Review

'Pak een geweer en schiet me dood, mama'

John Brady: Bad Boy - The Life and Politics of Lee Atwater; Addison-Wesley - Reading, Massachusetts (VS); 330 blz. - -US$ 24.

Hierna, aldus de Amerikaanse journalist en hoogleraar John Brady in zijn biografie 'Bad boy - The Life and Politics of Lee Atwater', ontpopt Lee zich als een Machiavellistische politieke strijder, kundig in het gebruik van strategieën en tactieken, die gekenmerkt worden door persoonlijke aanvallen, smerige trucjes en het accentueren van het negatieve.

Het bekendste slachtoffer van deze tactiek is in 1988 de Democratische kandidaat voor het presidentschap, Michael Dukakis. Die heeft tijdens zijn loopbaan als gouverneur van Massachusetts de moordenaar Willie Horton met weekendverlof laten gaan. Horton gebruikte deze vrijheid om er vandoor te gaan en in Baltimore op een zeer brute wijze een jonge vrouw te verkrachten, terwijl haar geknevelde vriend hulpeloos moest toezien. Al Gore, destijds Dukakis' Democratische mede-kandidaat, bracht dit element al eerder naar voren, maar als de strijd gaat tussen Bush en Dukakis wordt de zaak-Horton onder leiding van Atwater meedogenloos en ongeremd ingezet.

Lee Atwaters favoriete boek is lange tijd het eerste deel van de geruchtmakende biografie van Robert A. Caro over president Lyndon B. Johnson, want ook die was, voor hij in 1961 vice-president werd beslist niet vies van intrige en dirty tricks. Drie exemplaren heeft Atwater van 'The Path to Power', één voor thuis, één voor kantoor en één voor op reis. Met graagte citeert hij LBJ: “Op zekere dag zul je er achter komen dat je met een hoop kleine dingen demagogisch moet omgaan als je je zin wilt krijgen met de grote zaken.”

Soms heeft het 'Bad boy-imago' zijn vermakelijke kanten, bijvoorbeeld als Atwater tijdens een bijeenkomst met het campagneteam Charles Z. Wick tegen het lijf loopt. Wick is dan nog Hollywood-impresario, maar dankzij zijn vriendschap met Nancy Reagan op weg naar de leiding van het Amerikaanse bureau voor overheidsvoorlichting. “U bent Charles Z. Wick”, roept Atwater, terwijl Californische miljonairs en duur geklede vrouwen belangstellend meeluisteren. Ja, beaamt de ijdeltuit. Atwater: “U bent één van mijn helden”. “Werkelijk?” Waarop Atwater zegt: Ja, want u bent toch de producent van 'Sneeuwwitje en de drie komieken'?” Wick weet niet hoe snel hij zich uit de voeten moet maken.

Datzelfde Tijl Uijlenspiegel-gedrag brengt hem ertoe om als net benoemde voorzitter van het Republikeinse partijbestuur te poseren voor de voorplaat van het maandblad Esquire. In een kort rood sportbroekje en met de joggingbroek op de hakken salueert een triomfantelijk kijkende Atwater. Barbara Bush, de echtgenote van de zittende president, is er zeer ontstemd over.

Atwater weet als partijvoorzitter telkens de aandacht op zich te vestigen en dat irriteert menigeen mateloos. Zijn voorlichter laat zich op een zeker ogenblik in een telefoongesprek dan ook ontvallen: “Hij is niet besneden, want het is zo'n enorme lul, daar is geen beginnen aan.”

'Bad boy' biedt een keur aan practical jokes en anekdotes. Dat begint al op de middelbare school als hij voor een literatuurscriptie het telefoonboek van de stad Columbia (South Carolina) neemt en concludeert dat er enorm veel karakters in voorkomen, maar dat geen enkele wordt uitgewerkt. Of als hij een toespraak houdt over 'The hunchback of Notre Dame', als ging het om een figuur uit het befaamde football-team van de universiteit Notre Dame.

Lee Atwater was een groot deel van zijn korte leven onvoorspelbaar in zijn gedrag of het nu ging om zijn media-optreden, zijn actie om de soulzanger James Brown, die in de gevangenis zit gratie te verlenen of om de jamsessie met Ron Wood van de Rolling Stones. Hij was een mengeling van een pias, een Pietje Bell en een puber. ün van Machiavelli, strateeg en raspoliticus. Aan de ene kant was hij gek op invloed en macht, aan de andere kant had hij een onbedwingbare neiging om autoriteiten in hun hemd te zetten. Waardoor hij bij tijd en wijle niet serieus werd genomen. Op zijn veertigste verjaardag zegt hij: “Feit is dat ik nooit echt volwassen ben geworden. Ik wil ook helemaal niet zo'n klote-volwassene zijn. Ik wil Lee Atwater zijn. Lee Atwater heeft helemaal niks te maken met regels. Ik heb ze zelf vastgesteld.”

Twee gebeurtenissen aan het begin en het einde van zijn leven laten een andere Lee Atwater zien. Als hij een kleuter van vijf is trekt zijn driejarige broertje Joe een pan met kokende olie over zich heen en sterft enkele dagen later aan de brandwonden. In één korte zin stelt Brady: “Lee zou het van pijn verwrongen stemmetje van Joe zijn hele leven blijven horen”.

Op 39-jarige leeftijd wordt bij Atwater een hersentumor geconstateerd, die dertien maanden later tot zijn dood leidt. Hij weigert zich bij de feiten neer te leggen en grijpt naar de meest agressieve behandelmethoden. Als dat niet helpt, begint hij diepgaande gesprekken met rooms-katholieke geestelijken, evangelische protestanten, gebedsgenezers. Atwater benadert schriftelijk of telefonisch velen van de mensen die hij in zijn politieke loopbaan heeft ondergeschoffeld.

Door de medische behandeling zwelt het hoofd van de eertijds atletische Atwater op tot bijna bolvormige proportie. De pijn begint bijna onverdraaglijk te worden. Tegen zijn moeder zegt hij dood te willen. “Pak een geweer en schiet me dood, mama.” Moeder Toddy weigert. Drie weken later glijdt hij uit het leven weg. Op Goede Vrijdag. Zijn begrafenis, onder belangstelling van vrijwel iedereen die van betekenis is in de Republikeinse partij, is dagen later. Op 1 april. Alsof het Lee Atwaters laatste practical joke is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden