Opinie

Oud-Frans lied 'L'homme armé' dient als verborgen leidraad

Al ruim tien jaar werkt het duo Andrea Leine en Harijono Roebana aan een eigen danstaal. Direct begrijpelijk is die taal zeker niet. Met roerend bekken, pompend torso en gehoekte benen en ellebogen onttakelen zij alle historische dans-esthetiek. Ook hun nieuwste productie, 'Cantus firmus', is daarvan een intrigerend voorbeeld.

Net als hun spraakmakende 'Byrd' (1999) steunt de driedelige choreografie op een elektronische compositie van Yannis Kyriakides, een Griekse componist die het dansduo in zomer 1998 in Engeland leerde kennen. Namen zij vorig jaar het werk van de zestiende-eeuwse componist Byrd als hun klankbord, ditmaal gaat het drietal nog verder in de muziekhistorie terug. Opnieuw willen zij de werking van tijd in beweging achterhalen, en dat bracht hen op het muzikale begrip Cantus firmus. Dit compositiemodel ontstond in de veertiende eeuw en diende eeuwenlang als vorm om muziek coherentie en structuur te geven met behulp van een melodie die zich over de hele muziek (vooral missen) verspreidde. De melodie, met het bekende 'L'homme armé'-lied als basis, werd door die vertraging onherkenbaar, maar diende wel als een soort tijdlijn. Roebana en Leine noemen dit een fictieve nulgraad. Hoewel het lied zelf in hun productie zo goed als geheel aan oog en oor onttrokken is, biedt het een dansdramatisch kader. Dit geldt overigens ook voor Markus Schnizer, de technicus buiten beeld die de laser-apparatuur bedient. De nieuwste techniek is namelijk de derde component die Roebana en Leine bij hun bewegingsonderzoek wilden betrekken.

Het oud-Franse lied 'L'homme armé' (een oproep tegen het toenemend aantal mensen dat de maliënkolders kiest) is dus in deze dansproductie de verborgen leidraad. In het eerste deel wordt dit aangegrepen voor een meditatie over angst. In de witte ruimte roert danseres Pernille Bonkan met haar bekken als een roerspaan in een onmetelijke zee van ruimte en tijd. Eén voor één voegen Andrea Leine, Karin Levi, Tim Persent, Harijono Roebana en Ty Boomershine zich in die witte deining, allen in lange rokken in wit-grijze tinten. Bewegingsimpulsen stuwen via bekken of romp omhoog, worden van elkaar overgenomen en vormen een nog ongeordende, subjectieve brij, waarin het steeds meer klotst en deint. Toch is er vanuit de groene laserstip op de vloer een dwingende kracht die de zes uitvoerenden in repeterende reeksen tot ordening van de ruimte beweegt. Bij vlagen doet dit deel aan minimal dance van Lucinda Childs of Krisztina de Châtel denken.

De stip breidt zich uit tot een magische cirkel, als opmaat tot het tweede deel, met opgetrokken rokken rond de heupen. Begrijpelijk, want alle accenten zijn van middenlijf naar benen, armen en hoofd geschoven. Jachtig gehuppel op gympen zorgt voor een eigen ritme, waarin met name Ty Boomershine en Leonie Wahl korstondige contacten aangaan. De cirkel valt in kleine elkaar opjagende stukjes uiteen en over de grond kruipen glibberige blauwe sliertjes. Plotseling rent ook een gifgroen laserfiguurtje voorbij en verschijnen op de achterwand filmbeelden van een oeroud Aziatisch vrouwtje. Aandoenlijk knipperend met haar wimperloze oogjes in een geheel gerimpeld hoofdje lijkt ze het spoor in de kringloop van de kosmos bijster. Wie niet?

Voor het derde deel hangen kruitdampen in een dichte mist over het toneel. Zij worden doorsneden door een langzaam divergerende laserstraal die alle dansers (ditmaal in korte shorts en moderne maliënkolders) ook weer in zijn convergentie opneemt. De bewegingen zijn grilliger, krampachtiger en atletischer geworden. Hebben de dansers zich tegen elkaar geharnast of tegen de kosmische straal die hun impulsieve gedrag tot in oneindigheid zal vervagen?

Die uitputtingslag gaat de jongere dansers duidelijk een stuk beter af dan Roebana en Leine zelf. Misschien ligt juist daarin wel de crux van dit 'Cantus firmus'. De twee dansers wensen zichzelf nog niet te veroordelen tot letterlijk onzichtbaar blijvende choreografen. Hoe schrijnend dat soms ook uitpakt, zij grijpen juist hun fysieke weerwerk aan en spreiden dat als kosmologisch, onaantastbaar gegeven over hun voorstelling uit. Anders gezegd: zij vereenzelvigen hun geldingsdrang als dansers met (de filmopnames van) twee Aziatische mensen in een door wapens getekend bestaan. Maar aan welke oneerlijke strijd leverden Roebana en Leine zich daarmee uit? Tegen die twee oude mensen valt toch door helemaal niets en niemand op te dansen...

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden