Review

Opvallend veel portretten, van kunstenaars, van heiligen op filmfestival.

door Belinda van de Graaf

Zou Alex van Warmerdam het wel leuk vinden dat zijn nieuwe film ’Ober’ het 26ste Nederlands Film Festival opent? Van Warmerdam is de man van de marge. De man die ervan houdt om een postbode te spelen, een treinconducteur, een ober. Dan kan hij een jasje met blinkende knopen dragen. Een pet op zetten. Iets doen met een tas, een tangetje of een tafellaken. Dan kan hij in vergeeld wit ondergoed achter een meisje in een zomerjurk aan gaan.

Het kledingvoorschrift voor de première, vanavond in de Utrechtse Stadsschouwburg, is ’tenue de ville’. Van Warmerdam hoeft dus niet in smoking te komen, met een strikje, maar misschien doet hij dat wel, om er toch een beetje uit te zien als Edgar, de treurige ober die hij speelt in zijn zesde speelfilm na ’Abel’, ’De Noorderlingen’, ’De Jurk’, ’Kleine Teun’ en ’Grimm’. Films waarmee hij in twintig jaar tijd een uniek, tragi-komisch universum optrok. Zijn nieuwste is opvallend hard en vilein.

’Voor sommigen is het leven een feest. Niet voor Edgar’, zo klinkt de ondertitel van ’Ober’. Op het prachtige filmaffiche heeft Van Warmerdam zichzelf geschilderd als het personage dat verhaal gaat halen bij de schrijver die dat rotleven voor hem heeft bedacht. Het is een grijzige man in een vaal decor, scharrelend tussen vervelende klanten, valse buren, een zieke vrouw en een zeurende vriendin. En dan is het op een dag genoeg, en klopt het personage aan bij de schrijver: ’Krijg ik een nieuwe vriendin?’ Van Warmerdam op de Woody Allen-toer, zou je kunnen zeggen. En misschien nog wel meer ’Deconstructing Harry’ dan ’The Purple Rose of Cairo’.

En tegelijkertijd heeft de scenarist, regisseur, acteur en schilder een dichtbundel in de boekhandel liggen: ’Van Alle Kanten Komen Ze’. Het is een mooi, sober vorm gegeven bundeltje vol heerlijke Van Warmerdam-taal. In het gedicht ’Bruidje met je zachte dijen’ figureert een roomsoesbed. Dat is iets waar Van Warmerdams ober nou van droomt.

’Ober’ is een van de 17 Nederlandse speelfilms die dit jaar meedingen naar de Gouden Kalveren die volgende week, 6 oktober, op het Nederlands Filmgala worden uitgereikt. Een andere film die voor het eerst te zien is, en in dezelfde competitie zit, is ’Nachtrit’ van Dana Nechustan, waarvoor de regisseuse zich liet inspireren door de Amsterdamse taxioorlog. Frank Lammers speelt hierin een glorieuze hoofdrol als de taxichauffeur – compleet met poedelkapsel – die in het nauw komt. Lammers legt op een rustiger moment in de film uit hoe je een lekker kopje koffie zet, de scène is een instant-klassieker.

Andere speelfilms die in première gaan, zijn gemaakt door debutanten die inventief te werk gingen. Voor de horrorfilm ’SL8N8’ (spreek uit: Slachtnacht) wist het regisseursduo Frank van Geloven en Edwin Visser een grote groep vrijwilligers op te trommelen. ’Olivier etc.’ werd door regisseur Sander Burger in nauwe samenwerking met het acteurskoppel Maria Kraakman en Dragan Bakema gemaakt. De acteurs schreven mee aan het scenario over Olivier, een jongen met een hartafwijking. Weer een andere debutant, Laurence Lamers, scharrelde het geld voor zijn speelfilm ’Paid’ zelf bij elkaar, met zogeheten risicokapitaal, zoals hij deze maand in de Filmkrant vertelt.

„Sinds de fiscale maatregelen voor film zijn stop gezet, is er zeker een terugval in het productievolume waar te nemen”, zo vertelt festivaldirecteur Doreen Boonekamp. Ze onderschrijft de opmerking in de festivalcatalogus dat de Nederlandse filmwereld in een overgangsfase zit. Boonekamp: „Het is even afwachten wat er nu gaat gebeuren. Voormalig staatssecretaris Medy van der Laan had in haar Filmbrief eerder dit jaar in ieder geval 7,5 miljoen euro extra (per drie jaar) aan de artistieke film toegezegd, en 20 miljoen euro extra (per jaar) aan de publieksfilm. Dat is structurele ondersteuning, en hoe dat geld precies verdeeld gaat worden, dat zal half oktober bekend worden.”

Een filmpolitieke discussie is er dit jaar dus niet echt op het Filmfestival. Boonekamp heeft wel de lijsttrekkers van acht politieke partijen uitgenodigd om hun favoriete film te noemen en op het festival toe te lichten. Premier J.P. Balkenende (CDA) en André Rouvoet (ChistenUnie) kozen voor keurige literatuurverfilmingen, respectievelijk ’De Aanslag’ (naar het boek van Mulisch) en ’Karakter’ (naar het boek van Bordewijk). De lijsttrekker van de LPF, Olaf Stuger, zal zijn keuze voor ’Nynke’ verdedigen, waarin socialistisch staatsman Pieter Jelles Troelstra figureert. Wouter Bos (PvdA) koos voor ’Paradise Now’, de film van Hany Abu-Assad over twee Palestijnse zelfmoordterroristen. De meest originele keuze maakte Jan Marijnissen (SP) met ’Bokken en Geiten’, een prachtige film van Hans Heijnen over de strijd tussen twee muziekverenigingen, de Koninklijke Harmonie en de Kerkelijke Harmonie in het Limburgse dorpje Thorn.

Opvallend is dat er dit jaar zo veel portretten zijn gemaakt. Wie deze en volgende week een bezoekje brengt aan festivalstad Utrecht zal daar films kunnen zien over Armando, George Sluizer, Gerard Reve, Jules Deelder, Bob Dylan, Jaap Hillenius, Dora Dolz en Rutger Hauer. Veel kunstenaars, maar ook heiligen zijn in trek. Van Maria in ’Ave Maria’ tot Rosa in ’Heilige Rosa’, en de monnik in ’Buddha’s Lost Children’.

Twintig van de dertig documentaires stellen zelfs een kunstenaar of politicus (Hans van Mierlo) centraal. Door het afgelopen Filmfestival van Rotterdam werd die opvallende hoeveelheid biografische films ondergebracht in een apart programma, Vita Brevis, en als fenomeen besproken. Het Filmfestival in Utrecht laat het verder aan de bezoeker over om verbanden te ontdekken. Van kunstenaars en heiligen en mensen die het gewoon moeilijk hebben, zoals ober Edgar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden