Review

Over sekten wordt straffeloos gebazeld

K.-H.Eimuth: Die Sekten-Kinder. Freiburg, Verlag Herder.

RICHARD SINGELENBERG

Zelfs als de kinderen zo verstandig zijn om 'eruit te stappen', dan nog komen ze in de problemen. Alleen langdurige therapieën kunnen de psychische stoornissen verhelpen.

Dit is zo ongeveer de essentie van een zojuist verschenen boek van de Duitse pedagoog K.-H. Heimuth. De schrijver, hoofd van de 'Evangelische Arbeitsstelle für Religions- und Weltanschauungsfragen' gaat uit van het axioma dat een sekte een groep is die 'on-ethische' dingen doet. Tweehonderd pagina's later trekt de auteur de conclusie dat het op een bepaald terrein, in de opvoeding namelijk, binnen sektes 'on-ethisch' toegaat. Deze moeizame bewijsvoering is exemplarisch voor het hele boek. Dat is jammer, want het onderwerp verdient een verantwoorde aanpak.

Er mag dan inmiddels veel bekend zijn over het sektarisch gedrag van volwassen volgelingen, dat van hun kinderen is tot nu toe maar spaarzaam onderzocht. Hoe zou het al die nakomelingen van de eerste Hare Krishna's, de Moonies en de Rajneeshes van Bhagwan uit de jaren '70 vergaan zijn? Wat heeft het voor ze betekend om jarenlang in een sociaal zo afwijkend milieu te worden grootgebracht? In welke mate nemen ze de religieuze ideeën van hun ouders over? Een paar jaar geleden zijn de kinderen van de roemruchte Children of God (nu 'The Family') uitgebreid aan psychologische testbatterijen gelegd, maar daar kwam niets verontrustends uit. Integendeel, ze waren zelfs slimmer dan hun meer volgens de geldende normen opgevoede leeftijdsgenoten. Meer weten we domweg niet.

Maar Heimuth wel. Bij de Hare Krishna's heeft opvoeding 'niets met opvoeding te maken'. Op Scientoloogjes zijn de rechten van het kind niet van toepassing. En jongeren uit het milieu van Jehovah's Getuigen staan bloot aan psychologisch misbruik. Het doorgeven van ouderlijke waarden aan het nageslacht heet bij deze laatsten uiteraard niet opvoeding, maar 'indoctrinatie'.

Het klinkt allemaal zeer verontrustend en de lezer gaat onwillekeurig verwachten dat de pedagoog deze conclusies baseert op doortimmerd onderzoek. Welnu, Heimuth heeft geen sekte-kind gezien, laat staan getest. Wel heeft hij gelezen wat boze ex-leden te melden hadden, wat de kranten erover schrijven en wat de groeperingen zelf publiceren. Meer niet.

De gevaren van een dergelijke benadering zijn legio. Sociaal-wetenschappelijk onderzoek heeft al jaren geleden aangetoond dat verklaringen van verontwaardigde voormalige aanhangers absoluut niet representatief zijn voor de gevoelens van hun mede ex-gelovigen. Het zijn de ellende-verhalen die altijd de media halen. Voor de Engelse godsdienstsocioloog Jim Beckford was dat recentelijk aanleiding de pers van vooringenomenheid te beschuldigen in de sekte-verslaggeving.

Het materiaal vanuit de bewegingen biedt wellicht enig tegenwicht tegen ranzige krantenknipsels en kommervolle getuigenissen, zal Heimuth gedacht hebben. Dat doet het ook. Alleen wordt de ideale gelovige hierin afgeschilderd als iemand die zich voortdurend bezighoudt met de boven-natuur en met godsdienstige verplichtingen en dus weinig oog heeft voor de realiteit van alledag. Voor Heimuth aanleiding genoeg om het sektarische leefpatroon te omschrijven als desastreus voor een evenwichtige opvoeding.

Nog los van het feit dat de jonge Jehovah's getuige van tegenwoordig daarvoor nauwelijks de straat op te krijgen is, zal degene die zich nader verdiept in de sektarische subculturen er na enige tijd achter komen dat de perfecte volgeling niet bestaat. Sommigen zijn orthodoxer in de leer dan hun leiders, anderen zijn nog lid omdat ze het er zo gezellig vinden 'maar voor het geloof hoeft het niet meer'. Weer anderen liggen voortdurend in de clinch met het gezag binnen hun sekte, omdat ze denken het beter te weten.

Het is deze diversiteit aan opvattingen die ook wordt doorgegeven aan het nageslacht. Zal het ene Jehovah's Getuige-ouderpaar er geen probleem van maken als hun kind een versnapering aanvaardt van een jarige klasgenoot, anderen zullen daar anders over denken en zoon of dochter laten tracteren op een willekeurige dag in het jaar, zolang het maar niet op de verjaardag valt. Heimuth heeft zich om deze subtiliteiten niet bekommerd. Het resultaat is een aaneenrijging van cliché's die (uiteraard) alle bestaande vooroordelen bevestigen.

Op zich is dat niets uitzonderlijks, want van dit soort werkjes gaan er inmiddels dertien in een dozijn. Kwalijker is het dat enkele Duitse kranten dit boek hebben aanbevolen als leidraad voor de zojuist geïnstalleerde regeringscommissie, die het reilen en zeilen van religieuze bewegingen bij onze oosterburen gaat onderzoeken. Misschien roept bij sommigen akelige herinneringen op. Paradoxaal genoeg dient men zich te realiseren dat de vijandige houding van kerk en staat in Duitsland tegenover religieuze minderheden mogelijk gevoed wordt door de sinds de Tweede Wereldoorlog heersende sociale fobie voor al te afwijkende en extreme ideologieën. Zowel de communisten ten tijde van het 'Berufsverbot' en de zieltogende Rote Armee Fraktion hebben er sinds kort een onverwachte lotgenoot bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden