Naschrift

Patty Klein (1946-2019) was chaotisch, maar ook vindingrijk en origineel

Patty Klein als karikatuur (getekend door Jan van Haasteren) Beeld Jan van Haasteren

Humor was altijd het wapen van dichteres en stripscenarist Patty Klein. Zowel in haar werk als in het gewone leven. Tot er niets meer te lachen viel.

Om met een zelfgeschreven gedicht over een octopus te reageren op een advertentie op een datingsite, daar moest je Patty Klein voor heten. 'O geitenogige zuignappeling.... groenbloedig schoonzwemding.' De heer in kwestie, die na een paar teleurstellende ervaringen net de moed begon te verliezen, werd wel erg nieuwsgierig naar de vrouw achter dit gedicht. Er kwam een liefdesrelatie uit voort die later overging in vriendschap.

Deze typerende onvoorspelbaarheid zag je ook terug in haar werk. Als stripscenarist schreef Patty meer dan vijftig jaar voor onder meer de Donald Duck, Eppo en vooral Tina. Voor het laatste blad was ze verantwoordelijk voor de roodharige onhandige puber Noortje. Noortje was een soort alter-ego van Patty. Stuntelig, chaotisch, maar ook vindingrijk en origineel. En dol op dieren.

Inspiratie voor het tienermeisje haalde Patty, die zelf geen kinderen had, uit haar eigen jeugd, die haar nog helder voor de geest stond. En ook gewoon van straat, uit de trein of van kinderen van vrienden. Ze was erg nieuwsgierig en kon mensen het hemd van het lijf vragen.

Uiteraard moest Noortje technologisch ook mee met de tijd. Toen de Tina-redactie vroeg om een aflevering over vloggen kon Patty, die toen al eind zestig was, daar niet zo mee uit de voeten. Maar Pokémons vangen met de telefoon, dat sprak wel tot haar verbeelding.

Patty Klein op de kleuterschool Beeld RV

Gekke kronkels

Wie met Patty in gesprek was moest een beetje lenig zijn van geest. Ze kon razendsnel associëren en haar gedachtensprongen waren voor anderen niet altijd logisch. Zo kon ze tijdens een vergadering met collega's uit het niets voorstellen om vanuit Amsterdam naar de Betuwe te rijden om kersen te eten. Het uitstapje eindigde met een wedstrijd pitten spugen. Het waren juist die gekke kronkels die talloze stripfiguren als Hiawatha en de Grote Boze Wolf tot leven wekten en die haar gedichten tot een succes maakten.

Inspiratie voor haar werk haalde Patty vaak uit de dierenwereld. Met een vriend bezocht ze bijvoorbeeld de Berlijnse dierentuin. De hele dag zat ze ademloos voor het pandahok en zoog ze het gedrag van de beesten op. Soms begon ze in zichzelf te lachen, dan had ze een mooie ingeving voor een strip of gedicht.

Tussen de dieren was ze in haar element. Dat begon al in haar kindertijd. In het ouderlijk gezin was ze een buitenbeentje. Met een vader die architect was en een moeder die piano speelde, verkeerde het gezin in gegoede kringen, maar het bracht ook een soort kilheid en gevoeligheid voor status mee. Zowel vader als moeder kon enorm uitvallen als hen iets niet beviel aan hun dochter. De iets te zware en brildragende Patty, die nog een oudere zus had, kon en wilde niet voldoen aan de verwachtingen van haar ouders. De pianolessen van haar moeder en de muziektheorie van opa Ben Geijsel, een bekend dirigent en componist brak ze af op haar twaalfde. Ook op de mms in Amsterdam-Zuid voelde ze zich niet altijd op haar gemak tussen haar giechelende seksegenoten. Het liefst schreef ze gedichten en verhalen. Ze werd al snel hoofdredacteur van de schoolkrant.

Toen ze op haar zestiende als vrijwilligster in Artis ging werken, had ze eindelijk het gevoel ergens thuis te zijn. 'Ik was herboren, voor geen lama bang. Hier kon ik me verschuilen, levenslang', zou ze later schrijven in haar autobiografie in sonnetten 'De ziel is een pannenkoek'. Later ontdekte ze ook de magie van de onderwaterwereld. Op vakanties kon ze urenlang met een snorkel op in zee doorbrengen.

Biologie koos ze als studie, vanwege haar dierenliefde. Ze kreeg in die tijd een relatie met Arie, een sloper van beroep. Ze schreef: 'Mijn vader, architect met veel bombarie, vernielde vaak zijn kind. Maar sloper Arie bouwde een vrouw, twee armen om me heen.’ Biologie viel tegen. Ze had zichzelf al gezien als een soort Jane Goodall, redder van chimpansees. In plaats daarvan moest ze dode dieren ontleden. Ze brak haar studie af.

In die periode stuitte ze op een advertentie van de Toonder Studio's voor een stripschrijver. Patty stuurde als sollicitatie een verhaaltje over Tom Poes en De Woelwater op. Ze werd aangenomen door schrijver en tekenaar Andries Brandt. Hij zou de daaropvolgende jaren haar mentor en vaderfiguur zijn. En haar grote liefde. De relatie met sloper Arie was hier niet tegen bestand.

Scheiding

De jaren zeventig en tachtig waren voor Patty hoogtijdagen. Weg uit het strakke korset van haar jeugd. Wijde jurken, joints, een huis vol poezen, minnaars, een florerende creativiteit en genoeg betaald werk dat ze ook nog eens leuk vond. Ze trouwde, maar dat liep jaren later uit op een scheiding. Andries Brandt bleef haar vlam, al zou hij een vaste relatie altijd weigeren. Het was een grote klap toen hij in 1985 op 67-jarige leeftijd overleed. Bijna ingrijpender was het toen ze er postuum achter kwam dat Brandt tijdens de Tweede Wereldoorlog had gewerkt voor de nazi's. Ze had daar nooit enig vermoeden van gehad, al was hij altijd vaag geweest over zijn verleden. De arbeidsdiscipline die ze nota bene bij haar gevallen held had opgedaan, hielp haar er beter bovenop dan de voorgeschreven antidepressiva.

Samen met goede vriend Jan Steenman. Beeld Marlies Kieft

Al was haar liefdesleven vaak woelig, haar professionele relaties waren stabiel en duurzaam. Met de striptekenaars Jan van Haasteren en Jan Steeman zou ze ruim vijftig jaar samenwerken en dat werden vriendschappen voor het leven. Samen met een groep tekenaars richtte ze in 1975 De Vrije Balloen op, een stripblad voor volwassenen waar de medewerkers volledige artistieke vrijheid hadden. In de stripwereld waar vooral mannen werkten, werd Patty gewaardeerd om haar vakmanschap, haar zonnige humeur en ook de taartjes van de banketbakker die ze altijd meebracht. Uit handen van Het Stripschap kreeg ze de Jaarprijs voor Bijzondere Verdiensten en de Bulletje en Boonestaak Schaal.

Toen ze halverwege de veertig was begon ze weer met dichten, net als in haar jeugd. Het gaf haar plezier en ook troost. In haar gedichten was haar eigen levenstragiek terug te vinden, maar wel altijd omkleed met humor en relativering. Op al haar gepubliceerde dichtbundels droeg ze de naam Patty Scholten, de naam van haar ex-man.

Erkenning

Ook in de wereld van de poëzie werd ze gewaardeerd, al zocht ze zelf de spotlights niet actief op, daar was ze te bescheiden voor. Twee keer werd ze genomineerd voor de VSB-poëzieprijs, bijna was ze Dichteres des Vaderlands, ze won onder meer de Kees-stip Prijs en was Stadsdichter van Renkum. De erkenning deed haar goed.

Humor zat niet alleen in haar werk, maar was ook haar trouwe metgezel als het leven tegen zat. Door de ziekte van Ménière, een evenwichtsstoornis waar ze in haar laatste jaren aan leed, viel ze met enige regelmaat. Vrienden en collega's kregen dat te horen in de vorm van een smakelijk verhaal. "Ik zit weer onder de blauwe plekken, ha ha." Een pechvogel soms, wel een vrolijke. Ook was ze diabetespatiënt. Maar eentje die het niet altijd even nauw nam met een passende medische levensstijl. Op momenten dat ze eigenlijk terughoudend moest zijn met suiker, at ze liever een taartje.

Patty met een van haar geliefde poezen. Beeld Marlies Kieft

De humor als medicijn was niet genoeg. De kwalen begonnen haar op te breken. Ze voelde zich soms eenzaam. Haar vrolijkheid en creativiteit die altijd haar redding waren geweest, leken niet meer als vanzelf te stromen. Op het moment dat ze voor haar werk geridderd zou worden, lag ze in coma na een onregelmatig medicijngebruik voor haar diabetes. Het lintje als Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw kreeg ze alsnog, maar toen zat ze al in het verpleeghuis.

Een onderwaterwereld met vissen. Die werd door een beamer geprojecteerd op de muur van haar kamer in het verpleeghuis, omdat ze zo had gehouden van snorkelen. Haar beste vrienden zaten aan haar bed. Over de dood had ze al veel nagedacht, zo bleek uit haar dichtbundel 'Slapen zonder weerga' uit 2002.

Kijk niet zo bang. Het sterven doet geen pijn.
Het zal een slapen, slapen zonder dromen,
het zal een slapen zonder weerga zijn.

Patricia Cecilia Klein werd geboren op 25 januari 1946 in Den Haag en overleed op 15 maart 2019 in Ede.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl. Lees meer naschriften op trouw.nl/naschrift.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden