Boekrecensie

Paolo Cognetti's dagboekaantekeningen geven de lezer een serene rust

Paolo CognettiBeeld Patrick Post

Na het succes van ‘De acht bergen’ verschijnen nu alsnog Cognetti’s dagboekaantekeningen over zijn verblijf in de Alpen

Nederlandse lezers hebben Paolo Cognetti (Milaan, 1978) inmiddels leren kennen als meesterverteller van majestueuze berglandschappen. Nadat zijn korte roman ‘De acht bergen’ in Italië werd bekroond met de Premio Strega, rees zijn ster ook in het buitenland in korte tijd naar grote hoogten. En zoals vaker gebeurt, leidt snel opvlammende roem tot herontdekking en herwaardering van vroeger werk.

Met ‘De buitenjongen’ is op die manier een pareltje opgedoken. Dit dagboek uit 2013 was Cognetti’s eerste autobiografische werkje, in feite een voorstudie voor de later bekroonde roman. De opening komt heel rechtstreeks uit het leven van de jonge schrijver. “Een paar winters geleden maakte ik een moeilijke tijd door. Ik was dertig en voelde me futloos, verloren en ontgoocheld. En vooral schreef ik niet, wat voor mij gelijkstaat aan niet slapen of niet eten: het was een leegte zoals ik die nog nooit eerder had ervaren.”

Verstikkend stadsleven

Cognetti probeert deze diepe crisis te ontvluchten door terug te keren naar de eenzaamheid van de bergen en zo ‘een oud, diepgeworteld deel’ van zichzelf, zijn ware aard als ‘buitenjongen’ terug te vinden. Tot zijn twintigste had hij zich in de bergen elke zomer steeds vrijer en gelukkiger gevoeld. Tijdens zijn tienjarige verblijf in de laagvlakten had het moderne stadsleven hem langzaam maar zeker verstikt. Met een schocktherapie van ontberingen en eenzaamheid wil hij terugkeren naar de gelukkigste herinneringen van zijn kinderjaren.

In het vervolg van het dagboek neemt het autobiografische gehalte echter weer af. Het is alsof de schrijver zich terugtrekt, zo schuchter en zeldzaam zijn de persoonlijke gedachten en ontboezemingen. Enkele keren opent Cognetti zijn hart, maar vooral indirect en vrijwel altijd in dialoog met enkele stugge bergbewoners die net als hij een existentiële band hebben met het berglandschap. In plaats van over zichzelf te spreken spiegelt hij zich in zijn nieuwe ‘leermeesters in de bergen’, en via verre herinneringen in zijn eerste kliminstructeur, levensgids en vaderfiguur.

Liefdevol ontlede landschappen

Veel lezers konden zich herkennen in enkele universele thema’s uit ‘De acht bergen’, zoals de moeizame vader-zoon relatie, een bijzondere en langdurige vriendschap, en de uiteindelijke onkenbaarheid van de menselijke ziel. Deze universaliteit komt minder sterk tot uitdrukking in ‘De buitenjongen’, maar misschien is dit dagboek juist daarom nog wel mooier en zuiverder.

De lezer wordt namelijk wel voortdurend ondergedompeld in Cognetti’s schitterende waarnemingen: bladzijden vullen zich met nauwkeurige beschrijvingen, een liefdevolle ontleding van landschappen, bomen, dieren, bouwsels en berghutten. Met zijn ingetogen, authentieke en oprechte stijl schrijft Cognetti hier de grammatica van al het leven in de bergen. Opvallend is dat de naam van de eigenlijke hoofdpersoon, ‘natuur’, nergens in zijn dagboek voorkomt.

Net als de grootste natuurdichters spreekt Cognetti planten, kruiden, bomen, vogels, dieren en insecten aan bij hun juiste namen: zij zijn het gezelschap in zijn ijle eenzaamheid. En vaak beschrijft hij met een oog voor schitterende details. Zoals wanneer hij doorkrijgt dat een volwassen arend en een jong bezig zijn met een soort vliegles, wanneer hij oog in oog staat met een oude steenbok waarvan hij de gedachten leest, of wanneer hij de sporen van een haas in de vers gevallen sneeuw volgt en uiteindelijk concludeert dat ze elkaar zijn misgelopen: “terwijl ik hém volgde was hij míj komen opzoeken.”

Dit kleine maar grootse boekje dwingt tot langzaam lezen, tot kalm reflecteren. Het geeft de lezer een serene rust. Cognetti’s proza is poëtisch, glashelder en zonder dubbele bodems. Rustig en hypnotiserend als een berg-stroompje. Veel meer dan in ‘De acht bergen’ staat de jonge schrijver in dit dagboek ook stil bij wat hij leest. Een belangrijke inspiratiebron zag hij in Chris McCandless die in 1992 op zijn 22ste stierf in de wildernis van Alaska en over wie Jon Krakauer ‘De wildernis in’ schreef. En zo verwerkt Cognetti meer grote en kleine literaire klassieken van menselijke eenzaamheid in de wilde natuur. Van Defoe’s ‘Robinson Crusoe’ via Henry David Thoreau’s ‘Walden’ naar Sylvain Tesson’s ‘Zes maanden in de Siberische wouden’. En ook de grote Italiaanse schrijvers van de bergen passeren de revue. Cesare Pavese, maar vooral Mario Rigoni Stern.

Dolende geesten

En Primo Levi. Het levert boeiende kruisbestuivingen op; zoals wanneer hij ’s avonds in ‘Het periodiek systeem’ leest over Levi’s laatste periode van vrijheid die hij met zijn studievriend Sandro Delmastro doorbracht in de Noord-Italiaanse Alpen. Een Joodse jongen en een typische bergbewoner, twee outcasts die in 1938 samen genieten van hun vrijheid in de bergen en zo ‘de nachtmerrie die over Europa hing’ een beetje vergeten. Zich spiegelend in deze voorgangers verbeeldt Cognetti in de slapeloze nacht dat hij ze rond zijn berghut hoort dolen, geesten van zeventig jaar tevoren.

Veel Italianen hebben net als Cognetti de bergen in hun bloed. Van huis uit krijgen ze de eerbied mee voor hun onbereikbare mysterie en majestueuze schoonheid. We krijgen dan ook begrip voor Cognetti’s diepe afkeer van moderne toeristen die bergen en bossen binnendringen met hun ‘heftige geuren, kleuren en klanken’, het wild verjagend ‘doof en blind voor het landschap waar ze doorheen lopen’. De buitenjongen wint het uiteindelijk weer van de stadsjongen: “Ben ik het, vroeg ik me af, die problemen heeft met de rest van de mensheid? Of zijn zij niet in staat zich over de aarde te bewegen zonder die geweld aan te doen?”

Oordeel

Nauwkeurige natuurbeschrijvingen, ingetogen en authentiek

Wie is Paolo Cognetti?

Paolo Cognetti (Milaan, 1978) wilde al vroeg schrijver worden. Hij brak een studie wiskunde af om zich als autodidact te verdiepen in de Amerikaanse literatuur. Omdat er in Milaan geen schrijversopleiding bestond, doorliep hij de filmacademie in de hoop daar te leren hoe je een verhaal vertelt. Cognetti maakte tien jaar lang documentaires, vooral over Amerikaanse schrijvers. Tussendoor schreef hij verhalenbundels. In 2012 verscheen zijn eerste roman, ‘Sofia draagt altijd zwart’. Zijn dagboek over zijn vlucht naar de bergen: ‘Il ragazzo selvatico’ is nu vertaald als ‘De buitenjongen’. Zijn roman ‘De acht bergen’ (2017) verscheen in ruim dertig talen. Hij won er in eigen land de Premio Strega mee en in Frankrijk de Prix Médicis voor het beste buitenlandse boek van 2017. ‘De acht bergen’ staat nu al bijna een jaar in de bestseller-top60.

Paolo Cognetti
De buitenjongen
Vert. Yond Boeke en Patty Krone. De Bezige Bij; 157 blz. € 18,99

Lees ook:

Nederland op z’n malst: derechttoe rechtaanroman van Henk Rijks

Henk Rijks schetst een Nederland vol nouveau-riches, perverselingen en zweefteven

Hoe ons alfabet is ontstaan

Bette Westera legt uit hoe ons alfabet is ontstaan. Dat ging heel anders dan we denken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden