Overjarige ‘Die Fledermaus’ smaakt als lauwe champagne

Die fledermaus 2008 (Trouw)

De enscenering van Johann Strauss’ ‘Die Fledermaus’ die De Nederlandse Opera in 1987 in première bracht, is vanaf het begin problematisch geweest. Er was altijd wel wat, maar afgelopen zaterdag bij de vierde herneming van deze overjarige productie (DNO bracht ook voorstellingen in 1991 en 1994) waren de problemen groter dan ooit.

In deze lauw-opgewarmde champagne was geen feestelijk bubbeltje meer te ontdekken. Pure verveling, humor van het kromme-tenen-soort en zwakke vocale prestaties die krampachtig culmineerden in de muzikale frasering en loeiende charme van betonvlechter Albert Bonnema (Eisenstein) en de schrille kanarie-vocalistiek van Valentina Farcas (Adele).

Johannes Schaaf studeerde de reprise zelf in en bracht tal van wijzigingen aan, maar zijn regie knapte daar allerminst van op. De verveelde steenrijke prins Orlofsky werd hier voor het eerst godzijdank niet door een jongenssopraan gezongen, maar door een mezzosopraan in travestie zoals Strauss het bedoelde. En gelukkig bracht Maria Riccarda Wesseling met haar lenige en expressieve stem hiermee enig vocaal soelaas op deze avond. En verder was daar Paul Haenen, die van de meestal oervervelende spreekrol van cipier Frosch een klein feestje maakte. Haenen deed dat op zijn geheel eigen manier met goeie grappen en geholpen door zijn alter ego’s dominee Gremdaat, Bob Guttering en Emmy Kapoek.

Maar een ‘Fledermaus’ die ‘gedragen’ wordt door Orlofsky en Frosch, daar kan niet veel goeds aan zijn. Het is dan ook geen sinecure om deze operette – volgens tegenstanders hét toonbeeld van Oostenrijkse bourgeoisie – goed op de planken te zetten. Dat het kan, bewezen dirigent Carlos Kleiber en regisseur Otto Schenk met een zeer traditionele, maar hilarische enscenering (München 1987). En aan het andere uiterste is er de voorstelling uit 2001 van Marc Minkowski en Hans Neuenfels waar het puissant rijke publiek van de Salzburger Festspiele de eigen burgerlijkheid hardhandig in de schoot teruggekwakt kreeg. Beide voorstellingen zijn op dvd verkrijgbaar.

De voorstelling van Schaaf en dirigent Friedrich Haider is noch het één, noch het ander en blijft ergens zouteloos halverwege hangen. Schaafs slappe kritiek op excessief consumptief gedrag komt niet over. In plaats van die enorme kerstboom in het tweede bedrijf had hij de productie kunnen ‘up-daten’ door er een kopie van Paul McCarthy’s beeld ‘Santa Claus’ (Kabouter Buttplug) neer te zetten.

Nikolaus Harnoncourt en het Koninklijk Concertgebouworkest zaten in 1987 in de bak en maakten tegelijkertijd een mooie cd-opname van ‘Die Fledermaus’. Daarop zong diva Edita Gruberova (toen al te duur voor de scenische voorstellingen) de rol van Rosalinde. Huidige dirigent Haider heeft over die ervaringen van zijn voormalige geliefde Gruberova kennelijk niet met haar gesproken, want hij bracht nu zowat alles aan verkeerde tradities terug (inclusief stupide ballet op de ‘Perpetuum mobile’-polka) die Harnoncourt destijds overboord zette. Binnen dat kader speelde het Nederlands Philharmonisch Orkest nog heel behoorlijk en waren er redelijke rolbezettingen van Brigitte Hahn (Rosalinde), Kurt Streit (Alfred) en Markus Eiche (Falke). Maar ook zij kregen de champagne niet op de juiste temperatuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden