null Beeld
Beeld

BoekrecensieDe vrouwen van Troje

Pat Barkers hervertelling van de Trojaanse oorlog is aards en fysiek als een realistische Game of Thrones

In de nieuwe, grimmig-realistische en feministische Pat Barker zit je met de Grieken verstopt in de buik van het paard. Intens! Maar het wachten en lijden daarna gaat toch wat vervelen.

Jann Ruyters

Angst stinkt, net als zweet, bloed, lijken. In De vrouwen van Troje wordt ons in het eerste hoofdstuk in enkele bladzijden de roes en de tol van het slagveld ingewreven. Achilles is dood. Zijn zoon Pyrrhus zit met zijn medestrijders verstopt in het Trojaanse paard. Je houdt je adem er bij in, toch wel. Wordt het verhaal van de inname van Troje meestal verteld vanuit de om de tuin geleide Trojanen, hier waagt een schrijver zich in de buik van het houten paard, in het hol van de leeuw zeg maar, en een feest is het daar niet. De Grieken zitten in het pikkedonker opeengepakt, ‘allemaal in elkaar verstrengeld en kronkelend als wormen in de paardenstront’. Kotsmisselijk is iedereen van de kuilen in de weg waardoor het bakbeest naar Troje wordt getrokken. De poepemmers walmen. De zestienjarige Pyrrhus is doodsbenauwd. Nog banger als hij de Trojanen buiten hoort roepen dat het paard in de hens moet worden gestoken. ‘O god, ik moet schijten’, denkt Pyrrhus

Maar, de lezer weet het al, ze trappen er toch in, de Trojanen. Even later staat Pyrrhus op de paleistrappen. ‘Als een kind van tien dat een varken slacht’ hakt hij in op de oude Trojaanse koning Priamos, een paar keer mis. ‘Het bloed van Priamos stolt op zijn huid, stinkend die vissige, ijzerachtige geur.’

Vunzig, smerig en saai

Schrijver Pat Barker werd begin jaren negentig bekend met haar vernieuwende trilogie over de Eerste Wereldoorlog Regeneration waarin ze dicht op de huid van de soldaten de gruwel in de loopgraven en het trauma daarna tekende. Even zinnelijk en gedetailleerd beschrijft ze nu in een nieuwe reeks romans de Trojaanse oorlog, fictie natuurlijk, maar door Barker neergezet in banale vunzigheid, smerigheid, saaiheid. Aan de Griekse helden is weinig heroïsch nog, verkrachters zijn het, dommeriken, machtswellustelingen. In het eerste deel De stilte van de vrouwen dat in 2018 verscheen, is Homerus’ ‘stralende’ Achilles een gekwelde, eenzame man, wraaklustig en seksueel sneu, zo blijkt als hij zich gulzig op de borsten van de door hem buit gemaakte Trojaanse prinses Briseïs stort als ze net in zee heeft gezwommen en hem zo herinnert aan zijn moeder, Thetis, godin van de zee. In het nu in vertaling verschenen tweede deel De vrouwen van Troje, geïnspireerd op Trojaanse vrouwen, een toneelstuk van Euripides, is zijn zoon Pyrrhus een roodharige puber met een vadercomplex, een windbuil met licht sadistische trekjes, die alleen van zijn paard houdt. ‘Iemand die altijd een of ander idee van zichzelf uitbeeldde alsof hij zijn hele leven voor een spiegel leidde’, aldus Briseïs, de tot slaaf gemaakte Trojaanse prinses, de verteller, door wier ogen we alles zien.

Hausse aan Oude Grieken

Barker is niet de enige auteur die zich dezer dagen op de oude Grieken stort. Meerdere hervertellingen zijn er al verschenen de afgelopen jaren, en ze doen het goed bij de lezers. Eerst de boeken van Stephen Fry (Mythos, Helden) en Madeline Miller (Circe, Een lied voor Achilles). In Frankrijk was er de bestseller van Sylvain Tesson over Homerus. En dan nu Pat Barker die de Trojaanse oorlog – net als Madeline Miller – belicht vanuit feministisch perspectief. Ook dat is niet voor het eerst, hervertellingen deinden ook op eerdere feministische golven mee. De spraakmakendste: Christa Wolfs roman Kassandra (1983) waarin het verhaal verteld wordt door de Trojaanse zieneres, in de verbeelding van Wolf geen krankzinnige maar een visionair die als enige de toekomst voorziet omdat ze de mannelijke machtspolitiek doorgrondt.

Handige Helena en grofgebekte Hekabe

Barker maakt er wel weer iets heel anders van. Haar relaas over de oorlog is geen filosofische ideeënstrijd, meer een realistische Game of Thrones, aards, fysiek. Beeldend roept ze het door eergevoel, goden en onderlinge treiterijen geplaagde leven in het Griekse kamp voor je op waar de strijders na de inname van Troje wachten tot de wind gaat liggen om de terugkeer te kunnen aanvaarden. In dit tweede deel is Briseïs zwanger van het kind van de gesneuvelde Achilles, maar na diens dood uitgehuwelijkt aan de Griek Alcimus en zo iets gestegen in de hiërarchie. Briseïs is een geharde overlever, met een scherpe maar ook empathische blik op de andere, eveneens tot slaaf gemaakte vrouwen van Troje om haar heen; ‘kindbruidje’ Andromache, de weduwe van koningszoon Hector; de opportunistische, handige Helena, de vrouw om wie het allemaal begon, hier een kunstenares die zich alleen op haar weefsels richt; de onttroonde, grofgebekte Trojaanse koningin Hekabe. Bijzonder scherp is Briseïs over zieneres Kassandra, ‘de krankzinnige’, te zeer besmet door de mannelijke machtspolitiek, met een ‘merkwaardige mengeling van kinderlijkheid, soms bijna achterlijkheid en angstaanjagendheid’, en ‘dezelfde wraaklust als Achilles’.

Schurend zand

Barkers moderne taalgebruik (‘Godsamme man wat ben je toch een slappe zak’, zegt koningin Hekabe tegen ziener Calchas) heeft iets geks, en leidde bij De stilte van de vrouwen tot verwijten van anachronisme maar het werkt wel om deze ‘moeder aller oorlogen’ levensecht voor je op te roepen. Terecht stelde Barker in een interview dat bij een hervertelling van de Ilias, fictie tenslotte, anachronisme niet aan de orde is.

Maar, de manier waarop ze de fysieke ellende breed uitmeet – van het zand dat naar schuurt op de voor een begrafenis geoliede armen tot aan de verwondingen aan keel en nek van Helena omdat Menelaos haar keelt terwijl hij haar verkracht – werkt, nu de nieuwigheid eraf is, minder confronterend dan in het vorige deel.

Dat heeft ook te maken met een gebrek aan drama. Na de spannende, intense opening rest de impasse: Troje is gevallen, de vrouwen lijden, de wind wil niet gaan liggen. Toch blijf je zeker nieuwsgierig naar wat de Britse auteur in een mogelijk volgend deel gaat maken van de terugtocht van de Grieken en de omzwervingen van Odysseus, ‘de vindingrijke’: een van de interessantste figuren uit het epos, en in deze eerste twee romans nog niet aan bod gekomen.

null Beeld

Pat Barker
De vrouwen van Troje
(The Women of Troy)
Vert. Eefje Bosch
Ambo|Anthos; 311 blz. € 22,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden