BoekrecensieNon-fictie

Over het verlies van ideologische veren en het plukken van kale kippen

null Beeld Trouw
Beeld Trouw

Hoe de PvdA in de jaren negentig aan macht won, maar haar idealen kwijtraakte.

Als jonge stagiair bij NRC mocht ik in september 1991 mee naar een PvdA-bijeenkomst in Rotterdam. Het waren de hoogtijdagen van de WAO-crisis. Vicepremier en minister van financiën Wim Kok probeerde de achterban in misschien wel de meest kritische stad uit te leggen waarom ingrepen in de Wet Arbeidsongeschiktheid volgens hem onvermijdelijk waren. Zes dagen later wachtte de oud-vakbondsleider een allesbeslissend congres. Dat kon op twee manieren eindigen: instemming met de ingrepen of het terugtreden van Kok als nummer een van de PvdA.

Afgaande op de hopeloos verdeelde zaal in de Maasstad kon het nog alle kanten uit. Een deel van de aanwezigen betuigde respect aan Kok en waarschuwde voor een partijscheuring. Anderen onderbraken de toespraak van de vice­- premier met weinig aan de verbeelding overlatende omschrijvingen als ‘Gelul!’ en zongen: Kok is moord! Kok is moord!

De sociaal-democratische leider kreeg een kleine week later de verlangde steun van het partijcongres. Het was een beslissende stap in het proces dat emeritus-hoogleraar geschiedenis Duco Hellema en voormalig parlementair journalist/speechschrijver Margriet van Lith gedetailleerd be­schrijven in hun boek ‘Dat hadden we nooit moeten doen. De PvdA en de neoliberale revolutie van de jaren negentig’.

Een bevrijdende ervaring

Op de ingrepen in de WAO volgden nog meer aanpassingen van de sociale zekerheid, verzelfstandiging en privatisering van overheidsdiensten, het omhelzen van de markt en niet te vergeten de nog vaak aangehaalde Den Uyl-lezing van Kok eind 1995. De eindversie van de toespraak was opgesteld door Bram Peper. De beroemdste zin kwam van diens toenmalige partner Neelie Kroes. “Het afschudden van de ideologische veren is voor een politieke partij als de onze niet alleen een probleem”, lieten ze Kok zeggen, “het is in bepaalde opzichten ook een bevrijdende ervaring.”

Tegelijkertijd drong zich na dertien jaar PvdA in de regering, waarvan acht jaar als grootste partij, de vraag op hoeveel van hun eigen idealen de sociaal-democraten nu eigenlijk hadden gerealiseerd. Wat was er gebeurd en hoe had het kunnen gebeuren?

De val van de Muur, de zege van het kapitalisme, had zijn invloed. De binnenlandse verhoudingen in de jaren daarvoor speelden ook een rol. Tussen 1977 en 1989 had de PvdA –met uitzondering van een korte, weinig succesvolle onderbreking in 1981-1982– in de oppositie gezeten. De partij had machteloos moeten toezien hoe met name de eerste twee kabinetten Lubbers hard bezuinigden. Mede door de wat verstarde houding van Den Uyl leed de PvdA onder een gelijkhebberig, drammerig imago.

Partijbaronnen konden de Haagse volksvertegenwoordigers tot van alles dwingen en anders waren er wel partijleden met wonderlijke moties tijdens congressen. De types kon je uittekenen: docent of sociaal werker, bebaard, grijzend, een linnen tasje met protestleus om de schouder en ietwat wereldvreemd.

Ten koste van de leden

Rapporten als ‘Schuivende panelen’ en ‘Bewogen beweging’ drongen in de jaren tachtig al aan op herijking/moder­ni­sering van de koers. Partijprominenten als Marcel van Dam, Jo Ritzen en Peper waarschuwden dat de PvdA de partij van de ‘zwakken, zieken en misselijken’ dreigde te worden.

Het partijvoorzittersduo Felix Rottenberg en Ruud Vreeman bracht de beloofde reuring. De PvdA leek bij tijd en wijle op debatcentrum De Balie in partijvorm. Maar hun hervorming leidde ook tot de uitholling van de interne demo­cratie, een grote dominantie van de stad en van partijtop en ingehuur­de professionals ten koste van de gewone leden. Die liepen deels weg, net als de kiezers.

Een aantrekkende economie en een indrukwekkende werkgelegenheidsgroei zorgden voor euforie. En Kok werd internationaal onder meer door Tony Blair en Bill Clinton geprezen als voorbeeld voor de Derde Weg, een acceptabele middenweg tussen kapitalisme en linkse idealen. Ondertussen profiteerden echter de rijken het meest van hervormingen en leden de zwakkeren het hardst onder de saneringen.

De mix van wetenschapper Hellema en Van Lith met haar journalistieke achtergrond had een nog completer beeld van een opmerkelijk tijdperk kunnen opleveren. ‘Dat hadden we nooit moeten doen’ is nu vooral een ideeëngeschiedenis, een verhaal van de ratio. Met wat meer aandacht voor sfeertekening en karakterschetsen zou duide­lijker zijn geworden hoezeer de emotie, ego’s en ambities ook bijdroegen aan de afrekening met het verleden en het bijna blind omhelzen van gedachtengoed dat ver afstond van de oorspronkelijke sociaal-democratische ideeën.

Oordeel: veel mooie details. Sfeer en karakters komen er bekaaider af.

null Beeld

Duco Hellema en Margriet van Lith
Dat hadden we nooit moeten doen. De PvdA en de neoliberale revolutie van de jaren ’90
Prometheus; 302 blz. € 22,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden