Review

Pianotijgerin Martha Argerich speelt solo in Rotterdam

Martha Argerich en Sergio Tiempo, piano op 30 mei, De Doelen, Rotterdam

„Zou ze komen?” Die vraag gonsde woensdagavond in de rijen voor de kassa van de Rotterdamse Doelen voor aanvang van het concert dat Martha Argerich met Sergio Tiempo zou geven. Vorige week had de Argentijnse immers haar concert in het Amsterdamse Concertgebouw enkele uren tevoren geannuleerd. En Nelson Freire, met wie ze toen zou samenspelen, liet het vier dagen later in de Doelen op zíjn beurt afweten.

Maar Argerich verscheen zowaar op het podium en zo kon men haar hier voor het eerst sinds 1979 solistisch horen optreden. Argerich is vooral bekend om haar grenzeloze virtuositeit. Toch liet zij het echte pianistische glitterwerk over aan haar ruim dertig jaar jongere collega en voormalige protégé Sergio Tiempo. Die speelde Ravels ’Gaspard de la nuit’, een van de moeilijkste werken uit de pianoliteratuur. Zelf hield Argerich het bij de veel simpelere ’Kinderszenen’ van Schumann. Ze vertolkte deze charmante cyclus met veel kleur en prachtige poëzie. Zoals te verwachten bij deze ’pianotijgerin’, zoals ze wel wordt genoemd, pakte Argerich in de snellere stukjes flink uit, en over het geheel was haar speelwijze heel vrij en fantasievol.

Tiempo bleek qua techniek maar vooral ook qua temperament gewaagd aan Argerich. De 34-jarige musiceerde zelfs nóg impulsiever en grilliger. Hij speelde ’Gaspard de la nuit’ met grote contrasten en onverwachte klankeffecten, met in de hoekdelen een bruisende energie. Toch ontbrak in zijn pianospel het klare vingerspel dat Argerich als geen ander heeft. Bovendien bleek hij niet in staat met zijn door ingevingen gestuwde interpretatie een verhaallijn voldoende profiel te geven.

Dat stukje onevenwichtigheid aan de kant van Tiempo ontsierde ook het vierhandige ’Ma mère l’oye’, eveneens van Ravel. Vooral in de openingsdelen leken beide pianisten nog zoekende naar een eenheid in toucher. Grappig is dat de broertjes Lucas en Arthur Jussen, die vorige week in plaats van Argerich in het Amsterdamse Concertgebouw te beluisteren waren, deze muziek weliswaar wat schoolser, maar toch veel stijlzuiverder en eleganter speelden dan Argerich en Tiempo.

In de werken voor twee piano’s werd het één groot feest. Aantrekkelijk was de glasheldere en met veel speelplezier vertolkte Eerste symfonie van Prokofjev, in een effectieve bewerking van Rikuya Terashima. ’La Valse’ van Ravel werd een verrukkelijk pianistisch circus, al deed de hang naar virtuositeit van beide pianisten soms wel de charme van de dans wat op de achtergrond verdwijnen. Zeer gaaf klonken de ’Paganini-variaties’ van Witold Lutoslawski, zoals te verwachten was bij zulke aan elkaar gewaagde rasvirtuozen.

Toch waren de mooiste momenten op deze avond te horen in de tedere klanken van Schumanns ’Kinderszenen’. Hopelijk zal Argerich zich vanaf nu wat vaker weer solistisch manifesteren!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden