Review

Overrompelend debuut van Daniele Gatti

Muziek Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti met muziek van Richard Strauss en Richard Wagner. Gehoord 21 april in het Concertgebouw, Amsterdam. Herhaling aldaar vanavond. Uitzending a.s. zondag vanaf 14 uur via Radio 4

Peter van der Lint

Het Koninklijk Concertgebouworkest heeft dit seizoen een paar interessante dirigenten voor het eerst op bezoek gehad. De jonge en veelbelovende Daniel Harding bijvoorbeeld, de al wat meer tot de muzikale jetset behorende Antonio Pappano en vorige week nog de interessante outsider Paavo Jürvi. De grootste verrassing trad echter woensdagavond aan in de persoon van de Italiaan Daniele Gatti (41).

Als iets tekenend genoemd kan worden voor het succes van dit debuut dan was het wel het beeld aan het slot van een orkest dat en masse voor deze wonder-dirigent applaudisseerde. De musici van het KCO zijn notoir lastig en kunnen behoorlijk ongastvrij zijn voor hun gastdirigenten. Maar woensdagavond stond iedereen op het podium te glunderen en ook in de zaal was het enthousiasme voelbaar.

Daniele Gatti volgde Vladimir Ashkenazy op als music director van het Londense Royal Philharmonic Orchestra en is tevens artistiek leider van het Teatro Comunale in Bologna (daar waar Chailly ooit dezelfde post bekleedde). Met zijn Londense orkest maakte Gatti enige luidbejubelde opnamen, maar verder kom je zijn naam niet opvallend vaak tegen. De rijzige Gatti kwam naar Amsterdam voor een opvallend programma met instrumentale operamuziek van de beide Duitse Richards: Wagner en Strauss.

In Salome's dans uit Strauss' opera 'Salome' zette Gatti direct een aantal punten op evenzoveel i's. Met een fantastisch gevoel voor detailwerking toverde Gatti en het onstuimig en alert spelende orkest ons de zwoele dans van Herodes' stiefdochter voor ogen. Temerig, treiterend en tergend liet Gatti haar voor onze oren dansen. Met Chaillyaanse precisie kreeg hij tingeltjes van celesta en piccolo exact gelijk en liet hij ons motiefjes in het koper horen, die we daar nooit vermoed hadden. In de suite uit Strauss' 'Der Rosenkavalier' geneerde Gatti zich niet om zich in de walsen lekker te laten gaan, maar ordinair werd het nergens.

Echt groots toonden Gatti en het orkest zich na de pauze in de orkestrale delen uit Wagners 'Parsifal' en 'Götterdümmerung'. Gatti, die alles uit het hoofd dirigeerde, durfde risico's te nemen en als je daarbij het orkest aan je zijde vindt (en dat was hier duidelijk het geval) kan het ene magische moment na het andere het gevolg zijn. In de 'Karfreitagszauber' was daar bijvoorbeeld ineens die onvoorstelbaar verstilde klarinetsolo en klonk het slotakkoord alsof het door één man op een orgel werd gespeeld: spatgelijk! De drie delen uit 'Götterdümmerung' werden als een soort symfonisch gedicht aan elkaar gespeeld. En dan die gedurfd uitgerekte pauzes in de 'Trauermusik' waardoor de spanning haast ondraaglijk werd. Het was een buitengewone avond en als iets zeker is dan is het wel dat Gatti onverwijld bij het Concertgebouworkest teruggevraagd moet worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden