Opinie

Parodiëring vloert Henrik Ibsens 'Borkman'

AMSTERDAM - Na Pierre Audi vorige week, was het nu de beurt aan Mirjam Koen van het Onafhankelijk Toneel aan te treden als gastregisseur bij Toneelgroep Amsterdam. Zij had gekozen voor 'John Gabriel Borkman' van Henrik Ibsen, dat met 'Als wij doden ontwaken' tot de laatste stukken van de Noor behoort, stukken waarin de doodssymboliek in vele gedaanten ronddwaalt en waarin de ijzige sneeuwhelling op een winteravond of het ongenaakbare ijs van het hooggebergte het slotakkoord, sterven, begeleidt.

'John Gabriel Borkman' is rouw van de bejaarde Ibsen over tijd van leven die vermorst en verdaan is. Rouw van Borkman zelf, de bankdirecteur die acht jaar in de gevangenis heeft gezeten wegens fraude, en nu al acht jaar in de grote salon op de eerste verdieping woont zonder ooit met zijn vrouw Gunhild te spreken die in rouwende bitterheid beneden haar leven slijt. En rouw van Ella, haar tweelingzuster, die op de ochtend van de avond, waarop het stuk zich afspeelt, te horen heeft gekregen dat ze aan een dodelijke ziekte lijdt en wellicht het einde van de winter niet zal zien. Een nog ernstiger crisis beleeft ze die avond als ze, na al die jaren weer in gesprek met Borkman, te horen krijgt door welke motieven van macht en geld hun relatie werd verbroken en hij, in plaats van met haar, getrouwd is met Gunhild van wie hij niet hield.

Deze drie, in hun dromen en verdriet volkomen opgesloten figuren die niet meer met elkaar kunnen communiceren, zijn niet het vrolijkste gezelschap voor een avond toneel. Ze zijn deprimerend tot op het bot, en hun treurigheid vindt zijn brandpunt in de jonge zoon Erhart die wil leven, leven en nog es leven. Hij verlaat z'n ouders, z'n tante die hem heeft opgevoed en de Noorse kou, en gaat naar het Zuiden met Fanny Wilton, een vrouw uit het dorp, wel zeven jaar ouder dan hij, maar zeer hups. Samen met haar pupil Frida reizen de drie in een slede met zilveren rinkelbellen heen; Borkman sterft in de kou wanneer een 'hand van erts' zijn hart omvat, en als 'twee schimmen boven de dode' reiken Gunhild en Ella elkaar de dorre hand, hier verbeeld in een quatre-mains dat ze samen spelen.

In een mooi decor van Gerrit Timmers waarin banken en fauteuils van chroom en zwart leer via uitgezaagde delen steken in 19e eeuwse chaises longues en een oranjekleurig eetkamerameublement, schikt Gunhild een bloemstuk tegen een achterwand van twee grote bloemstillevens; het rechter is de schildering van een vaas met bloemen die ook exact zo op een tafel in de kamer staat. Dat is schitterend gevonden voor dit stuk: de verdane tijd is roerloos vastgelegd in het schilderij van de vaas met bloemen die daar ook nog steeds zo staat.

Overigens wordt het niet duidelijk waarom Koen dit stuk wilde regisseren. De loodzware thematiek van Ibsens late werk wilde ze, denk ik, ironiseren door de drie hoofdpersonages in een lachwekkende concurrentie om de gunsten van Erhart te laten dingen. De zaal lachte inderdaad gul, maar dit was werkelijk ongepast van Koen.

Je kunt niks hebben met de wanhoop van Ibsens personen, maar speel hem dan niet. Overigens trokken Marlies Heuer als Gunhild en Lineke Rijxman als Ella zich bitter weinig aan van dit regieplan: hun beider spel was ijzersterk, vooral waar ze tegenover elkaar stonden.

Fred Goessens, die een zeer goed acteur is, had het personage van Borkman voor zijn kiezen gekregen en dat had ik hem graag bespaard. Hij had niks met zijn personage, en zijn afwijzing van dit karakter zat zo in zijn spel besloten dat het voor de toeschouwer onmogelijk was compassie met deze Borkman op te brengen. Maar waar Koen echt helemaal de bocht uit vloog, was in haar regie van Benjamin de Wit als zoon Erhart.

Met de, voor ons gevoel inderdaad nogal geforceerde levenslust van dit jongmens, moest door een idioot overdreven gestiek en dictie zo cynisch worden afgerekend, dat ik me plaatsvervangend voor Ibsen ging generen dat deze grote schrijver zo slecht begrepen werd. Ik vind Koens opvatting nog minder begrijpelijk, omdat Ibsen zelf in dit drama met veel humor de rol van Borkmans oude vriend Foldal heeft geschreven; waar Erhart het echte en zware contrapunt is in het stuk, relativeert Foldal met zijn humaniteit en naïviteit de dwaasheden van de anderen. En Kees Hulst liet dit voortreffelijk zien.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden