Orpheus hypnotiseert de bosdieren met zijn lierspel

Henny de Lange

Het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem heeft vier werken van de kunstenaar John Rüdecker gekregen. Het is een geschenk van de Vereniging Vrienden Gemeentemusea Arnhem die zestig jaar bestaat. De werken zijn afkomstig van nazaten van Rüdecker uit Frankrijk. Ze waren te zien op de grote overzichtstentoonstelling ’De droom van het levende beeld’ die het museum recent wijdde aan het oeuvre van Rüdecker.

Beeldhouwer, schilder en tekenaar John Rüdecker (1885-1956) wordt met Piet Mondriaan, Jan Sluijters, Bart van der Leck en Charley Toorop tot de belangrijkste vernieuwers van de Nederlandse kunst van de eerste helft van de vorige eeuw gerekend. Vooral als beeldhouwer maakte hij naam in de jaren twintig en dertig. Als geen ander kon Rüdecker een fluweelachtige huid uit zandsteen hakken, zei Mari Andriessen ooit bewonderend over zijn collega. Bij het grote publiek staat Rüdecker vooral bekend als de beeldhouwer van het Nationaal Monument op de Dam, dat hij in de nadagen van zijn carrière ontwierp maar dat zeker niet zijn beste werk is. Met de overzichtstentoonstelling wilde het Arnhemse museum ook duidelijk maken dat de reputatie van Rüdecker ten onrechte wat verschrompeld is door de kritiek die er altijd is geweest op het Nationaal Monument.

Op de tentoonstelling waren niet alleen veel beelden te zien, maar ook Rüdeckers minder bekende schilderijen en tekeningen, waarvan het museum er nu vier aan de collectie heeft kunnen toevoegen. De oudste tekening in gewassen inkt van een Parijse cocotte ontstond rond 1910 in Parijs, waar Rüdecker toen enige tijd woonde en werkte met bevriende kunstenaars. Het tweede werk, in een gemengde techniek van inkt, gouache en aquarel, laat een groep arbeiders zien die werkt aan de riolering van de Amsterdamse Zeeburgerdijk. Rüdecker zette de gedrongen werklieden in rake en krachtige lijnen neer, waardoor het lijkt alsof hun lijven tot leven gekomen beelden zijn.

Het derde werk is een olieverf op paneel van een liggend vrouwelijk naakt met een eekhoorntje. Hij maakte het rond 1918, toen hij aan de rand van de Veluwezoom in de buurt van Apeldoorn woonde. Het laatste werk, een grote tekening in zwart krijt, verbeeldt Orpheus. Het dateert van 1924, toen Rüdecker bezig was met de voorbereidingen voor een monument in het Rotterdamse stadspark ter nagedachtenis aan de eerder dat jaar overleden toonkunstenaar Anton Verheij. De opdrachtgevers hadden vermoedelijk een standbeeld van de musicus verwacht, al dan niet zwaaiend met zijn dirigeerstokje. Rüdecker brak met die traditie door aan te knopen bij een klassiek thema dat hij eerder in de krijttekening had verwerkt: Orpheus met zijn lier, met aan zijn voeten de dieren die hij met zijn spel hypnotiseert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden