Review

Pestte Adolf Ludwig al op het schoolplein?

Toen Ludwig Wittgenstein bijna vijftien jaar oud was werd hij door zijn vader naar de Realschule in Linz gestuurd. Onder de 330 jongens op die school bevond zich ook ene Adolf Hitler. De Führer en de Filosoof, twee mannen die hun stempel op de twintigste eeuw hebben gedrukt, hebben één jaar lang op dezelfde school gezeten.

Niet in dezelfde klas weliswaar, maar het is toch een opmerkelijk feit. Wittgensteins biografen hebben dan ook niet verzuimd het te vermelden. Maar daar bleef het bij, want ze vonden geen enkele aanwijzing dat de twee jongens elkaar ook werkelijk hebben gekend.

Toeval? Geen enkele aanwijzing? Dat valt nog te bezien, moet de Australische filosoof Kimberley Cornish hebben gedacht, en hij begon te speuren. Over zijn bevindingen schreef hij een 'opzienbarend boek', zoals de flaptekst het noemt.

Opzienbarend is het inderdaad, maar dan vooral om de onstuitbare inventiviteit waarmee Cornish uit louter vermoedens en suggesties een even originele als onwaarschijnlijke verklaring construeert van Hitlers jodenhaat, en daarmee van de holocaust: “Er is wat voorgevallen tussen Hitler en Wittgenstein op de Realschule. We hebben, denk ik, te maken met de verbazingwekkende mogelijkheid dat de loop van de twintigste eeuw radicaal werd beïnvloed door een ruzie tussen twee schooljongens.”

Cornish baseert zich in de eerste plaats op een passage uit 'Mein Kampf', waarin Hitler laat weten dat bij hem thuis het woord 'jood' nooit viel, en dat zijn vader met zijn kosmopolitische ideeën “iedere speciale nadruk op die term beschouwd zou hebben als culturele achterlijkheid”. Dan vervolgt Hitler: “Op de Realschule leerde ik echter wel een joodse jongen kennen die door ons allemaal omzichtig behandeld werd, maar alleen omdat wij hem wat betreft zijn zwijgzaamheid, wijs geworden door verscheidene ervaringen, niet helemaal meer vertrouwden.”

Volgens Cornish was deze joodse jongen niemand anders dan Ludwig Wittgenstein, die inderdaad van joodse afkomst was, al was zijn familie rooms-katholiek geworden. In deze passage zou Hitler het begin van zijn jodenhaat aanduiden. De 'joodse jongen' was daarom “de eerste schakel in de keten van haat die leidde tot Auschwitz”.

Uit Hitlers woorden maak ik juist op dat antisemitisme hier (nog) geen rol speelde, en van een persoonlijk conflict is ook geen sprake. Maar Cornish meent een spoor te hebben gevonden en snuffelt hardnekkig verder. Tal van citaten en biografische gegevens voert hij aan om zijn hypothese te steunen, zonder dat dit één concrete aanwijzing oplevert.

Dat beide jongens grote bewondering voor Wagner hadden en diens opera 'Die Meistersinger von Nürnberg' integraal konden nafluiten, is heel opmerkelijk maar bewijst niet dat ze elkaar kenden, laat staan dat ze ruzie zouden hebben gehad. Op een schoolfoto ontdekt Cornish, niet ver van Hitler, een jongen die heel goed Ludwig Wittgenstein zou kunnen zijn. Maar wat dan nog?

Na een hoofdstuk lang zijn lezers te hebben bestookt met argumenten vindt Cornish het welletjes, en draait hij de zaak om: het is “zeer waarschijnlijk dat zij elkaar inderdaad kenden, en de bewijslast van het tegendeel ligt nu bij degenen die daarover nog twijfels hebben”.

Een leuk foefje, maar ik trap er niet in. Als je eenmaal in de ban bent van een hypothese, vind je met de nodige inventiviteit altijd wel aanwijzingen die haar lijken te ondersteunen. Eenmaal begonnen ontdekte hij overal sporen. Een compleet netwerk! Want via Ludwig heeft de haat van de 'kleinsteedse pummel' uit Braunau zich uitgestrekt tot de hele familie Wittgenstein, rijk en machtig als die was.

Ziedaar een nieuwe hypothese, die van “het doorslaggevende belang van de familie Wittgenstein in de moderne geschiedenis”. Buitte Ludwigs vader, de staalmagnaat, in Hitlers ogen het Duitse volk niet uit? Was de jodenhaat van Wagner, Hitlers grote voorbeeld, niet in de eerste plaats gericht tegen de grote violist Joachim, een aangenomen zoon van Ludwigs grootvader? Werd prinses Karoline von Wittgenstein, de maîtresse van Franz Liszt, niet gehaat door Wagners vrouw Cosima, geboren uit een eerdere liefde van Liszt? Had vorst Ludwig Adolf (!) von Wittgenstein als veldmaarschalk niet de nederlaag bespoedigd van Napoleon, Hitlers andere idool? Dat het hier om twee families Wittgenstein gaat doet niet terzake: voor Hitler was de naam al voldoende reden tot haat.

Cornish wil niet alleen een opzienbarend historicus zijn, hij poneert zichzelf ook als filosoof. Dat beide schooljongens elkaar gekend hebben gaat hem nog niet ver genoeg, hij speurt ook nog naar hun wijsgerige verwantschap. Immers, Hitler heeft “stellig iets ontdekt dat hij gebruikte om eerst de NSDAP en later heel Duitsland naar zijn hand te zetten”. En dat iets vond hij bij de jonge Ludwig.

“Op de een of andere manier” kreeg hij weet van diens overtuiging dat er één geest of ziel is die de zielen van alle mensen omvat. Ja, maar dan niet van de joden, moet Hitler hebben gedacht. En hup, weer een hypothese: “Het ultieme geheim van Hitlers macht” was een “tot de rassenleer beperkte arische versie van Wittgensteins monopsychisme”.

Het beste wat je van Cornish' boek kunt zeggen is dat hij tal van gegevens heeft opgespoord die op zichzelf interessant zijn. Het gaat mis zodra hij ze met elkaar in verband tracht te brengen, alsof het allemaal stukjes moeten zijn van één en dezelfde legpuzzel. Ieder heeft recht op zijn hypothesen, maar bij een delicaat onderwerp als dit zou een historicus - ook een Australische amateur-historicus als Cornish - toch wat meer terughoudendheid moeten betrachten.

Wacht, ik zou bijna nog die andere hypothese van de onvermoeibare Cornish vergeten. Tijdens zijn verblijf in Cambridge leidde Wittgenstein een dubbelleven: behalve een meesterfilosoof was hij ook de “meesterspionnenwerver van de twintigste eeuw”. Hij was de grote onbekende die roemruchte spionnen als Kim Philby en Anthony Blunt voor de Sovjet-Unie wist te werven. Want hoe zit het met alle getuigenissen dat Wittgenstein sympathiseerde met het stalinisme, en met het feit dat uitgerekend hij in 1935, tijdens een reis naar de Sovjet-Unie, een leerstoel kreeg aangeboden in Kazan, de stad waar Lenin had gestudeerd?

Niet als filosoof, wel als werknemer van Stalin kon hij zijn vroegere schoolgenoot effectief bestrijden, want zeg nou zelf, zou hij de toenemende macht van de nazi's onbewogen hebben aangezien? Ach, zullen we dan tenminste deze ene hypothese serieus nemen? Het wachten is op Cornish' onthulling dat Martin Heidegger werkte voor de CIA.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden