Review

'Palen, pinnen, draden. Da's alles'

Opeens stond de zijne daar tussen die van beroemde schrijversnamen als Julian Barnes, Beryl Bainbridge, Patrick McCabe en Ian McEwan: Magnus Mills. Genomineerd voor de belangrijkste literaire prijs van Engeland, de Bookerprijs. Dat was even wennen, want Mills was in de eerste plaats geen schrijver maar buschauffeur.

Peter Sierksma

Mills reed in Londen wisselend op de lijnen 109, 118, 137, 159 en 319. Ooit had hij vijftien weken lang een column in de krant The Independent. Over bussen met name. Maar na vijftien 'geschifte afleveringen', zoals Mills ze zelf typeert, was het opeens afgelopen en had de krant geen interesse meer. ,,Ik schreef over bussen. Over imaginaire bussen, hippiebussen, de dingen die je ziet vanuit de bussen en over Stanley, de conducteur. Maar goed, hoe leuk die stukjes ook waren, voor de krant bleef de buschauffeur uiteindelijk toch gewoon 'buschauffeur'. Een hobbyist, geen schrijver.''

De reacties van de pers op zijn roman The restraint of beasts, herinnert Mills zich, toen zijn nominatie in september 1998 bekend werd, waren dan ook meer gericht op het fenomeen Mills dan op zijn werk zelf. Kop uit een van de kranten: 'Brixton bus driver denies he is on route to literary riches'.

En het werk zelf? Dat werd voor het gemak al snel over een kam geschoren met de trendy romans Trainspotting van Irvine Welsh en Morvern Callern van Alan Warner. Mills: ,,Ik denk dat de critici niet goed gelezen hebben. Ze dachten, oh, er komen twee Schotten in voor en die kunnen aardig drinken en ze leven in een caravan, dus daar heb je weer zo'n moderne roman.''

,,Maar mijn boek gaat niet over jongeren, drugs of trends. Het is ook niet snel. In wezen gebeurt er heel weinig in mijn boek. Het werk is vervelend, in de pub is niks te doen en de caravan is te klein voor drie arbeiders om in te kunnen leven. Saaier en troostelozer kan niet.''

De buschauffeur heeft gelijk. Zijn deze week in de Nederlandse vertaling verschenen roman ('De hekkenbouwers' en niet 'De indamming van beesten' of 'De omcirkeling', wat net zo goed gekund had) gaat over een Engelse voorman die in Schotland werkt bij een hekkenfabriek en samen met twee jonge Schotse werklieden naar Engeland moet om daar de landerijen van een boer te omheinen. Ze wonen op het werkterrein in een caravan en doden 's avonds de tijd in de pubs in de omgeving.

Al snel worden ze geconfronteerd met een slagersfamilie, die zich niet alleen met worst, maar ook met het houden van varkens bezighoudt. De baas paait de hekkenbouwers eerst met een aardige klus om ze vervolgens in te palmen en onder dwang met andere klussen aan zich te binden. En of het allemaal al niet erg genoeg is (al die worstjes, regen, bier, hekken en beesten), vallen er per ongeluk hier en daar ook nog wat doden.

Magnus Mills (44) werd geboren in Birmingham. Zijn vader was voorman in een fabriek en werd later technisch docent in het beroepsonderwijs. Op zijn tiende verhuisde Mills naar Bristol, waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorgracht. ,,Iedereen roemt Bristol altijd, maar ik vond er weinig aan. Alleen het weekend was leuk. Iedere zaterdag ging ik naar The Grotto Bar, waar allerlei bands optraden en altijd Child in time van Deep Purple gedraaid werd.''

,,In Bristol leerde ik popmuziek waarderen. The Beatles, de oude Stones, The Kinks en The Who. En in die volgorde. Daarna experimentele bands als The Yardbirds en de oude Pink Floyd. En vervolgens The Jam en al die Engelse bandjes uit de punktijd. Ik werd een echte punkrocker.''

,,Maar toen was het inmiddels 1976 en had ik ondertussen in Wolverhampton mijn studie economie afgerond. Eerst dacht ik er nog over om een extra graad 'industriële betrekkingen' te halen, maar uiteindelijk heb ik dat niet gedaan. Want toen al wist ik één ding zeker: ik wil geen carrière maken. Liever werk zoeken dan het werk op de vloer bestuderen.''

Terwijl Mills vertelt, zitten we in het zonnetje op een bankje aan het Amsterdamse Van Limburg Stirumplein, ter hoogte van café Tramlijn Begeerte. De uitgever heeft voor de gelegenheid een tram gehuurd waarin Mills (hij is immers buschauffeur) net een ritje heeft mogen sturen. De schrijver is in een goeie bui en heeft zijn ogen niet in zijn zak zitten. Drie keer onderbreekt hij het toch werkelijk korte gesprek met een welgemeend 'wow', 'poeh' en 'ah' als hij eerst een mooie blonde Amsterdamse vrouw met hondje voorbij ziet trekken en daarna nog twee mooie Surinaamse 'Dutchies' voor zich langs ziet gaan.

Magnus?

,,Poeh, ja, kijk . . .'' Hij pakt de draad weer op: ,,Toen ik in Wolverhampton studeerde, werkte ik 's winters altijd al in een warenhuis in Bristol en 's zomers op een fabriek in het Lake District. Op de fabriek werden oliedrums voor hergebruik klaargemaakt. Ik moest ze schilderen. Op die fabriek, waar de directeur ongeveer net zo'n despoot was als meneer Hall van de vleesfabriek in mijn roman, heb ik ook hekken leren bouwen. Op een dag kwamen er een paar Schotten, die dat werk moesten doen. Nog geen jaar later ben ik met ze mee naar Schotland getrokken en ben toen zelf ook hekkenbouwer geworden. Wij bouwden ze door heel Schotland en Engeland. Een hele ervaring. Hekken bouwen - 'Oef, en dat terwijl ik in Londen toch wel wat gewend ben' - is halfgeschoold werk. Je hebt er kracht en verder wat palen, pinnen en draden voor nodig. Da's alles.''

,,Dus je begrijpt, na een tijdje had ik het wel gezien. Ik was de Schotten zat, Engeland zat en ook het sombere weer en dus nam ik ontslag en ben toen naar Australië gegaan om te reizen. Maar omdat ik geld nodig had bouwde ik binnen de kortste keren toch weer hekken. In Victoria, in Queensland.''

,,In '81 ben ik teruggegaan. Ik leerde mijn huidige vrouw kennen en nadat we een tijdje in het noorden hadden gewoond, zijn we naar Londen verhuisd. Daar vond mijn vrouw een baan en werd ik buschauffeur. Ik vond dat, zeker aanvankelijk, wel prettig. Ook al zijn de tijdschema's strak en valt het niet mee om in zes minuten Oxford Street met drie haltes en tien stoplichten door te komen. Toch is het prettige dat je als je thuiskomt niets meer aan je hoofd hebt. Daarbij kom je veel mensen tegen. Mijn eerste lessen kreeg ik bijvoorbeeld van een gesjeesde priester-theoloog en verder maak je veel mee met passagiers natuurlijk. Maar je verdient niet veel, 170 pond netto (ongeveer 570 gulden) per week. Eind vorig jaar ben ik gestopt. Ik kreeg een goed contract aangeboden van mijn uitgever en ook een column bij de The Independent. Als radiocriticus. Maar na vijftien weken gebeurde hetzelfde als vier jaar geleden, na vijftien afleveringen waren ze het opeens weer zat. Wat dat betreft zit er een vreemde terugkerende regelmaat in mijn leven.''

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden