Review

PATS! Alweer een lief muisje in de val

Eerst even een paar rare woorden aanhalen uit Elma van Harens nieuwe bundel kindergedichten 'Het Krakkemik': 'kusboshut', 'roombotermotorbootkracht', 'suikerspinnenragebol'. Meteen maar wat (platte) spreektaal erachteraan geciteerd: 'nu zitten we in de stront', 'likmevestje', 'Flikker op!'. En tot slot van dit ook zelf wat rare begin nog een quote in de pathetisch-turbulente toonsoort. Een onweer klinkt hier tumultueus als 'de rollende donder / met donderkop en gevorkte tong'.

Gewaagd, brutaal en gelikt, zo zou je dit tuiltje aanhalingen mogen typeren. En wat te zeggen van die malle titel? 'Krakkemik' staat niet in de Van Dale. Wel 'krakkemikkig' natuurlijk, en in die richting zullen we de betekenis ervan ook wel moeten zoeken. Het leven is onvast, instabiel, wankel, en ware dat niet zo dan zou deze speelse dichteres, die graag een bengaals vuur van taaldolheid op de lezer mag loslaten, de boel waarschijnlijk alsnog uit het lood trekken.

Van Haren is nu eenmaal een rare, maar wel een van de goede, hilarische en in wezen serieuze soort. Ze is vooral bekend van haar volwassenenpoëzie, waarin ze nog veel wilder tekeergaat dan in de citaten hierboven. Alleen al de typografie ervan is even buitenissig als uniek. Ook inhoudelijk lijkt de chaos daarin te regeren. Toch is er altijd een kort moment van ordening, waarbij verwarring en inzicht elkaar in een flits doordringen zonder echt te fuseren. Die paradoxale rustpauze onder hoogspanning -zijzelf spreekt van 'een magisch niemandsmoment'- maken haar poëzie zo spannend. Alsof je in het oog van de verbale storm even tot contemplatie wordt gemaand.

Wel, zo ingewikkeld gaat het in 'De Krakkemik' natuurlijk niet toe. Een regelmatige strofenbouw, simpel, zij het soms gek taalgebruik en kindvriendelijke invallen geven de toon aan. Haar voorkeur voor tegenstellingen blijft ze echter trouw, ook al zijn die minder paradoxaal dan in haar volwassenenpoëzie. Zij schrijft over het verschil tussen koude 'lage landen' en de 'hoge warme', tussen verliefdheid en liefdesverdriet, tussen 'brave' en 'boze' mensen of tussen 'juffertje Slecht-ter-been' en 'juffertje Spring-in-het-veld'. Ze grossiert in het verwoorden van tweeslachtige gevoelens. Zo begint het gedicht 'In de gloria' inderdaad glorieus en zonnig met 'lange meisjes' die hun wijde rokken optillen en 'juichende jongens' die de bal hoog de blauwe lucht in gooien. Maar via de ietwat melige, in een vette en grote letter gezette regel 'Hiep ho in de gloria' komen we opeens, na eerst de 'boze branding' te zijn gepasseerd, in onbestemd diep water terecht. Het slot is absurdistisch en eng tegelijk:

,,Blauw blauw ademhalen

Wie haalt lucht en wie haalt water?

Regenboog- en golfgeklater.

Wie eerst lucht ademt en dan water,

is eerst levend

maar dood later.''

Eveneens tweeslachtig, op een geestige manier behoorlijk gemeen, is 'Familie'. Hierin worden vilein liefjes de talloze muizen geïntroduceerd die al decennia lang huize Van Haren bevolken. De dichteres heeft ze zelfs namen gegeven, 'Dirk, Kees, Marie of Klara', en als achternaam 'Van Haren', omdat ze toch al zo lang 'in de familie zijn'. En dan eindigt ze onverwacht, na een wederom vet, in groot corps en groot kapitaal gezet 'PATS!' met de regels ,,Alweer een Van Haren in de val. / Bloed uit bek, gebroken rug, morsdood. / Waarom doe ik dat nou steeds? / Zo krijg ik mijn familie toch nooit groot!''

Bijzonder is ook het gedicht '0.00 / 2000', handelend over de laatste eeuw- en millenniumwisseling. Een alles-of-niets-gedicht: de nieuwe eeuw staat op het punt van beginnen, maar is nog niets, tabula rasa, en toch draagt het in potentie 'alles' al ongerealiseerd in zich: ,,Ik weet van niks, ik kan niet kijken. / Ik ben de voorraad in een donkere kast. / Ik sta te wachten op de tast. / Ik ben voor later / en niemand tot last''. Het gekke is dat die merkwaardige tijdsaanduiding in de titel: '0.00' uur, zo zelden voorkomt. We schrijven òf 24.00 uur òf 00.01 uur. Al die nullen waar Van Haren mee aankomt zijn op zijn minst ongewoon, een soort niemandsland van de tijd. Eigenlijk een 'magisch niemandsmoment' dus, dat zo karakteristiek is voor haar fascinerende volwassenenpoëzie. Maar of kinderen daar iets mee kunnen...?

Tot slot kort iets over 'Over het water en onder de maan' van good old Leendert Witvliet. Wat mij betreft weer een aanrader: weemoedige, eenvoudige, subtiele verzen, heel herkenbaar maar het bekende wel tot iets nieuws oppoetsend. Een gedicht over het dichten zelf -Witvliet schrijft die vaker- stelt dit ook: ,,Een gedicht is geen brief, / alleen voor jou geschreven', het is alleen / voor zichzelf geschreven, // pas als je het leest / als nieuw en als bekend / is het ineens voor jou''. Mooie, sfeervolle gedichten over voorbije vakanties, een geliefd speelveldje dat bebouwd gaat worden of over boerenzwaluwen op een nazomeravond. Veel minder eruptief en excentriek dan Van Haren, is Witvliet in zijn genre toch een grootmeester. En zijn genre is zo makkelijk niet als het lijkt, want flauwe liedjes van verlangen zijn er in de kinderpoëzie heel veel. De zijne daarentegen zijn altijd op niveau.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden