Review

Ploerterigheid van dertien in het dozijn

Welke klassiekers moeten we in de 21ste eeuw nog lezen?

Pieter van den Blink

Madame Bovary' van Gustave Flaubert is chronologisch gezien niet het voorste noch het achterste in de rij Franse klassieken die uit de geschiedenis blijven oplichten, maar voor veel 20ste- en 21ste-eeuwse lezers is de roman uit 1857 wel een soort gemakkelijk te ontwaren poolster in de duisternis van het verleden. Het is het eerste boek waar we aan denken, het meest nabije, van alle 19de-eeuwse, Franse klassieken. Emma Bovary is in alle talen waarin haar lotgevallen vertaald zijn Madame blijven heten, en de hele wereld kent haar van naam. De positie van andere Franse kanonnen als Balzac en Stendhal, die vóór Flaubert schreven, en Zola, die na hem kwam, kan handig afgemeten worden aan die van Flaubert en zijn heldin.

Het verhaal is dat van de kleine plattelandschirurgijn Charles Bovary, die trouwt met de knappe dochter van de boer wiens beenbreuk hij behandelt. Deze dochter Emma, die sinds het eerste en enige echte bal waarvoor zij is uitgenodigd aan Charles niet meer genoeg heeft, geeft zich over aan steeds ernstiger uitspattingen, terwijl Charles probeert aanzien te verwerven in het dorp. Ten slotte pleegt ze zelfmoord. De bourgeoisie noemde het boek zedenschennend, de kerk vond het godslasterlijk, Flaubert kreeg een proces aan zijn broek, kortom: de vaste tekenen dat we met een vernieuwend werk van doen hebben.

Het boek is al bijna honderdvijftig jaar hetzelfde, de omstandigheden zijn veranderd. De zeden zijn inmiddels zozeer geschonden dat geen lezer meer opgewonden zal raken van Emma's escapades, en de kerk - althans de christelijke - kan tegenwoordig ook een stootje hebben. Toch is 'Madame Bovary' een boek met urgentie gebleven, en zal dat ook blijven zolang de mensen weg proberen te komen met hun leugentjes en opschepperij. Flaubert onderscheidde in de westerse geschiedenis drie fasen: 'heidendom, christendom, ploertendom' en het ploertendom is voor hem precies dat: proberen ermee weg te komen, jezelf wijsmaken dat het allemaal wel deugt.

Hij schrijft in dit boek niet over ploerten, hij beschrijft de ploerterigheid die in ons allen zit. In 'Madame Bovary' komen, met uitzondering van Emma, alleen maar lieden voor die elkaar en zichzelf als de braafheid zelve beschouwen. Charles Bovary: een liefhebbende echtgenoot en aardig voor zijn patiënten. De apotheker Homais: een vrijdenker die het dorp wil 'opstoten in de vaart der volkeren'. Zelfs Emma's minnaars zijn de kwaadsten niet, al bezorgen ze haar veel verdriet. De personages zijn allemaal types waarvan er dertien in een dozijn gaan, en des te erger is het dat zij zo kalm vervallen tot ploerterigheid, want als zij niet deugen, deugt het hele dozijn niet.

Charles werkt mee aan de genezing, lees: de verdere verminking van een horrelvoet, zonder zich schuldig te voelen. Homais maakt na de dood van Emma in gedachten een lijstje van wat hij moet doen: ,,Hij moest twee brieven schrijven, voor Bovary een kalmerend drankje klaarmaken, iets verzinnen om de ware toedracht van de vergiftiging te verhullen, er voor Het Baken een artikel over maken, en dan stonden er nog mensen te wachten die van hem wilden weten wat er gebeurd was.'' Dat Emma door zijn nalatigheid arsenicum heeft kunnen eten, is geen punt voor hem, daar moet de gerespecteerde apotheker alleen iets op verzinnen.

Flaubert wijdde zijn leven aan het bestuderen van zinsbegoochelingen. Als zijn levenswerk beschouwde hijzelf niet 'Madame Bovary' maar 'De verzoeking van de heilige Antonius', over de kluizenaar en heilige die in zijn eenzaamheid streed tegen waanbeelden. Mooi aan 'Madame Bovary' is juist dat niet valt uit te maken waar de grens ligt tussen zinsbegoocheling en hersenspinsel. Tovert Homais met zijn plan voor de operatie van de horrelvoet Charles werkelijk een plan voor ogen waarin deze kan geloven, of is er voor de passage à l'acte in laatste instantie nodig dat Charles zichzelf iets wijsmaakt? En Homais zelf, wil hij echt de vooruitgang dienen, of met een dergelijke pose zijn eigen positie in de dorpsgemeenschap veiligstellen? In de Nederlandse vertaling van Hans van Pinxteren is elke nuance van Flauberts subtiele taalspel behouden gebleven.

En wat gebeurt er op de avond van het bal? Ziet Emma, de boerendochter die door haar huwelijk net madame geworden is, een wereld opengaan waarvan zij ten koste van alles deel wil uitmaken, of beeldt zij zich met behulp van het feeërieke bal in dat er zo'n wereld bestaat? Een van de mooiste zinnen uit 'Madame Bovary' staat in dat hoofdstuk. De avond is al ver gevorderd, het begint benauwd te worden in de balzalen. ,,Een bediende klom op een stoel en brak twee ruiten.'' Een rinkelend tijdsbeeld, maar bovendien een verwijzing naar Emma's situatie op dat moment. Haar gemoed is oververhit geraakt, verlangens en droombeelden beginnen te broeien. In de balzaal komt de koelte door de gebroken ruiten, maar Emma's geest blijft afgesloten. De wanhoop om haar te kleine bestaan, de onmogelijkheid tevreden te zijn met wat ze heeft, gaan vervolgens gisten. Ten slotte zoekt zij de dood, 'bijna in de verheven rust van iemand die zich heeft gekweten van een plicht'. Zij kwam niet meer weg met haar leugens.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden