Interview

Ottessa Moshfegh heeft niets met moraliserende literatuur

Beeld Patrick Post

De verhalen van Ottessa Moshfegh draaien om buitenbeentjes. Met milde spot toont ze hoe haar stumperige personages vergeefs hun plaats in de samenleving opeisen.  

De Amerikaanse schrijfster Ottessa Moshfegh (38), schepper van toch behoorlijk excentrieke personages, spreekt zelf ernstig, schuchter, vriendelijk. Ze zit, benen en armen gekruist, in het uiterste hoekje van de bank in de hotellobby. “Als ik schrijf voel ik me veilig, daarin kan ik extravert zijn. En soms ook als ik thuis ben met mijn echtgenoot. Maar van nature ben ik introvert. Een observator.”

Moshfeghs carrière maakte een vliegende start toen haar debuutroman ‘Eileen’ (2015) prompt op de shortlist van de Man Booker Prize belandde. Haar tweede roman, ‘Mijn jaar van rust en kalmte’ (2018), werd even lovend ontvangen. Deze maand verscheen ook haar verhalenbundel ‘Heimwee naar een andere wereld’ (2017) in het Nederlands. Ze schreef de verhalen al in 2015, voordat ze aan ‘Eileen’ begon.

Moshfeghs signatuur is onmiskenbaar. De licht spottende verteltoon, de trefzekere komische timing, het haast sardonische plezier waarmee de schrijfster haar personages in de moeilijkheden brengt – het zit ook in deze vroege korte verhalen. ‘Heimwee naar een andere wereld’ getuigt al van Moshfeghs voorliefde voor misfits – vrijwel al haar personages hebben moeite zich te voegen naar de verwachtingen van de maatschappij. Ze zijn niet onverdeeld sympathiek, maar in hun onbeholpenheid toch op een gekke manier innemend. Het was tijdens het werken aan deze verhalen, vertelt Moshfegh, dat ze haar ‘schrijversstem’ ontdekte, ‘een mix van comedy, theater, satire en perversiteit’.

Vanwaar uw hang naar perversiteit?

“Ik ben geïnteresseerd in geheimen. Dat wat mensen voor zichzelf en voor anderen verborgen proberen te houden. Perversies zijn oergevoelens die een uitweg zoeken. Het zijn juist die verborgen driften die we met elkaar gemeen hebben, die ons op een dieper niveau met elkaar verbinden.”

Toen ‘Eileen’ verscheen was er (ook in deze krant) kritiek op de manier waarop u de vertelster portretteerde. Ze woont in een smerig huis, geeft niets om persoonlijke hygiëne en pleegt winkeldiefstallen om de tijd te doden. Haar grenze­loze onverschilligheid stuitte lezers tegen de borst.

“Ja. Mensen omschreven haar als ‘een onaangenaam vrouwelijk personage dat walgelijke dingen doet’. Ze noemden haar immoreel. Ik moest me voortdurend voor haar verantwoorden. Eerlijk gezegd begrijp ik het nog steeds niet. Ik denk überhaupt niet over mijn personages in termen van moreel of immoreel. Eileen is een beschadigde vrouw. Ik schrok ervan hoe hard mensen over haar oordeelden.”

“De kritiek kwam vooral uit de feministische hoek. Mensen die zichzelf feminist noemen vonden dat een vrouwelijk personage een rolmodel moet zijn; sterk, zelfbewust, intelligent, charmant, mysterieus. Er is een waslijst aan voorschriften waar een vrouwelijk personage volgens hen aan zou moeten voldoen om door de beugel te kunnen.”

Dat klinkt tegenstrijdig met het idee van feminisme als bevrijdend?

“Enorm tegenstrijdig! Het is een van de redenen dat ik me niet verwant voel met het feminisme van nu. Je zou verwachten dat zo’n stroming zich inzet voor inclusiviteit, maar in de praktijk blijkt de beweging zelf behoorlijk intolerant.”

Best ironisch: gebrek aan inlevingsvermogen en intolerantie zijn terugkerende thema’s in uw werk.

“Dat klopt, in ‘Heimwee naar een andere wereld’ steek ik daar de draak mee. Veel van mijn personages hebben onmiddellijk hun oordeel klaar over de mensen die ze ontmoeten. Ze worden op slag verliefd, zonder dat ze die ander überhaupt hebben leren kennen, of ze hebben direct een hekel aan iemand, alleen maar omdat diens uiterlijk ze niet aanstaat. Ze zijn daarin heel transparant. Dat wat je niet kunt uitstaan in een ander is vaak hetgeen wat je haat aan jezelf. Dat maakt veroordelende personages zo grappig; ze laten zich kennen.”

Waar komt uw focus op veroordeling vandaan?

“Ik ben opgegroeid aan de oostkust van de VS, in Massachusetts. Ik begon met het schrijven van de verhalen toen ik net naar Californië was verhuisd. Sinds ik aan de westkust woon, besef ik hoe extreem veroordelend de cultuur waarin ik opgroeide was. De mensen in het oosten zijn stugger, arroganter, sarcastischer. Je verliest een deel van je wezen als iedereen om je heen zo afkeurend en agressief is.”

Vindt u dat u als schrijver een morele verantwoordelijkheid hebt?

“Nee, ik heb niks met moraliserende kunst en literatuur. Wat het schrijven van fictie zo boeiend maakt, is dat je op een veilige manier gevoelens en gedachten kunt onderzoeken die je in het echte leven onmogelijk de ruimte kunt geven – omdat dat ongepast is, of gevaarlijk. Ik zoek daarin mijn eigen grenzen op. Schrijven moet niet al te aangenaam zijn, vind ik. Ik weet dat ik met iets interessants bezig ben wanneer ik me er lichtelijk oncomfortabel bij voel. Dan weet ik dat ik raak aan iets eerlijks, iets wat ik nog niet over mezelf wist. Als ik al een verantwoordelijkheid heb als schrijver – of als mens – dan bestaat die eruit mijn eigen vooringenomenheid te doorbreken.”

Vorig jaar publiceerde u ‘Jailbait’, een autobiografisch #Metoo-verhaal.

“Ja, Vogue had me gevraagd voor een stuk over #Metoo. Ik schreef over de verhouding die ik op mijn zeventiende had met een gerenommeerde, oudere schrijver. Ik bewonderde hem, dus ik nam contact met hem op om te vragen of hij mijn mentor wilde zijn. Toen we elkaar ontmoetten bleek zijn interesse in mij vooral van seksuele aard. Daar maakte ik gebruik van, om ervoor te zorgen dat hij me wilde blijven coachen. Ik was jong, maar ik was niet naïef.”

Het verhaal verscheen uiteindelijk in Granta. Vogue weigerde het te publiceren.

“Ze hadden gehoopt op een slachtofferverhaal maar ik was geen slachtoffer. Niet dat dát makkelijk was. Ik was 36 toen ik dit verhaal opschreef. Ik heb dus twintig jaar nodig gehad om het een beetje te begrijpen; om me er niet meer zo schuldig en beschaamd over te voelen.

“Ik vind het misleidend dat machtsverhoudingen sinds #Metoo zo zwart-wit worden afgeschilderd. Natuurlijk, als iemand een pedofiel of verkrachter is moet men daarover ingelicht worden, maar er wordt nu de indruk gewekt dat alle vrouwen die in een ongelijke machtsverhouding met een man verzeild raken per definitie hulpeloze slachtoffers zijn. Ik wilde laten zien dat vrouwen wel degelijk ook macht hebben over mannen.”

Rouw en vergankelijkheid spelen vaak een rol in uw werk. Bent u veel bezig met de dood?

“Ik hield me al vrij vroeg bezig met de dood, ja. Als zeven­jarige was ik geobsedeerd door seriemoordenaars. Volgens mij is het een universele fascinatie. De confrontatie met onze eigen kwetsbaarheid, onze sterfelijkheid, roept zowel afschuw als nieuwsgierigheid op. Ik zoek dat spanningsveld op in mijn verhalen.

“Ik geloof dat elke angst, elke neurose, uiteindelijk terug te voeren is tot angst voor de dood. ‘Als ze me niet aantrekkelijk vinden krijg ik die baan niet, als ik geen baan heb verdien ik geen geld, als ik geen geld heb krijg ik geen vrienden, als ik geen vrienden heb beland ik op straat, en dan sterf ik in de goot.’ Hoe futiel iemands angsten soms ook lijken, ze kunnen onverdraaglijk zijn omdat hun oorsprong existentieel is. Ze hebben de intensiteit van doodsangst.”

Is het onmogelijk om vrede te hebben met de dood?

“Nou, misschien lopen er op de wereld een of twee wijze mensen rond die de heftigste gevoelens zonder problemen kunnen verdragen – maar dat is in ieder geval heel uitzonderlijk. Iedereen ontwikkelt van jongs af aan mechanismen om zich te wapenen tegen al te bedreigende emoties; iedereen doet aan escapisme. Veel van mijn personages proberen hun gevoelens te verdoven, met drank of drugs bijvoorbeeld. Eileen doet aan ontkenning. De vertelster in ‘Mijn jaar van rust en kalmte’ probeert ze te ontvluchten door te slapen. Voor mij is het schrijven zelf een vorm van escapisme.”

Beeld Patrick Post

U schrijft dat u het gevoel hebt door God gekozen te zijn voor een speciale taak hier op aarde.

“Ja, schrijven voelt voor mij als een roeping. Ik schrijf heel graag, je zou het een verslaving kunnen noemen. Niet dat het altijd alleen maar leuk is; soms is het schrijfproces ook een hel. Maar ik geloof dat ik het niet zo erg vind om me af en toe in de hel te begeven. Ik weet waar ik het voor doe.

“Het kan een magische ervaring zijn, schrijven. Dat was heel sterk het geval toen ik werkte aan ‘Een betere wereld’, het laatste verhaal in de bundel. Alles viel op zijn plaats, het was alsof ik een verhaal opschreef dat eigenlijk al bestond. Ik hoefde me alleen maar open te stellen en het vast te leggen. Het is het eerlijkste verhaal in de bundel, het meest oprechte.”

Maakt schrijven je gelukkig?

“Hm.”

Vindt u dat een vies woord?

“Ik denk dan meteen aan een grijnzend gezinnetje in een pretpark, met ijslolly’s. Niet ‘gelukkig’. Maar het creëren van een verhaal kan iets spiritueels hebben. Het is een schepping. Je waant je een soort...”

... God?

“O, nee, zo zou ik niet geciteerd willen worden. Maar je staat wel dichter bij God. Op het moment dat ik een roman of een verhaal afrond, voelt het alsof ik dichter bij God sta.”

Wat is God voor u?

“Ik geloof in de intelligentie van het universum. Er worden je voortdurend allerlei cadeautjes in de schoot geworpen zodra je je op het juiste pad begeeft. Dat, die natuurkracht die je een zetje komt geven zodra je op de goede weg bent, dat is voor mij God. Het is het universum dat me keer op keer aanmoedigt om door te gaan met schrijven.” 

Heimwee naar een andere wereld - Ottessa Moshfegh (Vert. Tjadine Stheeman, Lidwien Biekmann. Hollands Diep;  256 blz. € 21,99) 

Lees ook: 

Droogkomisch, de roman van Moshfegh waarin de hoofdpersoon besluit een jaar te gaan slapen

Vrouwkje Tuinman bespreekt Moshfeghs bejubelde roman ‘Mijn jaar van rust en kalmte’ en het bekritiseerde ‘Eileen’. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden