Alexandre Tharaud

Interview Alexandre Tharaud

Pianist Tharaud is verknocht aan barok: ‘Dit is muziek die plezier verschaft’

Alexandre Tharaud Beeld Marco Borggreve

Een huis-tuin-en-keukenpiano, daar moet een concertpianist niet veel van hebben, zou je zeggen. Maar Alexandre Tharaud vindt het een ideaal instrument om op te studeren. Ook Franse Barok.

“Ieder instrument is mooi”, vindt Alexandre Tharaud, “maar je moet zoeken waar de schoonheid zit.” In solistenkamer 4 van het Muziekgebouw aan ’t IJ illustreert de veelzijdige pianist wat hij bedoelt. Op z’n Tharauds zit hij kaarsrecht achter de toetsen. Er rollen een paar ingewikkelde versieringsnoten van Couperin uit, een van de componisten op zijn nieuwe cd. 

“Op deze staande piano moet ik diep graven om kleur te vinden, hij heeft geen soepele aanslag. Straks op het podium zal de grote Steinwayvleugel een walhalla zijn. Kijk, als ik steeds op een riante vleugel zou studeren, zou ik altijd blij zijn met mijn spel – alsof je in een spiegel kijkt waarin je altijd mooi bent. Op zo’n klein instrument moet je vaak lang studeren totdat iets echt mooi klinkt.”

Tharaud ging terug naar de tijd van Versailles, naar de muziek die klonk aan en om het Franse hof in de zeventiende en achttiende eeuw. Voor zijn cd stelde hij een boeket aan Franse barokmuziek samen: bekend repertoire van Rameau en Couperin, maar ook van Balbastre en Duphly, namen die je niet dagelijks voorbij ziet komen. En: tijdens de opnames bespeelde hij een vleugel, terwijl dit werk is geschreven voor het klavecimbel.

Na vijf minuten klonk alles luid en geforceerd

“Een ramp voor mij, klavecimbel spelen”, zegt de vijftigjarige Fransman, terwijl hij voorover duikt en op het tafelblad voordoet hoe licht en fijnzinnig je op de klavecimbeltoetsen te werk moet gaan. “Ik heb het één keer op een concert gedaan, twintig jaar geleden, en dat was meteen ook de laatste keer. Na vijf minuten klonk wat ik deed luid en geforceerd, alles wat niet past bij een fijngebouwd instrument als het klavecimbel. De aanslag voelt zo fragiel. Zo zit ik helemaal niet in elkaar. Op een vleugel heb je kracht nodig, en voel je de spanning en ontspanning in je fysiek.”

De verschillen tussen beide instrumenten zijn immens, en toch zet Tharaud een vleugel in. Hij voelt zich deel van de uitvoeringsgeschiedenis van deze muziek op een vleugel, en die begint bij Chopin, in de tijd dat de eerste vleugels werden gebouwd. “Chopins muziek had nooit zo geklonken wanneer hij geen Rameau had gekend en diens werk niet intensief had gespeeld. Rameau en Couperin hebben de basis gelegd voor de Franse klaviermuziek, de een met veel gedetailleerde werken, de ander met een groter gebaar.

“Ik imiteer de klavecimbelklank niet op de vleugel. Ik wil de componisten spelen, ga uit van de sfeer van de muziek en breng die over via mijn instrument. De vroege Franse klaviermuziek is bij uitstek een stijl met vele versieringen. Maar gek genoeg vormen die versieringen geen prioriteit. Je moet ze wel spelen, maar ze passen in de grote lijn van de muziek.

Goh, wat veel versieringen

“Ik speel nu al zo’n twintig jaar Franse Barok, ik ben eraan verknocht. Met de versieringen voel ik me inmiddels vrij. Op een piano moet je de accenten ervan net iets anders leggen dan op een klavecimbel om dezelfde uitdrukkingskracht te bereiken. De ornamentatie verandert ook per zaal, per vleugel, per concert. Het instrument wijst de weg en vertelt hoe je moet spelen. De luisteraars moeten niet denken: goh, wat veel versieringen in die Franse barokmuziek – ze moeten die vergeten, ze moeten de structuur horen, de zangerige lijn te pakken krijgen.”

Laat dat maar aan Tharaud over: hij krijgt het zelfs voor elkaar om Rameau van een randje jazz te voorzien. “De sfeer die uit deze Franse muziek spreekt is die van vermaak, dit is muziek die plezier verschaft, ze is dansant. De componisten componeerden toentertijd voor de koning, de prins en de graaf. Hun muziek werd in de grote kasteelzalen uitgevoerd, maar ook in de intimiteit van een slaapvertrek, en zelfs voor maar één toehoorder. Die verschillende uitvoeringspraktijken vind ik een heel spannend idee”, zegt Tharaud bevlogen.

“Een vleugel kun je intiem laten klinken, maar je kunt er ook een heel orkest uit halen. De kleurenrijkdom die een moderne concertvleugel herbergt, is oneindig.”

Lees ook:

‘Left, alone’ is een rijk stuk voor de linkerhand van de pianist

‘Left’ geldt hier letterlijk: de Deen Abrahamsen voltooide in 2015 dit solistische werk voor de linkerhand. Hij droeg zijn compositie op aan Alexandre Tharaud.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden