Review

'Oranje Boven-gevoel' stimuleert politiek-militair falen

DEN HAAG - Nederland kan terugzien op 170 jaar militaire debacles. Als het naar de wapens greep, ging het meestal mis. Traumatisch blijft de herinnering aan de VN-vredesoperatie in Srebrenica (1995), terwijl de littekens van de politionele acties tegen Indonesië (1946-1950) nog steeds schrijnen.

HUIB GOUDRIAAN

Maar de 15 000 doden kostende Java-oorlog (1825-1830), de expedities tegen België (1830-1832) en het opstandige Atjeh (1873-1896), of het illusoire, kansloze verdedigingsplan (1940) tegen Hitler-Duitsland, wie ligt daar nog wakker van?

De vraag of politieke en militaire onbekwaamheid en uit euforie geboren miscalculaties de rode draad is, die de politiek-militaire echecs van 1825 tot en met 1995 verbinden, wordt amper gesteld. Nederland staat hier niet alleen in. De geschiedenis van gewapend optreden toont internationaal een lange, troosteloze lijst catastrofes die miljoenen soldaten en burgers het leven hebben gekost; miskleunen die doorgaans onder het vloerkleed worden gewerkt.

Dr. Maarten C. Hoff, docent aan de Groningse universiteit in internationale organisaties, belicht de wat hij noemt 'Nederlandse faalprocessen' in zijn boek Het misplaatste Oranje Boven-gevoel. In het voetspoor van Norman F. Dixon, die in 1988 veel opschudding baarde met een psychologie van de militaire onbekwaamheid en van Geoffry Regan, die in Military Blunders (1995) en kort daarna More Military Blunders publiceerde, wraakt hij het structurele onvermogen van militaire topmanagers om lessen te trekken. Dixon stond ervan te kijken dat zijn 'theorie van de domme gek' past bij het karakter van het militaire systeem en dat dit fenomeen zich niet beperkt tot het militaire apparaat. Vandaar dat Maarten Hoff, overste b.d., die er in 1995 al zijn proefschrift aan wijdde, zijn conclusies over falende Nederlandse militaire besluitvorming probeert te vertalen naar politiek en bedrijfsleven. “In Nederland is het systematisch onderzoek naar misstappen in het algemeen nauwelijks van de grond gekomen. Het bedrijfsleven blijft wat dit betreft in nevelen gehuld.”

Als maatstaf voor het landmacht-optreden tussen 1825 en 1995 gebruikt hij de opvattingen over strategie en organisatie van de klassieke krijgskundigen Sun Tzu en Sun Bin. Zijn bevindingen? Aan de hand van acht gevallen oordeelt hij dat Nederland, zonder politiek-militaire strategie, met zwak leiderschap en onvoorbereide troepen, zich te buiten ging aan 'vormen van politiek-militaire waaghalzerij.' Debacles die altijd werden voorgeprogrammeerd door verkeerde besluitvorming. “Fundamentele regels van de krijgskunde werden onjuist of niet toegepast.” Zo werd voor Srebrenica 'op geen enkele wijze een win-strategie ontwikkeld.' “Integendeel, alle tekenen wezen meer op een zelfmoord-strategie. Vanzelfsprekend niet bewust, maar deze constatering stelt het vermogen van het politiek-militaire leiderschap in deze affaire in een bedenkelijk daglicht.”

Hoff heeft met zijn analyse bouwstenen aangedragen voor een in de toekomst bewuster en verantwoorder politiek-militaire besluitvorming. Hier en daar had zijn betoog aan duidelijkheid kunnen winnen als was afgezien van wetenschappelijk jargon. Dit geldt niet voor zijn aankaarten van het 'mysterieuze Oranje Boven-gevoel', waardoor Nederlandse gezagsdragers zo vaak werden overmeesterd. Hoff schampert dat de tegenstander werd onderschat door 'het gevoel van hier is de Nederlandse leeuw die het zal klaren.' “Om daarna dikwijls met de staart tussen de benen te moeten vertrekken.”

Toont de geschiedenis van deze eeuw al niet aan dat geweldsoplossingen, dat het gebruik van militaire middelen (met uitzondering van de bevrijding van Europa van het nazi-juk) per definitie meestal tot rampen leiden? En 'militair falen' kan toch ook geen specifiek Nederlandse ondeugd worden genoemd?

Hoff: “Neen. Dat Nederland hierin niet alleen staat, blijkt uit de studies van de militaire historici E. A. Cohen en J. Gooch over de anatomie van falen. Ik heb mij beperkt tot Nederland, omdat ik mijn faalonderzoek specifiek wilde toetsen aan de lessen van beide Chinezen. Het is geen specifiek militair, maar een algemeen menselijk verschijnsel. Als voorbeelden noem ik het politieke falen van koning Willem I met zijn België-politiek, de Nederlandse Indië-politiek van na de Tweede Wereldoorlog en recentelijk de Nederlandse Balkan-politiek. Dit betekent niet dat militaire middelen soms niet nodig kunnen zijn, zoals bij voorbeeld het Koreaanse conflict waaraan Nederland met een VN-bataljon deelnam. De expansie van Noord-Korea werd in dit geval onder de vlag van de Verenigde Naties bedwongen. In de Tweede Wereldoorlog hebben de geallieerden het nazidom kunnen vernietigen. Maar in dit geval had het bij eerder ingrijpen van de internationale gemeenschap niet zover behoeven te komen.”

Wat hebben de falende politieke, militaire en bedrijfseconomische besluitvorming met elkaar gemeen?

“De gemeenschappelijke noemer is de drie-eenheid waarop elke organisatie stoelt: leiderschap, strategie en personeel. Het leiderschap wordt altijd geschoold in methodisch denken. En daarmee kweek je leiders, gevangen in vastgeroeste patronen. Voor de ontwikkeling van de strategie betekent dit dat wordt geredeneerd langs de lijnen van gevestigde programma's. Daardoor ontstaat een organisatie die het personeel onvoldoende de kans biedt om de intellectuele mogelijkheden en persoonlijke vaardigheden te ontwikkelen.”

Is dat 'misplaatste Oranje Boven-gevoel' wel zo typisch Nederlands in het licht van het Engelse 'Brittannia rule the waves'-, het Amerikaanse 'God Bless America'- en het Franse 'La Grande Nation'-gevoel?

“Ik heb een bijzondere ervaring: kort na de Tweede Wereldoorlog kwam ik als zevenjarige jongen in Nederland aan en zag op een fabrieksschoorsteen de tekst Oranje Boven! Toen ik vroeg wat dat betekende, antwoordde iemand: “Dat hebben we erop geschilderd nadat de Duitsers waren vertrokken. Pas later realiseerde ik mij dat Nederland niet zo'n groot land is, maar dat hier wél hoog van de toren wordt geblazen. We doen het, zonder ons te realiseren of we het wel waar kunnen maken. En dit is het verschil met de grote landen om ons heen. Vertaald naar de politieke en militaire praktijk: er wordt nauwelijks verder gekeken dan Den Haag.”

“Ik durf te beweren dat de ministers Van Mierlo en Voorhoeve in Paars I nauwelijks een buitenland- en defensie-beleid in strategische zin hebben ontwikkeld. Hun strategie leek te zijn gericht op het zo goed mogelijk beantwoorden van vragen uit het parlement.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden