Review

Plato, Nietzsche en Mendelssohn als galgemaal op een duivelseiland

George E. Berkley: Theresienstadt - De geschiedenis van het 'modelkamp' van de nazi's. De Kern, Baarn; 308 blz. - ¿ 44,50.

Maar het was een valstrik. Van de 141 000 gevangen Joden werden er ruim 80 000 naar vernietigingskampen gedeporteerd en stierven er 33 000 aan uithongering en uitputting. Het oude vestingstadje Terezín, een uur rijden van Praag, genoemd naar keizerin Maria Theresia, werd eind 1941 door de Duitse bezetter bestemd voor 'speciale categorieën' gevangenen. De Amerikaanse politicoloog George E. Berkley beschrijft in een nieuwe studie de lotgevallen van deze 'uitzonderingen', die niet wisten wat er achter de façade van Theresienstadt schuilging.

Hitler, SS-leider Himmler en SS-hoofd 'Joodse zaken' Eichmann wisten voor hun showkamp wel een paar gegadigden. Van de bejaarde Joden uit het Reich kon moeilijk gezegd worden dat ze een gevaar voor de nazistaat betekenden: afvoer naar Auschwitz was niet eenvoudig te beredeneren. Ook Joden, getrouwd met een niet-Jood, en half-Joden (kinderen van een Joodse en een niet-Joodse ouder) konden volgens de strikte nazi-normen ook niet onmiddellijk als beesten worden afgemaakt. En wie als Jood in Duitse dienst (in ziekenhuis en onderwijs) gewerkt had, kreeg tijdelijk een 'voorkeursbehandeling'. Dan waren er nog vips die wie weet eens als handelswaar dienst konden doen: de kleindochter van Franz Liszt, Franz Kafka's jongste zus Ottilie, de afgezette concertmeester van het Residentieorkest Sam Swaap (niet van het Concertgebouworkest, zoals Berkley schrijft); vele kunstenaars, musici en schrijvers, naast burgemeesters, gouverneurs, gravinnen.

In dit kamp, van 700 bij 500 meter, woonden op gegeven moment 58 000 mensen - een krankzinnige bevolkingsdichtheid. De obsessie van het eten, het gebrek aan wc's, de dreigingen van transporten, ze zijn de keerzijde van de gedichten die er gemaakt werden; van de muziek die werd gespeeld (zoals van Mendelssohn, waar kon dat in Europa?) en nieuw gecomponeerd (zoals de opera 'Der Kaiser von Atlantis' van Viktor Ullmann); van de lezingen die er gehouden zijn (over Plato en Nietzsche bijvoorbeeld).

Berkley vertelt over de bewakers en de leden van de Joodse ouderlingenraad (het 'zelfbestuur'), over de kampwinkels die nonsens verkochten (zoals - geroofde - koffers), het kampgeld met Monopoly-waarde; over de sterken en zwakken van geest: zoals de Duitse rabbijn Leo Baeck en daartegenover de meegaande Nederlandse tekenaar Jo Spier.

Enkele namen hadden een internationale bijklank (en dat kon iets uitmaken). Tienduizenden namen van 'inwoners' waren slechts in familiekring bekend, gevangenen die zich hadden vastgeklampt aan de 'zuivere' of 'prominente' lijsten die in de nazi-bureaucratie redding suggereerden. Maar hun situatie was ongewis en over hun lot kon slechts het donkerste vermoed worden. In 1943 besloten de Duitsers in het geheim, Theresienstadt en het daaraan gekoppelde 'Familienlager' in Auschwitz-Birkenau te liquideren.

Eén hoofdstuk gaat over de plaats van de Nederlanders in het kamp, zo'n 5 000 in totaal. De auteur weidt niet uit over bijvoorbeeld de 'Portugese Joden' die in de nacht van 1 op 2 februari 1944 in heel Nederland werden opgepakt. Ook de 'Barneveld-groep' - door Berkley niet nader omschreven - kwam hier terecht: Nederlandse 'prominenten' van wie velen het gelukkig hebben gered. Meedogenloos wordt Cohen geportretteerd, de co-voorzitter van de Joodse Raad in Nederland, die met zijn maitresse en vrouw een eigen huishouding in het kamp voerde.

Berkley biedt zicht op een duivelseiland waarvan een veelzijdig maar verbrokkeld beeld bekend is. Alleen H. G. Adler overtreft hem met 'Theresienstadt' uit 1955, dat ook stilstaat bij zaken als de techniek van de transporten, de enorme bureaucratie en het kampjargon. Maar de lijvigheid daarvan (900 bladzijden, waarvan 200 vol informatieve noten) is meteen de beperking. Bovendien gaat Adler minder in op het jaar 1945, toen hij zelf uit het kamp weg was. De geschiedenis van Terezín in kort bestek voorziet zeker in een behoefte: bij De Jong, Presser, Herzberg en in autobiografische notities komt het kamp uiteraard slechts deels aan de orde.

Berkley's geschiedschrijving lijdt slechts aan twee manco's. Het eerste had de Nederlandse uitgever kunnen ondervangen, door data en aantallen van transporten naar en van Theresienstadt in een bijlage op te nemen. Het tweede manco had Berkley zelf moeten voorkomen, en wel door zijn laatste hoofdstuk achterwege te laten. Zijn lessen voor nu (zoals: we moeten toch echt minder vet eten, gezien de geringe aanwezigheid van kanker onder de barre omstandigheden van het kamp) zijn te gladjes toegesneden op een optreden bij Ophra Winfrey.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden