Review

Organist Gerben Mourik wint Improvisatieconcours

Internationaal Orgel Improvisatieconcours Haarlem; voorrondes en finale 15/7 St. Bavokerk, 16/7 Philharmonie, 17/7 St. Bavokerk.

De Nederlandse organist Gerben Mourik heeft het 47ste Internationaal Orgel Improvisatie Concours Haarlem gewonnen. Zowel in de finale als in de twee voorronden kreeg hij de meeste punten van de vakjury toegekend. De publieksprijs ging naar de Duitser David Franke. De overige twee finalisten waren David Cowen (Groot-Brittannië) en Jean-Baptiste Dupont (Frankrijk).

Het tweejaarlijkse Internationaal Improvisatieconcours heeft in binnen- en buitenland faam. Gedurende de afgelopen edities werd het echter meer en meer een gebeurtenis voor insiders en miste het allure. Dat betrof zowel de presentatie als het speelniveau.

Dit jaar waren de prestaties van de tien toegelaten kandidaten gemiddeld een stuk hoger dan in de vorige twee edities, zo bleek direct al in de eerste ronde, dinsdagavond in de Grote of St. Bavokerk. Tegelijk heeft men een aantal veranderingen doorgevoerd die het concours voor de toehoorders aantrekkelijker maken. Zo werden de finalisten in afwachting van de uitslag voorin de kerk geïnterviewd, waarin het publiek hen leerde kennen en een indruk kreeg wat zij op de orgelbank afgelopen drie dagen hadden doorgemaakt. Uiterst zinvol was ook de evaluatie die juryvoorzitter Stephen Taylor voorlas na de proclamatie.

De meest opvallende wijziging in deze 47ste editie van het vroeger geheel in anonimiteit gehouden concours was, dat het publiek op het programmablad te zien kreeg welke kandidaten achtereenvolgens speelden.

Dit in tegenstelling tot de strikt van deelnemers en luisteraars gescheiden gehouden jury, die dit jaar bestond uit de orgelimprovisatoren Thierry Escaich, Peter Planyavsky en Ansgar Wallenhorst, componist-organist Jan Welmers en jazzpianist Bert van den Brink. Zij wisten tot het einde van de wedstrijd niet welke improvisatie bij welke kandidaat hoorde.

Een noviteit was de publieksprijs. Vermoedelijk had David Franke donderdag de toehoorders op zijn hand gekregen met het jolige walsje in het midden van zijn uitbundige, maar te lange improvisatie op het Müller-orgel, dat toen heel even als een Gavioli-draaiorgel klonk. De vakjury deelde het enthousiasme van het publiek niet, ongetwijfeld omdat Franke’s spel idiomatisch ver afstond van het finalethema van Ig Henneman.

Veel bondiger en consequenter ging winnaar Gerben Mourik te werk in de finale. Zijn improvisatie was verreweg de kortste deze avond. „Je kunt beter te vroeg stoppen dan te lang door gaan met het risico dat het vervelend wordt”, zei Mourik na afloop. Hij was zichtbaar opgelucht dat hij dit keer wél had gewonnen, nadat hij in 2004 als finalist de Haarlemse prijs aan zijn neus voorbij had zien gaan en in 2006 in de halve finale was gewipt.

In alle ronden bleek hij de improvisator die het best in staat was het hoofd koel te houden en het overzicht op de grote structuren te bewaren. Zijn spel was fantasievol, perfect van timing en zeker niet exuberant. Vooral zijn consequent uitgewerkt polyfone vormen waren bewonderenswaardig, met name in de eerste ronde, waar hij grote expressie wist te geven in het tweede deel van zijn drieluik op de aantrekkelijke thema’s van Wim de Ruiter.

Een andere vernieuwing van deze wedstrijd was dat de halve finale op het Cavaillé-Coll-orgel van de Haarlemse Philharmonie werd gehouden. Dit Frans-symfonische instrument heeft een totaal andere klank dan het Müller-orgel van de Bavo. Voor de meeste van de zeven demifinalisten bleken de droge akoestiek van deze zaal en de specifieke klank en lastige speelaard van dit instrument een struikelblok. Om nog maar niet te spreken van de ontstemmingen en klanktechnische problemen die het pas gerestaureerde orgel vertoonde. Ook hadden de spelers moeite creatief om te gaan met het thema, de Gregoriaanse hymne ’Pange, lingua, gloriosa’. Met name bij Wout Boscchaart vielen er lelijke gaten in de opening. Jacob Lekkerkerker stelde teleur na geweldige prestaties in de voorronde. Ook David Franke en Jukka Aro werden geremd door onwennigheid aan het orgel. De Engelsman David Cowen improviseerde daarentegen veel geroutineerder een klassieke, iets te brave partita op dit thema. Cowens spel was in de finale beduidend origineler, met een indrukwekkende, symfonische opening. De Fransman Jean-Baptiste Dupont had het in de Philharmonie duidelijk het gemakkelijkst: in zijn woonplaats Toulouse bespeelt hij namelijk een groot Cavaillé-Coll-orgel als assistent-organist in de Saint Sernin-kerk. Zonder hulp van een registrant gaf hij een woensdag een indrukwekkende, typische Frans-virtuoze improvisatie. Twee jaar geleden had Dupont in ditzelfde concours op soortgelijke wijze geïmproviseerd, maar was toen voor zijn te gelikt klinkende, traditionele spel afgestraft. Ditmaal kon de jury niet om Dupont heen, die overigens in de finale blijk gaf vorderingen te hebben gemaakt in hedendaags idioom.

Naast Dupont was Gerben Mourik als enige andere demifinalist het Cavaillé-Coll-orgel zonder hulp van de registrant de baas. Net als in de eerste ronde en in de finale wist deze evenwichtige organist met bescheiden middelen het thema optimaal uit te werken. Hij is dan ook een volwaardige prijswinnaar van het concours dat anno 2008 de glans van weleer in alle opzichten heeft herkregen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden