InterviewSchelmenroman

Özcan Akyol: Dat boek van Kroon sloeg bij mij in als een bom

Nederland, Vlaardingen, 3 september 2021
Lex Kroon (links) en Özcan Akyol (rechts). Beeld otto snoek
Nederland, Vlaardingen, 3 september 2021Lex Kroon (links) en Özcan Akyol (rechts).Beeld otto snoek

Özcan Akyol las op z'n 19de in het huis van bewaring een boek over een heftig leven in bars, bordelen en een psychiatrische kliniek. Het raakte hem zo dat hij zelf ook wilde schrijven. Voor de heruitgave is de auteur van het boek opgespoord: Lex Kroon.

In zijn luxe Audi A8 van Amsterdam op weg naar een hotel in Vlaardingen belt Jinek, maar hij neemt niet op. Aanschuiven aan talkshowtafels boeit schrijver en programmamaker Özcan Akyol niet meer zo. En hij moet keuzes maken - slaapt 4 tot 5 uur per nacht, heeft kleine kinderen, schrijft boeken en columns, maakt radio- en tv-programma’s - maar is uiterlijk altijd de rust zelve. Schakelen naar het project waarover wij hem willen spreken doet hij moeiteloos. En met liefde.

Want het boek dat zijn uitgeverij Prometheus nu opnieuw uitgeeft - met een inleiding van Akyol - was het boek dat zijn leven deed kantelen. Het gaat om de schelmenroman ‘Ik lach om niet te huilen’ uit 1984 van de destijds bekende Rotterdammer Lex Kroon. Hij beschrijft de Rotterdamse onderwereld, de tijd dat hij als koppelbaas in het Rotterdamse Hilton-hotel woonde, te midden van hoeren, dealers en taxichauffeurs. Op zoek naar zijn eigen wortels vormt Kroon zo het beeld van een ontheemd bestaan.

Kroon is nu tachtig, woont inmiddels in Vlaardingen en zit te wachten in de lounge van een hotel om het over deze heruitgave te hebben. Dat praat makkelijker dan in zijn kleine flatje.

De chauffeur

Akyol (37) legt onderweg uit hoe hij in aanraking kwam met het boek van Kroon: “Ik was 19, en het ging niet helemaal goed met me. Was verzand in criminele zaken. Tien weken zat ik vast in het Huis van Bewaring in Scheveningen. Ik was onderdeel van een club die justitie een criminele organisatie noemde. Wat we hadden gedaan? (grinnikt) Dan moet je denken aan verduistering, vermogensdelicten, witwassen. Ik was de chauffeur.”

Contact met de buitenwereld was verboden: geen radio of tv, geen tijdschriften, geen boeken. “Tot een Surinaamse cipier me op een dag stiekem de bajesbieb liet zien. Niet dat ik als mavoklant en kind van analfabete ouders ooit boeken las, maar daar zag ik dat boek van Kroon staan, een schelmenroman over zijn leven in de Rotterdamse onderwereld en zijn ervaring met de psychiatrie. Eigenlijk vond ik het boek te dik, maar omdat er toch niets op mijn agenda stond begon ik er maar aan.”

“Die komische, rauwe en ongegeneerde manier van schrijven vond ik meteen geweldig. De vaart in het boek was mijn tempo van leven. En dat verweesde gevoel van die hoofdpersoon, daar herkende ik me in. Hij had net als ik een vaderprobleem: mijn Turkse vader was gewelddadig, zijn Joodse vader was weggevoerd in de oorlog, wat hij niet wist, en zijn stiefvader was heel gemeen. Als ik nu mensen interview over hun getroebleerde relatie met hun vader ben ik niet snel verrast, maar Kroon sloeg toen bij mij in als een bom. Dat je je zo kon afzetten tegen thuis.”

Kroon kreeg Akyol aan het lezen - ‘twee, drie boeken per week verslond ik’ - en zelfs aan het schrijven. Akyol ging zijn eigen leven tot dan toe ook in scènes zien, zag dat ellende ook rijkdom kon betekenen. Hij beschreef zijn leven in zijn bejubelde autobiografische debuutroman ‘Eus’, waarvan vorig jaar de 29ste druk verscheen.

Levensreddend

“Nu zie ik ook dat het boek van Kroon geen literatuur met een grote L is. Maar als jongen lette ik er niet op of hij al zijn personages wel helemaal goed had uitgewerkt. Waar gaat het om? Dat boeken je raken toch? Daar is kunst toch voor bedoeld? Dat is iets wat ik vorig jaar ook in mijn Boekenweekessay schreef, en steeds blijf verkondigen. Mensen hoeven niet geïnspireerd te worden door dit boek, maar wel door het verhaal erachter. Verhalen kunnen levensreddend zijn, net als ‘De avonden’ van Reve lezers van toen bevrijdde door het burgerlijke leven op de hak te nemen.”

Het gaat Akyol, wil hij maar zeggen, niet alleen om hemzelf, maar ook om Lex Kroon, ‘krijgt hij weer een beetje aandacht, dat deed ik ook met Levi Weemoedt’. Inderdaad, light verse-dichter Weemoedt werd 70, de uitgever wilde hem eren en Akyol werd gevraagd een bloemlezing van zijn werk te maken. “Dat liep nogal uit de hand, de verkoopcijfers stegen de pan uit, het werd een kadoboek, we gingen samen optreden, het werd een groot succes.”

Simon Carmiggelt

Deze heruitgave is dus een eerbetoon aan Kroon, wiens boek vooral een felle aanklacht is tegen de psychiatrie. Van het boek werden destijds 7000 exemplaren verkocht. Het kwam uit in 1984, het jaar dat Akyol in Deventer geboren werd. “Mooi hè? Weet je trouwens dat Simon Carmiggelt hem ergens in een kroeg de openingszin influisterde?”

Die zin luidt: ‘En daar was ik dan eindelijk op de plaats die mij vele malen voorspeld was door mijn vader: psychiatrische inrichting Sint Bavo te Noordwijkerhout!’ Zijn vader was hier zijn stiefvader, die hij later nog een grafkrans aan huis laat bezorgen vanwege diens geestelijke mishandeling waar Kroon zijn hele leven last van hield.

Op 13 september 1971 belandt hij daar, schrijft Kroon, en zo is het hem precies vergaan: ‘Avonds om elf kwam ik aan. Per ambulance. Vooroverliggend op een brancard, de handen geboeid op de rug. De sleuteltjes van de handboeien hadden de ziekenbroeders. Mijn handen kregen de vrijheid terug. De rest van mijn lichaam (en geest) 28 maanden later.’ Hij werd niet beter, maar zieker, door een cocktail aan medicijnen. ‘Mono-amine-oxydasenremmers. Ook stereo afspeelbaar’, schrijft Kroon cynisch.

Op z’n veertigste wordt hij opnieuw in een kliniek opgenomen, dan door een cocaïneverslaving die hem hard en ongevoelig had gemaakt en isoleerde van de buitenwereld. Inmiddels is hij een hulpbehoevende man die onder financieel bewind staat, want blut, opgelicht door ‘een Turk’. Een vriend van vroeger, Dick, ontfermt zich over hem en rijdt hem overal naartoe.

Nederland, Vlaardingen, 3 september 2021
Lex Kroon (links) en Özcan Akyol (rechts). Beeld Otto Snoek
Nederland, Vlaardingen, 3 september 2021Lex Kroon (links) en Özcan Akyol (rechts).Beeld Otto Snoek

Staaroperatie

Bij het hotel aangekomen, zit Kroon klaar, een broze man met redelijk heldere geest en humor, maar met slecht zicht. Hij heeft net zijn tweede staaroperatie achter de rug en ja, het niet meer helemaal schone ooglapje moet er nog even opblijven. Ook voor de foto. En dat linkeroog moet over, weet hij nu al. Door zijn diabetes zijn er complicaties. Hij complimenteert Akyol met de inleiding bij de heruitgave, hij is ermee verguld.

Kroon zegt dat hij zijn boek nog steeds belangrijk vindt als waarschuwing wat de psychiatrie met je kan doen. Akyol beaamt het: “Ik las laatst ‘Ik ben er niet’, de tweede roman van Lize Spit. Haar ex-geliefde gebeurt iets eenders, iemand die zich verliest door een medicijnencocktail.” Kroon: “Mij spoten ze plat. Ik kreeg vies eten en twee tientjes zakgeld per week, waarvan ik steeds patat kocht in het dorp.”

In zijn boek schrijft hij dat hij er met 79 kilo binnenkwam, en op een gegeven moment de 112 kilo aantikte. “Mijn redder was een gymleraar, Cor Vreugdenhil, die me elke dag uit bed kwam halen, hij hield me actief. Hij kende mij uit de tijd dat ik bij het tweede van Feyenoord voetbalde. In januari 1974 kwam ik uit dat gesticht, toen ben ik weer gaan taxirijden. Tien jaar later kwam mijn boek uit. Later ben ik nog gaan schrijven voor Voetbal International, en ik wil als mijn ogen het weer doen nog het ultieme Feijenoordboek schrijven.”

De titel van deze heruitgave moet hij nog even verklaren: “Ik was 24 toen mijn moeder overleed. Van haar heb ik die uitspraak: ik lach om niet te huilen. Dat hoorde ik haar zeggen als mensen haar opbelden. Ik was me niet bewust van mijn Joods zijn, maar werd altijd voor vuile klerejood uitgemaakt. Mijn vader was de Pools-Joodse violist Max, ik heb zijn achternaam en zijn lot nooit kunnen achterhalen.”

Sonja Barend

“Weet je wie ervoor zorgde dat dit boek er destijds kwam? Ik zat begin jaren tachtig bij Sonja Barend in haar show. Zij bracht mij daarna in contact met uitgever Jan Geurt Gaarlandt. Ik stuurde hem steeds tien pagina’s, getypt op een Gabriele-machine, in een paar maanden was het klaar. Ik kreeg er een gulden voor per boek, keer zevenduizend.”

Hij moet Eus, zoals hij hem noemt, nog even iets zeggen. Want het programma ‘Khalid&Sophie’ heeft het duo ook al geboekt. “Regel wel dat we bij Sophie kunnen.” Eus gaat het regelen. Kroon volgt hem op de voet ‘ook dat programma met schilders en een kapsalon.” “Wat ik niet allemaal doe”, zegt Akyol spottend. “Eus komt er wel”, weet Kroon.

Lex Kroon: ‘Ik lach om niet te huilen’. Met een inleiding van Özcan Akyol. Prometheus, € 17,50

Lees ook: Lévi Weemoedt en Özcan Akyol zijn beiden somber van aard en allergisch voor literaire pretenties

Met een enorme bestseller was dichter Lévi Weemoedt (70) dit jaar opeens terug. Zijn dichtbundel ‘Pessimisme kun je leren!’ werd samengesteld door net zo’n succesauteur: Özcan Akyol (34). Al is de een twee keer zo oud als de ander, ze voelen zich verwant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden