Ophuis tart de goede smaak

De schilderijen van Ronald Ophuis zijn realistisch. Nog net niet hyper-realistisch -want daarvoor zijn ze, bewust, te grof geschilderd- maar desalniettemin erg realistisch. Zeker wat onderwerp betreft. Ophuis schildert geen lieflijke taferelen, geen poëtische vergezichten of dromerige landschappen. Hij schildert verkrachtingen, moorden, mishandeling, stoere verzetstrijders, miskramen. Geen fijne onderwerpen, maar wel een onvervreemdbaar onderdeel van de werkelijkheid. En dus waard om geschilderd te worden. Door de motieven is het werk van Ophuis controversieel, soms zelfs verboden. Ook zijn nieuwste schilderij (te zien in galerie De Praktijk in Amsterdam) draagt de kiem van een conflict in zich. Een conflict waarbij heftige emoties los kunnen komen, want het toont een verkrachting in de barakken van een Joods concentratiekamp.

Ophuis kwam op het idee van het tafereel voor 'Birkenau I' bij het lezen van een bericht over een Joodse man en vrouw die tijdens de oorlog zijn gescheiden, doordat de man een ander had. Na enige research bleek dat in de laatste weken van de oorlog in de kampen ernstige misdaden zijn gepleegd door de gevangenen zelf. De Duitsers hadden bijvoorbeeld Auschwitz al verlaten en de zieken achtergelaten, voordat de kampen daadwerkelijk werden bevrijd. In het vacuüm dat zo ontstond, werd een aantal van de slachtoffers dader. Dit gegeven vormde voor Ophuis de basis voor het werk. Primo Levi heeft over dit mechanisme in de laatste weken en dagen van de concentratiekampen geschreven en onder meer aan diens teksten refereert Ophuis bij het legitimeren van de geschilderde scène. Ook reisde hij naar Auschwitz en Birkenau om reasearch te plegen. Ophuis maakt moralistische schilderijen over goed en kwaad, over macht en onmacht op kleine en grote schaal: in het geval van 'Birkenau I' door de gruwelijkheid van de verkrachting (een éénpersoonservaring) te plaatsen in de context van de allesomvattende gruwelijkheid van een concentratiekamp.

Met zijn directe, rauwe en provocatieve manier van schilderen zorgt Ophuis ervoor dat de kijker niet om dat kwaad heen kan, zich een oordeel moet vormen of op zijn minst bewust kennis neemt van het kwaad. Kwaad dat onderdeel is van onze maatschappij, maar dus ook kwaad dat is verricht door mensen die als martelaren worden beschouwd. Het is alsof Ophuis de geschiedenis wil completeren. De mens is geneigd het kwade weg te moffelen om het goede in het volle daglicht te zetten. Ook in de schilderkunst is het goede, het schone, het mooie een dankbaarder onderwerp dan het kwaad. Al zijn er natuurlijk schilders die het kwaad meesterlijk konden verbeelden, zoals Francisco de Goya.

Ophuis hanteert niet de fraaie fluwelen toets van Goya. Je voelt bij wijze van spreken de weerhaakjes in zijn schildersstijl, die je oog krassen als nagels over een schoolbord. Niets wordt fraaier voorgesteld dan het is bij Ophuis. Tot aan de modderige, 'vieze' kleuren aan toe. Het versterkt de impact van de boodschap van het kwaad dat alom onder ons is.

De vraag is alleen of de zeer pijnlijke geschiedenis van de concentratiekampen waarheen zoveel Joden werden gedeporteerd, het juiste onderwerp is voor Ophuis' missie om het kwaad ten toon te stellen en zo een plaats te geven in ons collectieve geheugen. Beschrijf het schilderij in simpele termen en je hebt het gevoel dat het gaat om een wrange, smakeloze cartoon in een neo-nazistisch blaadje. Die banale platheid ontstijgt Ophuis absoluut. Wie de tentoonstelling in galerie De Praktijk bekijkt, zal zien dat dit niet het werk is van een antisemiet. Toch balanceert Ophuis op de rand van goede smaak. De Tweede Wereldoorlog is, zeker wat de Joodse geschiedenis betreft, nog een te verse wond. Hoezeer Ophuis' gelijk ook opgesloten ligt in de literatuur van Levi, dit werk zal mensen onnodig kwetsen.

Aan de andere kant toont Ophuis ook de kracht van schilderkunst. In een tijd dat in de beeldende kunst nauwelijks meer grote uitspraken worden gedaan of indringende boodschappen worden overgebracht, weet Ophuis die pregnante statements met zijn schilderijen wel te maken. En dat is een waardevolle daad in een kunstwereld die zich nauwelijks meer bezighoudt met ideologieën of uitspraken over goed en kwaad.

Als het tonen van een verkrachting van een padvinder of de mishandeling van een voetballer wél mag (als voorbeelden van vreselijke maar realistische aspecten van onze samenleving), dan is dus ook het weergeven van een historisch feit als misdragingen door Joodse gevangenen toegestaan, al is het door middel van een gefingeerde gebeurtenis. Het is ons schuldgevoel over wat er toen is gebeurd, dat dit thema -en dus het schilderij- tot een taboe maakt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden