Recensie

Philip Roth wilde krabben waar het jeukte

Philip Roth (1933 - 2018) stopte vijf jaar geleden met schrijven. Beeld Photo News

Wat mensen dénken, vond de deze week overleden schrijver Philip Roth veel interessanter dan: Wat zullen de mensen ervan denken?

Te gast in de talkshow van Johnny Carson zei de Amerikaanse schrijfster Jacqueline Susann dat ze Philip Roth graag wilde ontmoeten, maar hem geen hand wilde geven. Het was 1969 en de deze week overleden auteur beleefde zijn grote doorbraak met ‘Portnoy’s klacht’, een roman waaraan hij vijf jaar had gewerkt. Het publiek en zelfs iemand als Susann had moeite om fictie en realiteit uit elkaar te houden. Hoofdpersoon Alexander Portnoy was immers net als Roth een Joodse jongen uit een middenstandsgezin uit Newark. Dan moest de schrijver net als zijn karakter ook wel beheerst worden door dwangmatige seksualiteit en te pas en te onpas masturberen.

Scheren langs de werkelijkheid, ermee spelen, dat was Roths grote kwaliteit. De manier waarop hij dat deed, zorgde voortdurend voor misverstanden. De literator zou volgens sommigen vrouwen verafschuwen en zo vol Joodse zelfhaat zitten dat hij antisemitisme in de hand werkte.

In veel van de stukken die zijn opgenomen in de donderdag in vertaling verschijnende bundel ‘Waarom schrijven? Verzamelde non-fictie 1960-2013’, verweerde Roth zich tegen dat soort kritiek. Op enkele momenten leek hij de verwarring nog wat te voeden. Bijvoorbeeld door met instemming ‘de meest onberispelijke aller vertelkunstenaars, Gustave Flaubert’, te citeren: “Alles wat je verzint is waar, daar kun je zonder meer zeker van zijn. Poëzie is net zo exact als wiskunde.”

Tekst loopt door onder afbeelding

Beeld x

Geen pr-man

Maar ondertussen waarschuwde Roth vaak voor te letterlijke exegese: “Wie uit de woorden en gedachten van romanpersonages wil opmaken wat de schrijver ergens van vindt, zit op het verkeerde spoor. Het zoeken naar wat de schrijver ‘denkt’, doet inbreuk op de rijkdom van het mengsel dat het waarmerk is van de roman.” Roths boeken waren romans en geen sociologische studies. Hij was een schrijver, geïnteresseerd in het antwoord op de vraag: ‘Wat dénken mensen’, geen pr-man die zich voortdurend afvroeg: ‘Wat zullen de mensen ervan denken?’

“Hier ben ik, zonder de vermommingen en verzinsels en kunstgrepen van de roman”, schreef Roth in het voorwoord van ‘Waarom schrijven?’. Toch gaan veel van de bijna vijfhonderd pagina’s verzamelde non-fictie (voornamelijk beschouwingen, interviews en aanvaardingsredes) over diezelfde vermommingen, verzinsels en kunstgrepen die de schrijver in zijn 31 andere boeken gebruikte.

Nee, hij had niets tegen vrouwen, hoe vaak die ook de mannelijke hoofdpersonen dwars leken te zitten. “Ik heb me nooit beziggehouden met de stoere mannelijke kracht in een overwinnaarsrol, maar eerder met het omgekeerde: mannelijke kracht met een handicap. In plaats van de lof te zingen van mannelijke superioriteit heb ik eerder de man voorgesteld als stuntelig, beperkt, vernederd, verslagen en ten val gebracht. Kwetsbaarheid spant de kroon. Ik ben geen mytholoog. Ik wil mijn fictieve mannen niet voorstellen zoals ze behoren te zijn, maar gekweld, zoals mannen zijn.”

Hetzelfde geldt voor de Joodse achtergrond van veel van zijn personages. Roth vond Joden zonder zwaktes een soort gekunstelde superhelden en in wezen net zulke kwalijke karikaturen als antisemitische stereotiepen.

Krabben

De schrijver wilde krabben waar het jeukte. Met grote bogen om ongemakkelijke thema’s heen lopen, zat niet in zijn aard. Dat vond hij ook onwenselijk. Als er over sommige onderwerpen niet geschreven mocht worden, als die niet onder de publieke aandacht gebracht mochten worden, omdat ze verkeerd konden worden begrepen ‘door mensen met zwakke geesten en boosaardige instincten’, zat iets fundamenteel fout. Dat plaatste die types in een positie waarin zij ‘het niveau bepalen waarop communicatie over deze onderwerpen zal plaatsvinden’.

De schrijver moest het door de jaren maar blijven uitleggen, blijkt uit ‘Waarom schrijven?’. De intelligente, soms provocatieve, maar altijd gedreven verweren zijn inspirerende lectuur in een tijd waarin de radicale reflexen van denkers op de uiterste flanken de discussie over identiteit soms belemmeren.

Deze verzamelde non-fictie zet bovendien aan tot lezen en herlezen van Roths oeuvre, en werk van schrijvers die hij bewonderde (Kafka) en auteurs met wie hij het gesprek aanging en vriendschappen sloot (Primo Levi, Aharon Appelfeld en Mary McCarthy).

In ‘Mijn uchronie’, een stuk uit 2004, legt Roth uit hoe hij op het idee kwam voor zijn tamelijk briljante what-if-roman ‘Het complot tegen Amerika’. Opnieuw betoogde hij: het was wat het was. Het was geen sleutelroman die verwees naar de toenmalige toestand van de Verenigde Staten met George W. Bush (‘Een man die nog geen ijzerwinkel kan runnen’) aan het roer. “Het is niet mijn bedoeling metaforisch of allegorisch te zijn. Ik heb precies datgene willen doen wat ik heb gedaan: de jaren 1940-1942 reconstrueren zoals ze geweest zouden zijn als Lindbergh, en niet Wilkie de Republikeinse kandidaat was geweest en Lindbergh in plaats van Roosevelt tot president was gekozen. Mijn verbeeldingskracht was niet gericht op het verhelderen van het heden door het verleden, maar het verhelderen van het verleden door het verleden.”

Weemoed

In het huidige Trumptijdperk denkt menigeen inmiddels met enige weemoed terug aan Republikeinen van het type George W. Bush en ontvouwt zich een scenario dat nog niet eens zo lang geleden zelfs voor een what-ifroman nog te onwaarschijnlijk had geleken.

Roth heeft er niet meer over geschreven. Hij stopte vijf jaar geleden. Tijdens een interview vier jaar geleden toonde de schrijver zich wel pessimistisch over de toekomst van de Amerikaanse cultuur en de roman: “Ik betwijfel of de esthetische geletterdheid - een grote gevoeligheid voor de middelen waarmee fictie haar unieke greep op de lezende geest uitoefent - hier nog veel toekomst heeft. Over twintig jaar zal de omvang van een kritisch publiek van oordeelkundige lezers van de literaire roman ongeveer die groep zijn die Latijnse poëzie leest - dat wil zeggen nu, niet tijdens de Renaissance.”

Als Roths onheilsprofetie uitkomt, zal zijn werk in de toekomst nog vaker verkeerd worden begrepen dan in de afgelopen decennia. Pakt het allemaal minder somber uit, dan behoort een belangrijk deel van zijn oeuvre blijvend tot het soort literatuur dat lezers meer van de geschiedenis van Amerika en de westerse wereld plus het wezen van zijn bewoners laat begrijpen dan hele boekenkasten vol non-fictie. Al bedoelde Roth het daar nooit voor.

Philip Roth
Waarom schrijven? Verzamelde non-fictie 1960-2013
Vert. Else Hoog, Ko Kooman en Bartho Kriek Snick De Bezige Bij; 530 blz. € 34,99

Recensenten van Trouw bespreken pas verschenen fictie, non-fictie, jeugdliteratuur en thrillers. Lees hier meer boekrecensies. 

Lees ook: De man die ten onder gaat. Het posttraumatisch proza van Philip Roth (1933-2018)

In één week raakte de Amerikaanse literatuur twee van haar gezichtsbepalende auteurs kwijt. Na vorige week de rechts-conservatieve dandy Tom Wolfe, nu de links-progressieve Philip Roth.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden