Review

'Platée': douze points!

Eindelijk heeft het Festival Oude Muziek een opvallende en succesvolle operaproductie in huis gehaald. Van het ballet-bouffon 'Platée' van Jean-Philippe Rameau uit 1745 werd een uitermate geestige hedendaagse versie gemaakt.

UTRECHT - Het gold lange tijd als vloeken in de kerk, maar de kogel is er nu echt doorheen! In het afsluitende weekeinde van het Festival Oude Muziek werd een hilarische en geestige productie van Jean-Philippe Rameau's 'Platée' in de bak begeleid door het deels op moderne instrumenten spelende Combattimento Consort. Nog niet zolang geleden mocht dat ensemble onder geen beding onder de oude-muziekvlag spelen toen de Nationale Reisopera een productie van Hündels 'Alcina' aan het Festival aanbood. Reden: het moderne instrumentarium.

Er waait gelukkig een frisse wind in Utrecht al klonk er op een symposium tijdens het festival nog wel kritiek op de niet-barokke zangers die in 'Platée' optraden. Parbleu en pardon?! Wie maalt er om puristische streng-in-de-leer-zang als een zaal vol enthousiaste liefhebbers zo goed reageert op een opera uit 1745. Hebben ze eindelijk een volwaardige en succesvolle opera-productie (in de 21-jarige geschiedenis van het Utrechtse Festival was het bijna altijd huilen-met-de-pet-op wat opera betreft) en dan wordt er weer meteen geklaagd.

Niks van aantrekken. Gaat zien deze geslaagde enscenering, een succesvolle co-productie van het Festival, de Nationale Reisopera en Onafhankelijk Toneel Rotterdam. Deze laatste club leverde de regisseurs Mirjam Koen en Gerrit Timmers, die tevens de oogstrelende decors ontwierp. Koen en Timmers verplaatsten het verhaal over de lompe en lelijke moerasnimf Platée van de vochtige en vieze blubber naar de glimmende en vrolijke opgepoetstheid van een Disney-park. Platée (om haar lompheid te benadrukken schreef Rameau de partij voor een tenor) zwaait daar -aangekleed als een oude en lelijke versie van Shirley Temple- de scepter over de kindervriendelijke kikker-attractie.

Dit concept is uitbundig doorgevoerd en het werkt. Grollen en grappen volgen elkaar in gestadige geestigheid op en Platée en de haren hebben de lachers tot het eind toe op hun hand. Nooit geweten dat je op de meesterlijke muziek van Rameau ook een line-dance kon uitvoeren. Er is zelfs een romantische dans tussen twee elektrische kikker-karretjes. Het problematische gegeven van de obligate balletten is door choreograaf Ton Lutgerink over de hele linie met smaak en humor uitgewerkt. In één ballet is er een prachtige verwijzing naar koningin Fabiola's sprookje van de dansende waterlelie's uit de Efteling. Leerlingen van de Havo voor Muziek en Dans Rotterdam voeren Lutgerinks danspassen met verve uit en ook het koor van de Nationale Reisopera laat zich dansend niet onbetuigd. Mooi om te horen hoe goed het koor de barokke zanglijnen uit de strotten liet vloeien.

Zelden zo'n onbevallige nimf gezien als tenor Harry Nicoll, maar het is wel een lelijkerd om verliefd op te worden. Met groot gemak zingt hij de lastige titelrol waarin soepel met borst- en falsetregister gegoocheld moet worden. Nicoll acteert bovendien met overgave en hij speelt subliem met de Franse oi-klank in woorden als 'quoi', 'vois' en 'crois' daarmee het kikkergehalte van de rol komisch opwaarderend. In een scène, waarin het koor Platée toezingt dat ze bevallig en mooi is, mimet Nicoll de vraag 'moi?' vol ongeloof de zaal in. Miss Piggy had het niet kunnen verbeteren.

Platée wordt in het verhaal misbruikt om de jaloerse Juno, hier in vlammend koningsrode mantel rondsteppend, te kalmeren. Juno's immer ontrouwe echtgenoot Jupiter zal zogenaamd met Platée trouwen. Als de opgegeilde en opgewarmde moerasnimf in bruidsjapon aan het slot in het schaterlachende gezicht van Juno kijkt, begrijpt ze de loer die haar gedraaid is. Koen en Timmers bouwen daar heel mooi een wringend en pijnlijk moment van stilte in: het publiek heeft hier ook tussen alle gein door even een harde noot weg te slikken.

Van de zangers halen alleen Machteld Baumans (Juno) en Johannette Zomer (L'amour) het niveau van Nicoll. Opvallende tegenvaller is de altijd zo betrouwbare Claron McFadden die hier in de spetteraria 'Aux langueurs d'Appollon' niet voldoende vuurwerk afsteekt. Maar het algehele niveau is alleszins acceptabel en Jan Willem de Vriend leidt zijn Combattimento Consort met esprit en elan door de partituur. 'Platée': douze points!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden