Review

Orgie in ondergoed

Scenische première van Franz Schrekers ’Die Gezeichneten’ lokt geen furore of euforie uit.

Bovenaan de foyertrap op zaalniveau van het Muziektheater staat een waarschuwingsbordje. In de productie van Franz Schrekers ’Die Gezeichneten’ zal gebruik gemaakt worden van stroboscopische lichteffecten. Sommige mensen kunnen van dergelijk snel en fel heen en weer geflits naar worden – vandaar. Het bordje riep afgelopen vrijdag herinneringen op aan een andere productie van De Nederlandse Opera, die bijna een jaar geleden in première ging: ’Lady Macbeth van Mtsensk’ van Dmitri Sjostakovitsj. Ook daarbij werd gewaarschuwd voor de lichteffecten. De regisseur van toen, Martin Kusej, is ook verantwoordelijk voor deze enscenering van ’Die Gezeichneten’ en de flikkerende stroboscoop blijkt niet de enige overeenkomst te zijn.

De opera’s van Schreker en Sjostakovitsj zijn onderling heel verschillend, maar komen allebei uit het interbellum – uit 1918 en 1932 respectievelijk. De Sjostakovitsj-productie van Kusej werd vorig jaar (tijdens het Holland Festival) nationaal en internationaal de hemel in geprezen. Ook muzikaal stond die voorstelling op het hoogst denkbare niveau dankzij de medewerking van het Koninklijk Concertgebouworkest. Datzelfde orkest zat vrijdagavond tijdens de première van ’Die Gezeichneten’ opnieuw in de bak en dus waren zowel de scenische als muzikale verwachtingen hoog gespannen. Maar de euforie van een jaar geleden, toen het publiek al bij het begin van de pauze bijkans in een delirium verkeerde, bleef nu grotendeels achterwege.

Twee grote verschillen waren er met de Sjostakovitsj-voorstellingen. Niet de chef-dirigent van het Concertgebouworkest, Mariss Jansons, had vrijdagavond de leiding, maar de (nu nog) chef van De Nederlandse Opera, Ingo Metzmacher. En het zij hier maar meteen gezegd: de zo geplaagde Metzmacher revancheerde zich met de Schreker-opera volledig voor zijn tot nu toe tegenvallende prestaties in de bak van het Muziektheater. Het andere grote verschil was de afwezigheid van sopraan Eva-Maria Westbroek, die in de moordenden titelrol van Sjostakovitsj’ opera op slag diva-status verwierf. En het had zo mooi kunnen zijn, want Westbroek kent de rol van Carlotta Nardi in Schrekers opera op haar duimpje. In 2002 zong zij die namelijk met groot succes in Stuttgart, in de productie van Kusej die DNO nu naar Amsterdam heeft gehaald.

Jammer, jammer dat Westbroek er niet bij kon zijn. De oorspronkelijk gecaste Nadja Michael zei al vóór het begin van het seizoen af, maar het was toen toch al te laat om Westbroek nog uit andere contracten los te weken. De zoektocht van DNO naar vervanging voor deze zware en zelden op het repertoire staande rol eindigde bij twee sopranen die de rol alternerend zouden zingen: Jeanne-Michèle Charbonnet en Kristine Ciesinski. Maar het noodlot sloeg weer eens toe. Charbonnet zong afgelopen woensdagavond wél de generale, maar een toen al aanwezige verkoudheid sloeg om in longontsteking, waardoor zij zich uit de hele productie moest terugtrekken. Ciesinski bleek bereid om alle voorstellingen te zingen. Deze sopraan, die al eens eerder een reeks voorstellingen bij DNO redde, verdient natuurlijk alle lof, maar vocaal bleven er vrijdagavond nogal wat wensen onvervuld. Evenals bij de andere hoofdrolspeler, tenor Gabriel Sadé als Alviano Salvago. Bariton Scott Hendricks kon zodoende als graaf Vitelozzo overtuigend met de vocale eer gaan strijken; zijn interpretatie van de hedonistische opportunist was zonder meer groots en meeslepend.

Een beruchte en infame kort-door-de-bocht-definitie van opera luidt: tenor wil sopraan, maar bariton steekt er een stokje voor. Het is in ’Die Gezeichneten’ van Schreker niet veel anders, al krijgt die definitie van hem (Schreker schreef zelf het libretto) wel een heel bijzondere en heel eigen invulling.

De ’getekende’ tenor in ’Die Gezeichneten’ is lelijk en mismaakt en heeft als compensatie voor de kust van Genua een paradijselijk eiland geschapen, waar alleen maar schoonheid heerst – denkt hij. Hij wordt verliefd op de sopraan Carlotta, zelf een ’getekende’ vanwege een hartkwaal. Zij heeft hem heimelijk geschilderd (bij Kusej is zij een fotografe) en hoeft alleen nog zijn gezicht en dan vooral zijn ogen en de daarin gespiegelde schoonheid te vangen. Zij misbruikt de integere lelijkerd voor haar eigen doeleinden en geeft zich vervolgens met hart en ziel aan Vitelozzo. Sopraan en bariton leggen het loodje en de tenor moet inzien dat zijn eiland van schoonheid misbruikt en besmeurd is door zijn edele vrienden.

Kusej zet in zijn regie in op zogenaamde schokeffecten. Veel bloed en veel naakt. Tijdens het schitterend gespeelde voorspel al, toont Kusej ons de naakte Alviano (met Muppet-piemel) die eerst ons allen een spiegel voorhoudt en vervolgens zijn eigen spiegelbeeld bloederig vernielt. In de derde akte ontlokt de orgie in ondergoed van hedendaagse toeristen vooral gegaap. De muziek, vaak geniaal uitgevoerd en gedirigeerd, spreekt hier een heel andere taal. De hedendaags abstracte vormgeving helpt dit verhaal geen steek vooruit. Schoonheid is hier ver te zoeken. Net als in de stemmen van Sadé en Ciesinski. Het gevaarlijk gewapper en het hijsen naar tonen toe beukt de oren murw en moe. Metzmacher en het Concertgebouworkest winnen op punten.

Opera

De Nederlandse Opera, Koninklijk Concertgebouworkest en solisten olv Ingo Metzmacher met ’Die Gezeichneten’ van Franz Schreker in een regie van Martin Kusej op 18/5 in Muziektheater, Amsterdam. Herhalingen daar op 23, 26, 30 mei en 3, 6, 9 juni. Uitzending Radio 4 op 26 mei vanaf 19.00 uur. Info: www.dno.nl of 020 6255455.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden