Review

Oscar Peterson, voor de laatste keer, achter de piano met een hommage aan gestorven dierbaren op North Sea Jazz

Er ging een huivering door de concertzaal toen, zondagmiddag even na halfvijf, Oscar Peterson (79) opkwam. Peterson loopt niet meer, maar strompelt. Het publiek gaf hem het ovationeelste applaus dat tijdens North Sea Jazz 2005 in de PWA-zaal heeft geklonken. Het was alsof dat het werkelijke sentiment moest overstemmen: ontroerdheid. Een fan, kort voor het concert over de rand van het toneel hangend, wist het nu al zeker: ,,Dit wordt Petersons laatste optreden in Nederland. Ik wéét dat hij niet meer is wat-ie was. Maar toch is het een eer om erbij te kunnen zijn.” Oscar Peterson loopt op zijn laatste benen -fysiek, maar ook muzikaal. Toen de grootste nog levende pianovirtuoos in de jazz eenmaal was aanbeland bij de Bösendorfervleugel -Peterson is té groot om hem, zoals de mindere goden, verplicht op een Yamaha te laten spelen -bleek hij op z'n trefzekerst in melancholieke, verstilde ballades als ' Love Ballad'of ' When Summer Comes'. In snelle nummers werd zijn spel rafeliger en leunde het concert zwaar op Ulf Wakenius, sinds jaren Petersons Zweedse gitarist.

door Esther Hageman

Er hangt melancholie om Oscar Peterson heen -en, begrijpelijk. Fysiek gaat het hem niet goed en rondom hem gaan zijn dierbaren in de jazz een voor een dood. Als vierde nummer speelde Peterson dan ook ' Requiem', een eerbetoon aan alle ' terrible losses' die hij de laatste jaren leed. De recentste ramp is het plotselinge overlijden, in april, van Niels-Henning ürsted Pedersen (58), zijn Deense bassist. In diens plaats was er nu de Canadees David Young, die onuitgesproken een hommage leek te brengen aan de grote Deen wanneer hij hoog op de hals soleerde. Met drie zulke sterke bandleden -de derde was Alvin Queen, een knisperende drummer -gaat er in een optreden natuurlijk niks mis. Maar de gedachte viel niet te onderdrukken dat Peterson zijn bandleden nu om een andere reden laat schitteren dan vroeger. Vroeger was dat een kwestie van gunnen. Nu is het een kwestie van noodzaak.

Het laatste North Sea Jazz Festival in Den Haag was een goedgemutst driedaags feest -al waren veel bezoekers een tikje melancholisch omdat het, voor hun gevoel, ,,de laatste keer” was. Maar volgend jaar in Rotterdam kan het toch ook best mooi worden? ,,Dat moet ik nog zien”, zegt een Haagse meneer in bus 14, met een linnen NSJ-tasje op schoot op weg naar de tweede avond van het festival. ,,Dan moeten ze de programmering wel zo verschrikkelijk sterk maken”, zegt even later een van de wachtenden voor het concert van Toots Thielemans. En wanneer Jamie Cullum in de Statenhal zijn gigantische publiek toespreekt over de naderende verhuizing, roept het eensgezind: boe. De organisatie probeert die scepsis te bestrijden met een folder die Ahoy' zaal voor zaal vergelijkt met de ruimtes van de Haagse behuizing. Misschien helpt het.

Maar de laatste Haagse editie van North Sea Jazz was, misschien mede door die afscheids-nostalgie, een groot succes. Behalve dat was het, als vanouds, ook broeierig en druk -soms zo erg dat de deuren van een zaal dicht moesten om de overmaat aan belangstelling buiten te houden. Zo kon er zaterdag geen mens meer bij op het Dakterras, waar de nieuwe vocale sensatie, domineesdochter Lizz Wright, haar rijpe stemgeluid liet horen. Zo ging dat die avond ook bij accordeonist Richard Galliano in de ongeveer even grote Van Goghzaal. En, maar dat was te verwachten, ook voor Jamie Cullum was de belangstelling groter dan de gigantische Statenhal aankan.

Maar Wright en Cullum waren eerder die avond ook te horen geweest buiten hun vaste setting: als gast bij het concert van Toots Thielemans, de 83-jarige mondharmonicaspeler rond wie, gelukkig, nog geen afscheidsnostalgie hangt. Thielemans had deze keer niet alleen zijn vaste begeleiders (piano, bas, drums) bij zich, maar ook het orkest van Jurre Haanstra. Vooral Cullum, die nu zonder piano ' One For My Baby' zong, trof het met het arrangement van dat orkest, dat mooie leegtes liet bestaan en eigenlijk maar heel spaarzaam speelde. Cullums optreden als zanger bij Thielemans wekte de gedachte dat een Cullumzonder-piano nog altijd staat als een huis; dat hij als pianist veel verwisselbaarder is.

Eigenlijk zijn zulke gastoptredens, of andere vormen van ruilverkeer, de jeu van een festival als North Sea Jazz -de artiest horen in z'n vaste habitat kan met een tikje geluk de rest van het jaar vaak ook wel. Fascinerender nog is het om een artiest een paar uur na het ene optreden (met collega's A, B en C) te horen in een andere configuratie (met collega's X, Y en Z), waar een andere muzikale taal wordt gesproken. Dan valt te horen hoe vlekkeloos een musicus die verschillende talen spreekt.

Neem bijvoorbeeld pianist Rob van Bavel, of anders gitarist Martijn van Iterson. Vroeg op de vrijdagavond was Van Bavel de pianist bij het gedenkwaardige Tribute to Benny Bailey-concert dat de in april overleden bebop-trompettist eerde -met het dramatische detail dat Bailey een paar dagen dood in zijn Amsterdamse woning lag voor hij werd gemist. Tijdens dat concert kreeg Van Bavel, na een solo waarin je in de verte Bill Evans kon horen, een zeer verdiend kushandje toegeworpen van trompettist Joe Wilder. Later op de vrijdag speelde Van Bavel, nu op Fender-piano, samen met Van Iterson in een veelbelovende nieuwe formatie: het Pitch Pine Project, dat komende herfst de Nederlandse theaters afreist en dat een funkier type fusionjazz speelt. Viel er in dat Pitch Pine Project veel te genieten van, bijvoorbeeld, Van Itersons schitterende unisono-lijnen samen met saxofonist Tom Beek, nog weer wat later die avond zag je Van Iterson terug in een dienstbaarder rol -in het fantastische kwartet achter de 80-jarige Rita Reys.

De sector ' heel oude artiesten' was op de 30ste editie van North Sea Jazz zeer ruim vertegenwoordigd: Peterson, Thielemans, Reys. Maar misschien verdient, naar analogie van het voetbal, de generatie muzikanten onder de 20 een grotere plek.

Eén kandidaat voor zo'n eigen toernooi voor 20-minners zorgde vroeg op de zaterdagavond in de ' Entreezaal', de binnenhal van het gebouw, voor open monden: de band ' New generations of Dutch jazz', waarin trompettist Kees Kamphuis de rol had van Quincy. Het zou een mooi idee zijn voor de eerste Rotterdamse NSJ-editie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden