Review

Pianist Pogorelich schiet door in extremiteiten

Ivo Pogorelich, piano, Grote Zaal Concertgebouw de Doelen, Rotterdam, 10 mei

De comeback van het omstreden pianoidool Ivo Pogorelich is een gebeurtenis waar de gehele pianowereld naar uitkeek. Vrijdag in Eindhoven en zaterdag in Rotterdam was 'Pogo' zoals zijn fans hem noemen, voor het eerst sinds acht jaar te beluisteren.

Zijn succes begon in 1980 tijdens het Chopin-concours Warschau. Niet door dit te winnen, maar juist doordat hij de finale niet bereikte. Dat Martha Argerich daarom woedend de jury verliet en Pogorelich als 'geniaal' bestempelde, betekende op slag een internationale doorbraak. Pogorelich werd een ware hype, dat hij versterkte met excentriek spel en podiumgedrag.

Zijn vertolkingen konden adembenemend zijn, maar soms ook flegmatisch en zonder nuances. Hij leek meer te spelen om zichzelf te behagen, dan om de bedoelingen van de componisten te volgen. Aan het publiek scheen hij lak te hebben. Dat droeg hem niettegenstaande zijn houding op handen, òf het had afschuw van zijn narcisme.

Vanaf 2000 werd het stil rond Pogorelich. In het openbaar spelen deed hij niet meer. Pas in 2006 werd een recital in Rotterdam aangekondigd, maar Pogorelich zegde af vanwege een blessure.

Bij de terugkeer van de inmiddels 49-jarige Pogorelich was het de vraag hoe hij zich muzikaal heeft ontwikkeld in al die jaren van stilte. Uiterlijk bleek hij sterk veranderd: zijn vroegere wilde haren zijn gemillimeterd. Maar uit het geweld waarmee hij zich op Beethovens Sonate in c opus 111 stortte, bleek dat hij ze in figuurlijke zin allerminst kwijt is. Opmerkelijk was dat hij niet meer uit het hoofd speelde, maar van bladmuziek. Is zijn geheugen achteruitgegaan of voelt hij zich na jaren afwezigheid op het podium onzeker?

De conclusie na afloop van het recital was dat de extremiteiten in zijn spel zich in hoge mate hebben versterkt.

Technisch is hij nog een meester, maar klankmatig is er meer op zijn spel aan te merken dan ooit. Alleen de verveelde kant die Pogorelich in zijn angry young man-tijd kon hebben, leek verdwenen. Zijn gewoonte bikkelhard te beuken op bassen en incidentele melodietonen stoorde nu meer dan ooit. Alleen in het Adagietto uit Beethovens opus 111 kwam de vroegere overtuigingkracht nog tot uiting.

Vervolgens was het schrikken toen hij van Beethovens gracieuze Sonate in Fis, opus 78 een onacceptabele karikatuur maakte door zich aan geen enkel tempovoorschrift te storen en tellen naar willekeur uit te rekken en te verkorten.

Ook in Brahms’ Intermezzo in A schiep hij door overmatig langzaam spel een klankwereld die niets meer met die van de componist te maken had. Het was verrassend te moeten horen hoe een pianist zo ver kan afdwalen van het door de componist gebaande pad, zonder dat het publiek boe gaat roepen. En dan moet Pogorelich nagegeven worden dat hij zijn bizarrerieën consequent en met grote overtuiging neerzet.

Nog bonter maakte hij het in Rachmaninovs Sonate nr. 2 . Hier was geen enkele tempo-eenheid te bespeuren. Pijnlijk waren de vele luide knallen die als kanonschoten door de zaal denderden.

Na deze veldslag gaf Pogorelich geen toegift. Nog veel extremer dan tien jaar geleden liet hij een verdeeld publiek achter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden