Review

Perfectionist Zimerman werpt nieuw licht op Chopin

Op 17 oktober was het 150 jaar geleden dat Chopin stierf. Een passender herdenking hiervan dan het concert zondagavond in het Concertgebouw door de Poolse pianist Krystian Zimerman en zijn Polish Festival Orchestra was niet denkbaar.

Op zich was het al bijzonder dat Zimerman beide pianoconcerten van Chopin in één programma zo gaaf wist te vertolken. Zimerman presteerde echter meer: hij dirigeerde het orkest zelf van achter de vleugel. Bovendien leidde hij een tot in de kleinste details fijngeslepen ensemble, dat hij zelf ter gelegenheid van het Chopin-jaar heeft opgericht. Dit Polish Festival Orchestra bestaat uitsluitend uit jonge, Poolse musici. Met hen trekt hij deze maanden over de wereld om in de dertig belangrijkste concertzalen Chopin met dit programma te eren.

Het moet geweldig zijn voor een perfectionist als Zimerman om op deze wijze met zijn lievelingsmuziek te kunnen omgaan: niet langer overgeleverd aan vreemde dirigenten, routineuze orkesten en te krap bemeten repetitietijden, maar alles letterlijk zelf in de hand houden. Het resultaat was ernaar! Zelfs als hij beide handen nodig had voor virtuoos passagewerk, wist hij de orkestmusici perfect gelijk te laten spelen. Vaak genoeg lukt dat niet met een dirigent die niets anders te doen heeft dan de maat te slaan.

Dat Zimerman die gaafheid wist te bereiken, kwam, behalve doordat hij zo lang met dit orkest aan dezelfde stukken kon werken, vooral doordat hij als dirigent niet minder bekwaam is dan als pianist. Met zeer soepele gebaren, die vanaf zijn romp doorvloeien tot in zijn vingertoppen, kneedde hij de orkestklank. Verbazend gemakkelijk draaide hij zich razendsnel een kwartslag om, om met dezelfde gebaren de meest toverachtige of parelende klanken aan de vleugel te ontlokken.

Al direct in de opening van het eerste Pianoconcert in e frappeerden de zeer gearticuleerde, doorzichtige orkestklank en de fraaie fraseringen. In de passages met piano was er altijd een ideale balans. Daarbij bracht Zimerman veelvuldig zulke onverwachte en juist gekozen accenten aan in de orkestpartij, dat deze vaak als nieuw klonk. Op intelligente wijze bracht hij de muziek tot enerverende hoogtepunten en momenten van ultieme verstilling, bijvoorbeeld in de romance van het eerste concert. Als een opkomende avondnevel liet hij de strijkers vanuit het niets inzetten. In de daaropvolgende pianocantilene liet hij de maan schijnen over een onaards mooi landschap. Vervolgens werd de luisteraar in het Rondo weer met beide benen op de grond gezet. Die moesten ogenblikkelijk echter weer de lucht in, in de springerige Poolse volksdans die Zimerman van dit deel maakte.

Fraai was ook de ijle inzet van het tweede concert in f, als een vlinder die op een welriekende bloem neerdaalt. In dit deel overviel me echter enig gevoel van onbehagen. Dat werd opgeroepen door de enorme vrijheid en flexibiliteit in tempo. Het werd allemaal wel erg romantisch. Weliswaar was Chopin een componist uit de Romantiek, maar in zijn esthetiek stond hij dichter bij het classicisme van Mozart en Bach dan bij de vrijheden van Schumann en Liszt. Tijdens het middendeel leek het even of de componist zelf ingreep: plotseling klonken de begintonen van de orgelfuga in d-klein van de door Chopin zo geliefde Bach door de muziek heen: maar neen, het was niet Chopins geest, maar een mobiele telefoon die nog aanstond.

Het kwetsbare, maar door dit incident gelukkig nauwelijks gekwetste middendeel werd vervolgd met een vederlicht allegro vivace. Terecht mondde dit uit in een langdurig, gescandeerd en warm applaus, dat zowel voor de solist/dirigent als voor de enthousiaste orkestmusici bestemd was. En zeker ook voor Chopin zelf, wiens muziek levender dan ooit klonk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden