Interview

Philippe Claudel: Het drama van de vluchtelingencrisis is dat ieder op zijn manier gelijk heeft

De Franse schrijver en filmregisseur Philippe Claudel Beeld Martijn Gijsbertsen

De Franse auteur Philippe Claudel schreef een roman over het vluchtelingendrama. In de gitzwarte parabel schetst hij de mens als een hypocriet, onverschillig wezen. 'We leven helaas in een eeuw zonder moraal.'

Lezers amuseren is voor de Franse bestsellerauteur Philippe Claudel niet genoeg. Hij wil ze raken en het liefst hun gedachten kantelen. In zijn nieuwe boek 'Archipel van de hond', een boek dat je in één adem uitleest, doet hij dat met de vluchtelingencrisis als uitgangspunt. Hij dringt geen mening op, maar pleit wel voor morele waarden en tegen onverschilligheid.

De roman speelt op een fictieve eilandengroep in de Middellandse Zee, de Archipel van de hond. Deze naam verwijst naar de Canarische Eilanden - canis is 'hond' in het Latijn - waar begin deze eeuw de immigratie van bootvluchtelingen op gang kwam. Op een dag spoelen op de archipel drie dode Afrikanen aan. Hoe zal de kleine gemeenschap reageren?

Er ontbrandt een grimmige strijd rond antagonistische begrippen als openheid en geslotenheid, verstand en verblinding, mededogen en wraak. In het conflict staan de bewoners elkaar naar het leven. Ze hebben geen naam, maar heten simpelweg Burgemeester, Onderwijzer of Pastoor, om hun archetypische karakter te benadrukken. Dat kan nooit goed aflopen.

Voor de bevreemdende, apocalyptische sfeer liet Claudel zich inspireren door schilderijen, vertelt hij tijdens een bezoek aan Nederland. Bij een scène waar de dode lichamen in een vriescel liggen, tussen de visvoorraad, dacht hij bijvoorbeeld aan stillevens - in het Frans: 'natures mortes' - van Hollandse meesters. Hij keek ook veel naar Monsù Desiderio, het pseudoniem van een 17de-eeuws schildersduo dat apocalyptische taferelen schetste van ruïnes, explosies en instortende kathedralen. "Die twee figuren scharrelden bij het schrijven steeds om me heen."

Waarom heeft u de vluchtelingencrisis gekozen als thema voor uw roman?

"Ik ben een jaar of zes geleden begonnen met schrijven, toen het Libische regime was ingestort en er geleidelijk meer vluchtelingen naar Europa kwamen. Maar ik was al getroffen door de eerste migratiegolven, in 2001, vanuit Senegal naar de Canarische Eilanden. Mensen kwamen in bootjes aan en werden vijandig onthaald. Daar wilde ik over schrijven, helemaal omdat Europa wegkeek."

De kranten hebben er jaren bol van gestaan. Wat wilde u nog toevoegen?

"Journalisten hebben veel reportages gemaakt over dode vluchtelingen op zee. Het publiek was dus op de hoogte, maar er volgde geen collectieve actie. Frankrijk is een stakingsland, maar voor de vluchtelingen ging niemand de straat op.

"De journalistiek had blijkbaar te weinig impact. Daarom wilde ik als romancier met mijn eigen beperkte middelen iets extra's doen. Het moest geen boek over vluchtelingen zelf worden. Het leek me interessanter om te kijken naar onze eigen verblinding, onze stilte, onze wens om onder elkaar te blijven in ons eigen afgesloten wereldje."

Wilde u een luis in de pels zijn?

"Absoluut. Het boek begint met een verteller, een soort koorleider uit een Griekse tragedie. Hij zegt: 'Ik ben de stoorzender, het steentje in jullie schoen'. Daar is de literatuur voor bedoeld: ontregelen, provoceren, de blik richten op iets wat we niet willen zien. Ik heb bewust verhaaltechnieken gebruikt uit de amusementslectuur, zoals de detective-spanningsboog. Het moest een spannend boek worden, geen droog filosofisch traktaat.

"Tegelijk confronteer ik de lezer met de fundamentele vragen waar het me om ging. Het belangrijkste is uiteindelijk niet welk personage wat heeft gedaan, maar wat wij zelf hebben gedaan of juist hebben nagelaten."

U noemt uw boek een parabel: een allegorisch verhaal met een moraal.

"De woorden 'parabel' en 'moraal' zijn cruciaal voor mij. Ik ben opgevoed met de evangeliën: korte, menselijke verhalen die een gewichtige boodschap illustreren. We leven nu helaas in een eeuw die de moraal achter zich heeft gelaten. 'Moraal' is een vies woord geworden.

"Mijn morele opvoeding werd nog verzorgd door de familie, de school en de kerk. Maar de kerk is leeg, de school heeft andere dingen te doen en de familie geeft vaak niet meer thuis. Veel jongeren verkeren nu in een morele leegte. Ze missen de waarden die je in staat stellen om menselijk te leven. Wat betekent het om mens te zijn? Hoe moet je dag in dag uit handelen om het predicaat 'mens' te verdienen?

"Waarden als respect, wederzijdse hulp, broederschap, mededogen en empathie zijn we kwijt. De mens van nu moet volkomen vrij zijn om het beste uit zichzelf te halen. Maar zo werkt het niet. We hebben morele opvoeding nodig."

Ook mét morele waarden blijft het lastig om je te verhouden tot de migratiecrisis. Heeft de vluchtelingenactivist meer gelijk dan de bezorgde burger die ziet hoe zijn wijk door immigratie verbrokkelt?

"Het drama is dat iedereen op zijn manier gelijk heeft. Dat zie je in het boek. De burgemeester is geobsedeerd door de wens om de kleine samenleving op zijn eiland af te schermen. Heel begrijpelijk.

"De onderwijzer wordt op zijn beurt gedreven door de vraag wat er met de drenkelingen is gebeurd. Hij verzet zich tegen de onverschilligheid, maar schiet daar niets mee op. Sterker nog, hij zaait alleen maar verdeeldheid, en de verdronken mannen krijgen hun leven er niet door terug.

"En dan heb je nog de commissaris die alles koud laat. Met zijn cynisme heeft hij eigenlijk te veel gelijk. Hij is scherpzinnig, kent de wereld en is verbitterd geraakt. Hij heeft elke hoop op een oplossing laten varen."

Op welk personage lijkt u het meest?

"Het fijne aan schrijven is dat je alle personages tegelijk kunt zijn. Ik voel me het meest verwant met de onderwijzer, al weet ik dat je in de huidige wereld niet meer door het leven kunt gaan als een naïeve idealist. Tegelijk heb ik ook veel sympathie voor de burgemeester en de commissaris. En natuurlijk voor de pastoor, die kasten vol wijze boeken heeft gelezen en er desondanks niet in slaagt het goede te doen."

Uw boek heeft een onwerkelijke, magische sfeer. Hoe heeft u die gecreëerd?

"Die sfeer heb ik dus deels gevonden in de schilderkunst. Maar ik heb me ook verdiept in de Griekse mythologie. Dat zie je bijvoorbeeld terug in de beschrijving van het landschap. Het eiland met zijn vulkaan, zijn helse gebieden en zijn vloek heeft iets mythisch. Het is een wereld die niet meer door morele waarden wordt gestuurd, maar waar het magisch denken overheerst. Het grommen van de vulkaan lijkt een goddelijke straf, net als het verdwijnen van de vis uit zee. Mensen worden bang.

"Ik wilde een tragedie scheppen, verankerd in de realiteit van een mediterraan eiland dat mobiele telefonie heeft maar tegelijk archaïsch is gebleven. Je staat er zowel aan het begin als aan het einde van onze beschaving."

U heeft jaren gezocht naar de juiste vorm voor dit boek. Worden lezers nu voldoende geraakt en beïnvloed?

"Het was inderdaad zoeken. Het moest geen realistisch verhaal worden, want dat werkt niet meer. 'Meneer Paul ging om vier uur van huis weg, gekleed in een grijze regenjas. Zijn gezicht stond zorgelijk.' Zulke zinnen kan ik niet meer lezen. Te oubollig.

"In plaats daarvan heb ik gekozen voor een rollenspel met allegorische figuren. De personages zijn vergelijkbaar met de archetypen uit de Griekse tragedie, waarin de spelers een masker droegen en een vast karakter uitbeeldden. Dat helpt om de morele boodschap over te brengen.

"Evangeliën, verhalen met een moraal, bijna niemand leest ze nog, maar vandaag de dag vormen ze misschien wel de beste spiegel om naar onszelf te kijken. Ik heb daarom de bescheiden hoop dat dit boek zal helpen om de onverschilligheid te bestrijden. Anders had ik het nooit geschreven."

'Archipel van de hond', Philippe Claudel, Uitgeverij De Bezige Bij, 240 blz., €21,99

Philippe Claudel

Schrijver, filmmaker, scenarist, docent: Fransman Philippe Claudel (56) is het allemaal. Hij woont nog altijd in zijn geboorteplaats Dombasle-sur-Meurthe, in Lotharingen.

Claudel werkte aanvankelijk als verkoper van vervalste parfum, als proefkonijn voor de farmaceutische industrie en als zanger in een punkband. Pas als hij in 1983 zijn vrouw ontmoet, komt er lijn in zijn carrière.

Claudel gaat literatuur en kunst- en filmgeschiedenis studeren en promoveert in de moderne letterkunde. Hij geeft les in Frans op scholen, in een gevangenis en een instelling voor gehandicapte kinderen.

Hij debuteert in 1999 met de roman 'Rivier vergetelheid'. Zijn internationale doorbraak komt vier jaar later met 'Grijze zielen', gevolgd door 'Het verslag van Brodeck' en 'De boom in het land van de Toraja'.

In 2007 breekt hij door als regisseur met de film 'Il y a longtemps que je t'aime'. Claudel is lid van de Académie Goncourt, die jaarlijks de literaire Prix Goncourt toekent.

Lees ook: 

Als we onze vrijheid willen behouden, moeten we grenzen stellen, zegt hoogleraar Paul Scheffer

Als we onze vrijheid willen behouden, moeten we grenzen stellen. Paul Scheffer gaat in zijn nieuwe boek 'De vorm van vrijheid' in op ons morele ongemak om over grenzen te praten. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden