Review

Pappa’s oogappel verbrast het fortuin

Buitenlanders die in het Frans schreven, gedijden vaak goed in de 20ste-eeuwse Franse letteren. De Ier Samuel Beckett kreeg in 1969 de Nobelprijs voor literatuur. De Roemeen Eugène Ionesco, de Rus Henry Troyat en de Argentijn Hector Bianciotti brachten het tot lid van de Académie Française, evenals de Senegalees Léopold Sédar Senghor. Ook de Spanjaarden Jorge Semprun, in zijn eigen land nog enkele jaren minister van cultuur, en Michel del Castillo zijn in de Franse boekhandels prominent aanwezig.

Tussen de wereldoorlogen maakte ook de Russin Irène Némirovsky (1903-1943) deel uit van dit kosmopolitisch gezelschap. In de afgelopen jaren heeft zij haar plaats in dit illustere midden onverwacht geheel heroverd.

Dat is te danken aan de postume uitgave van haar omvangrijke maar onvoltooide roman ’Storm in juni’, waarvoor haar in 2004, ruim zestig jaar na haar dood dus, de Prix Renaudot werd toegekend en waarvan in Frankrijk meer dan 350.000 exemplaren over de toonbank gingen. Ook in Nederland werd het boek alom zeer gunstig onthaald. Geen wonder dat uitgeverij De Geus nu een vertaling uitbrengt van het boek waarmee Irène Némirovsky in 1928 debuteerde en meteen haar reputatie vestigde.

Het moet gezegd, slecht is het boek niet, maar na bijna 80 jaar doet veel erin toch wel gedateerd aan. We lezen over de laatste maanden uit het leven van de steenrijke Jood David Golder, die getrouwd is met een egocentrische en materialistische helleveeg die hem al jaren bedriegt met een minnaar. Met haar heeft hij een aartsverwende dochter, die niettemin zijn oogappel is.

De toon van het verhaal doet, vooral in het begin, herhaaldelijk denken aan de vrijwel in dezelfde jaren geschreven speurdersromans van Havank of Agatha Christie. Elders doet het boek meer aan de romans van Simenon denken, al ontbeert Némirovsky de soberheid die de boeken van de Belg hun unieke charme geeft. ,,De lange, magere, witte handen vol zware ringen werden verlicht door het schijnsel van de lamp op het mahoniehouten empirebureau; ze trilden een beetje’’, lezen we in de openingsscène van de roman. Némirovsky wil goed begrepen worden, legt alles uit en kijkt daarbij niet op een adjectiefje meer of minder.

Het verhaal over hoe Golder zijn fortuin verspeelt, een nieuw fortuin vergaart voor zijn astrante dochter die het over de balk zal gooien met haar minnaar, tevens de gigolo van een oudere dame, en hoe Golder ten slotte in eenzaamheid op een boot op de Zwarte Zee aan een hartaanval bezwijkt, is eigenlijk een soap avant la lettre, die op onderhoudende wijze wordt verteld en goed is voor enkele uurtjes onbekommerd leesplezier.

Maar haar ware grootheid en kunnen toonde de schrijfster pas aan het eind van haar leven, toen ze, door verdriet en ontberingen gelouterd, het meesterwerk schreef dat haar van een plaats in de literaire erehemel heeft verzekerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden