Review

'Pelléas et Mélisande' is muzikale topproductie

Een donker woud, een somber kasteel, de zee, een bron, een paar zonnestralen en mist. Heel veel mist. De opera 'Pelléas et Mélisande' van Claude Debussy is gebaseerd op een symbolistisch sprookje van Maurice Maeterlinck.

Het donkere bos en het kasteel staan voor Golaud, die trouwt met de mysterieuze, uit het niets opduikende Mélisande. De zee en het licht staan voor Pelléas, zijn halfbroer. Tussen hem en Mélisande bloeit een liefde op, die op een dubbele moord op de geliefden uitloopt. Hoe vaag en schemerig het verhaal zich ook ontrolt -de muziek is explicieter dan de tekst- het noodlot is vanaf het begin onafwendbaar in deze opera.

Wat moet een regisseur in 2005 met het eind-19de-eeuwse symbolisme van Maeterlinck? Peter te Nuyl, verantwoordelijk voor de regie van de nieuwe productie van de Nationale Reisopera, liet bos en zee voor wat ze zijn en koos voor eigen symbolen. Een berg ijsschotsen als decor, en voor Mélisande stijve, blauwe jassen, die ze steeds uitdoet als ze bij Pelléas is.

Te Nuyl heeft een aantal goede vondsten gedaan. Zo kan er met de jassen van Mélisande gevrijd en gevochten worden, en dient de jas zonodig als het lange haar van Mélisande. Zee en bron worden eenvoudig verbeeld door een teil, waarin het kleine jongetje Yniold (mooi onschuldig neergezet door Lenneke Ruiten) met bootjes speelt. Yniold maakt alles in pyjama mee, precies zoals het libretto ergens suggereert. Ook de personenregie is bij Te Nuyl in goede handen.

Toch roept Te Nuyls regie ergernis op. Hij wil de kijker voortdurend onder de neus wrijven dat Pelléas en Mélisande het lot in eigen hand nemen. Zo vist Yniold Mélisandes trouwring uit de teil, die ze al dan niet per ongeluk in de bron heeft laten vallen, en houdt haar die voor. Ze pakt hem niet aan.

Ook wordt nadrukkelijk aangetoond dat alle personages medeschuldig zijn, omdat ze bij bijna alle scènes aanwezig zijn. Het raadselachtige en dubbelzinnige maken zo plaats voor boodschapperigheid. Het maakt het verhaal er niet interessanter op.

Doordat iedereen er steeds met zijn neus bovenop staat, gaan de intieme momenten verloren. Het bijzondere van de ontmoeting tussen Mélisande en Golaud in het bos is niet voelbaar door de aanwezigheid van zoveel personen die ook even als boom dienst doen. En de sterfscène van Mélisande is een regelrechte aanfluiting, omdat Te Nuyl die overlaadt met gewandel van de stervende en boodschappen over een mogelijk leven na de dood. Al die drukte is misplaatst bij het liefdevolle gefluister dat Debussy componeerde rond Mélisande's doodsbed.

Het is jammer dat Te Nuyl soms regelrecht tegen de muziek ingaat, want muzikaal is dit een topproductie. Met fantastische zangers (allemaal roldebuten!) en een prachtig spelend Gelders Orkest. Ed Spanjaard, die aan zijn derde Pelléas-productie bezig is (na een concertante versie in Maastricht en een scenische in Lyon) haalt heel veel details naar boven. Wat op het podium ongezegd blijft, wordt muzikaal verwoord door het orkest. De zinderende tussenspelen stuwen het verhaal naar de climax toe.

Franco Pomponi zette de driftige Golaud zeer overtuigend neer. Johannette Zomer mag haar overstap van de barok naar de 20ste eeuw als geslaagd beschouwen. Ze slaagde er goed in om van de mysterieuze Mélisande een menselijk wezen te maken. Ook Annelies Lamm, Bernard Deletré en Roderick Kennedy zetten goede prestaties neer. Daar bovenuit torende Nathaniel Webster, die met zijn mooie wendbare bariton een Pelléas neerzette die dronken was van verliefdheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden