Review

Pjeroo Roobjee verdwaalt in zijn eigen doolhof

De hoofdpersoon in de roman 'Oude verf' van de Vlaamse auteur Pjeroo Roobjee beklaagt zich over “'t stuk dat binnen de doolhof van mijn nieuwe leven wordt opgevoerd en waarin ik mede kom te spelen zonder één repliek te kennen, zonder enige achtergrondinformatie te hebben verkregen”.

Tja, denkt de lezer in eerste instantie, van het concert des levens krijgt niemand een program, zoals de gekalligrafeerde tegeltjes zeggen. Maar naarmate hij vordert in 'Oude verf' begrijpt hij dat het hier om een waarschuwing gaat die hij ter harte had moeten nemen. Het verhaal lijkt nochtans eenvoudig. De 109-jarige Clothaire verwijlt in gedachten steeds bij zijn grote voorbeeld, zijn 'suzerein' en 'leenheer', de in 1967 overleden auteur Herman Teirlinck.

Omdat Clothaire niet langer bij zijn vrouw wil blijven, trekt hij erop uit. Hij krijgt kennis aan een jongedame, het 'welgeschapen, laag gedecolleteerde teenagertje' Lolotte en raakt samen met haar verzeild in artistiekerige kringen. Zijn obsessie met Teirlinck en de noodzaak om voort te leven blijken functies te zijn van een plot waarbij verder betrokken zijn: Maurice Maeterlinck, de voormalig consul-generaal van Zweden, een privé-detective en een toneelgezelschap dat een bordeel drijft in de foyer.

Nog voordat de stapel bladzijden onder de rechterduim is geslonken, is de lezer al gek geworden in dit doolhof. Dat komt omdat de roman niet in overeenstemming is met zichzelf, de minimale eis om aan een kunstwerk te stellen, ook aan hommages aan de avant-garde van Herman Teirlinck.

Roobjee slaagt er niet in aan zijn eigen normen te voldoen. Zijn verhaal slingert heen en weer tussen absurdisme en realisme in een taal die wel ronkt en stampt en waarin de adjectieven zijn rondgestrooid met de gulheid van het Vlaamse land, maar die geen nuances toelaat. Het is de taal van een 'raconteur met gevestigde reputatie' zoals een van de personages zichzelf omschrijft. Wie er ook aan het woord is, wat er ook wordt beschreven, het is allemaal 'kontenverkeerd' gedoe van 'dwazekloten'.

De roman lijkt met een voorbehoud te beginnen. In een al dan niet gefingeerde dankbrief aan de auteur van zijn opdrachtgever, wordt benadrukt dat het verhaal, op verzoek, in zeven maanden geschreven werd. Lijkt, want wie de driehonderdvijftig pagina's achter de kiezen heeft, leest ten slotte een expliciete datering die duidt op een schrijftijd van niet zeven maar ruim negentien maanden. Toch was een voorbehoud bij deze roman op zijn plaats geweest en misschien moet de mededeling op de achterflap als zodanig opgevat worden: “Pjeroo

Roobjee (1945) is actief als auteur, schilder, tekenaar, acteur, causeur, graficus, vertaler, theatermaker, entertainer en zanger.'

In der Beschrünkung zeigt sich erst der Meister, zei Goethe.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden