnig en getruct tegenover het universum durven op te stellen als de kakkerlak uit het gedicht 'Persconferentie'. En getruct is Duinker. In zijn vrij lange gedichten met hun talrijke herhalingen en opsommingen stuurt hij bewust aan op een intensivering van het alledaagse door vertekening. Zijn poëzie doet in de verte denken aan die van Paul Rodenko, al is hij minder agressief experimenteel en lijkt hij ook minder door poëzie-theoretische doctrines gehinderd te worden dan Rodenko. Je moet een beetje in de juiste stemming zijn om deze tovenaarsleerlingachtige poëzie te kunnen waarderen. Poëzie dus die enerzijds nuchter stelt: 'Wat er is en wat er niet is, is er en is er niet', en die anderzijds een stel rozenkwekers zich onder hun rozen laat mengen alwaar zij al snel wortel schieten. Poëzie ook die van een regenbui slechts één druppel voelbaar maakt: 'Slechts één druppel, / Een druppel uit duizenden, ondefinieerbaar en galant.' Een beetje lepe, epaterende en toch ook gevoelige poëzie kortom. Die juiste stemming was er bij mij de afgelopen week en Duinkers poëzie sloot zich daar 'ondefinieerbaar en galant' bij aan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden