Review

Peter Grimes gaat ten onder in gestolde Disney-golven

Kan een opera te mooi zijn? Ja. De Nederlandse Opera streek zondagavond de woeste baren van Benjamin Brittens 'Peter Grimes' glad en maakte er een gestileerde voorstelling met gestolde golven van. De plaatjes die regisseur Francesca Zambello met haar ontwerper Richard Hudson bedacht, kwamen als uit een pop-up-plaatjesboek waarin bij omslaan van een pagina plots hutjes, bootjes en golfjes omhoog springen. Edo de Waart en het Nederlands Philharmonisch Orkest onderstreepten die extreme stilering met waarlijk wonderschoon spel. Maar was het Britten?

Peter van der Lint

De esthetiek die Zambello en haar ontwerper voor deze nieuwe DNO-productie bedachten, stond haaks op de vissers-ruigheid van het drama rondom de dorps-uitgestotene Grimes. Zelfs de vieze afval-schubben waarmee alle kostuums bespat zijn, hebben iets esthetisch, alsof ze er met een ultiem oog voor detail op zijn aangebracht. De gestolde golf (die steeds groter wordt) als symbool voor dit drama waarin een kleine gemeenschap over een zonderling uit haar midden heen spoelt, is al te anekdotisch, zoals Zambello's hele regie dat eigenlijk is. En met het woord anekdotisch ben je niet ver verwijderd van het woord plat.

Bij Zambello loopt Grimes uiteraard als een vreemd soort kobold enigszins mank. Als hij met zijn nieuwe jonge vissersmaatje (nadat eerdere hulpjes om onduidelijke redenen stierven) de kroeg verlaat om in een storm te gaan vissen, kleurt de achtergrond rood. Ja, ja. Die jongen gaat een hel tegemoet weet je dan als toeschouwer. En inderdaad worden later de grote blauwe plekken op zijn rug aan het publiek getoond: alle twijfel is dan weg, maar ook alle verbeelding. Het is allemaal zo onsubtiel en zo toneelmatig. Als in de tweede akte een kerkdienst al is begonnen, dribbelt er nog snel een paartje over het toneel dat zich kennelijk verslapen heeft. Grimes' hut staat niet op een gevaarlijke klif, maar bovenop een vloedgolf; een soort surf-hut.

De scènewisselingen achter het voordoek waren luidruchtig. Dat verstoorde de concentratie van de orkestrale interludes die Britten hier plande. De Waart en het orkest waren daarin op hun best, al bleef ook daar de kritiek overeind dat de gepolijste orkestklank maar zelden een inkervende werking had.

Een dieptepunt bereikt Zambello in de scène waarin de dorpbewoners onderwijzeres Ellen Orford, die Grimes verdedigt, als mikpunt van hun agressie uitkiezen. Ze wordt in een sloep gesmeten en vervolgens 'gestenigd' met gezangboekjes; had zij iets eerder niet gezongen: 'hij die zonder zonde is, werpe de eerste steen.' Aanvankelijk mooie ideeën worden door de regisseur zelf weer om zeep geholpen. In de laatste scène, bijvoorbeeld, laat zij Ellen en haar medestander Captain Balstrode vanachter de coulissen zingen, zodat het lijkt alsof de waanzinnige Grimes de opdracht tot zelf-verdrinking slechts in een visioen hoort. Als Grimes vervolgens in neerdalende tussendoeken verdwijnt (wederom golven), komt Ellen alsnog op en wordt het beoogde effect verknald.

De personenregie laat in elk geval alle dorpstypes goed uitkomen; bovendien worden ze in de beginscène heel slim en doeltreffend geïntroduceerd. Ook de massale koorscènes zijn goed gechoreografeerd. Maar in de regie van Ellen zelf is Zambello merkwaardig terughoudend. Sopraan Janice Watson wist daardoor het hart geen moment te raken. Ook qua stempersoonlijkheid haalde Watson geenszins het niveau dat Miranda van Kralingen (krachtig geregisseerd door Monique Wagemakers) dit voorjaar bij de Reisopera in dezelfde rol liet horen. Qua kleur paste Watsons stem niet bij die van Kim Begley (Grimes) wat het a-capella-duet in de proloog parten speelde.

Begley, die de rol voor het eerst zong, was vocaal een huiveringwekkende Grimes. De schitterende 'Great Bear and Pleiades'-monoloog klonk bijzonder poëtisch en in de slotscène was zijn hallucinerende gekte heel overtuigend. Goed gecast waren Della Jones als Auntie (Tante), Catherine Wyn-Rogers als de Mrs. Marple-achtige Mrs. Sedley, John Graham-Hall als achterbakse Bob Boles en Phillip Joll als Captain Balstrode. Het DNO-koor, voor deze productie ingestudeerd door Simon Halsey, zong zich zondagavond naar een hoofdrol met als hoogtepunt de verpletterend herhaalde beschuldigende uitroep: 'Peter Grimes!'. Tijdens Grimes' waanzin klinkt die roep als een verre echo, ingekleurd door een eenzame misthoornklank. Britten op zijn allermooist, maar de ruwe rand verdwijnt in deze productie te veel achter een Disney-esthetiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden