Op zoek naar het paradijs achter de horizon

Het is natuurlijk toeval, maar de twee exposities in het Noord-Hollandse Laren en in Den Haag vullen elkaar op prachtige wijze aan. In het Singer Museum wordt een beeld gegeven van de ontwikkeling die kunstenaarskolonies in het negentiende-eeuwse Europa doormaakten. Van die trits plaatsen met vermaarde namen als Worpswede in Duitsland, Barbizon in Frankrijk, Skagen in de kop van Deense Jutland en het Nederlandse Laren maakte ook Katwijk deel uit. Het al in de 19de eeuw geliefde badoord trok in voorjaar en zomer talloze kunstenaars uit het buitenland die dichtbij strand en bollenvelden kans zagen hun 'dromen van Holland' te verbeelden. Dat werd ook de titel van een charmante expositie in het Haagse Gemeentemuseum. Daar zijn het vooral de Duitse schilders als Max Liebermann, Hans von Bartels en German Grobe die op informele wijze met hun collega's omgingen.

In het Larense Singer Museum is een tentoonstelling te zien die in een veel grotere opzet al eerder in het Duitse Neurenberg werd gebracht. Gezien de enorme omvang (circa 560 werken uit 37 kunstenaarskolonies in Europa) moet die presentatie spectaculair zijn geweest. Het Singer laat daar slechts een vage schaduw van zien, maar die is in al zijn beperktheid toch nog hoogst interessant. Juist omdat de samenstellers van de (Duitse) expositie naar een behoorlijk compleet overzicht hebben gestreefd, ontstaat een goede indruk wat er in de kunst van die tijd gaande was. Want dat is zeker: de kunst die in de kunstenaarskolonies van ruwweg 1880 tot 1940 werd gemaakt, gaf in Europa de toon aan. Zo is te zien dat het impressionisme, in Frankrijk ontstaan, al snel tot op de meest afgelegen plaatsen in Europa doordrong. Kunstenaarskolonies zijn er vanaf Moskou tot aan Ascona in Zwitserland, van St. Ives in Engeland tot aan Helsinki in Finland geweest. En overal zaten kunstenaars die minstens van naam waren. Zo zorgde Monet er onbedoeld voor dat in zijn woonplaats Giverny een groep jonge Amerikanen neerstreek die danig onder de indruk van zijn vijvergezichten raakten en vervolgens honderden voorstellingen in zijn stijl maakten. In Pont-Aven in het verre Bretagne, was Paul Gauguin neergestreken met een gevolg dat zich beijverde in het weergeven van de Bretonse boerinnen in hun specifieke klederdracht.

In Nederland was het al niet anders: in het Noord-Hollandse Bergen kwamen in de jaren '20 en '30 de expressionisten bijeen, in Katwijk logeerden de Duitsers, naar Laren (waar het museum is genoemd naar de Amerikaanse verzamelaar èn verdienstelijk impressionist William Henry Singer) reisden Haagse Scholers als Anton Mauve, Jozef Israëls en Albert Neuhuys. Overal zat wel een schilder die zijn licht in Frankrijk had opgestoken (Bergen kreeg bezoek van de Fransman Henri Le Fauconnier, die zijn vorming in Parijs had ondergaan en hier een nieuwe stijl introduceerde) en aldus gewonnen was geraakt voor het schilderen in-de-open-lucht. Want dat was de grote mode in de kunstenaarskolonies van destijds: men zocht een nog ongerepte omgeving waar contact met de plaatselijke bevolking kon worden opgebouwd en de natuur op luttele afstand in beeld gebracht kon worden. Dat heeft tot gevolg gehad dat in elke kolonie de voorstellingen domineerden met boerderijen, zonnige tuinparty's en bostaferelen versus situaties waarin boeren, vissers, hardwerkende handwerkslieden en onbevangen spelende kinderen figureren. Wat dat betreft verschilde Jozef Israëls met zijn boeren-interieurs in niets van zijn Deense collega Michael Ancher in Skagen, ook al was die begaan met de vissersweduwen die voor de zoveelste keer ter begrafenis gingen. Zulke schilders zochten naar het onbevangene, datgene dat nog niet door een intellectueel bepaalde cultuur was aangeraakt. Zij vonden hun Goudland achter de horizon, daar waar de zon altijd schijnt en het leven zo simpel oogt.

Al die kolonies hadden een voorbeeld wat eerder in het Franse Barbizon was gebeurd. Daar waren al vroeg in de 19de eeuw schilders als Corot, Rousseau, Millet op afgekomen, later gevolgd door Van Gogh en Monet. De eerste-generatie-Barbizonners waren op de vlucht geslagen voor het oorlogsgeweld of waren uitgeweken vanwege de epidemieën die in de grote steden woedden.

Ze zochten daarnaast een omgeving die nog niet door de moderne tijd was aangetast. Hoewel de industrie al rond de tweede helft van de 19de eeuw oprukte en je op menig schilderij uit die tijd rokende schoorstenen, stoomtreinen en hoog opgestookte vuren kunt aantreffen, kozen deze landschapsschilders er voor een tijdloze sfeer te herscheppen. Toch vonden ze dat de werkelijkheid geen onrecht werd gedaan: behalve het impressionisme leefde het realisme in de kunstenaarskolonies nog volop. Dat er juist in de kolonies zo lang aan deze stijl werd vastgehouden, komt waarschijnlijk door het feit dat dergelijke plaatsen tot ver in de 20ste eeuw een ge isoleerd karakter bleven houden. Opvallend in dit verband is het feit dat de vernieuwingsbeweging met abstracte tendensen van de jaren '20 juist in de kolonies niet is aangeslagen. Het waren Russen, Italianen en Nederlanders die in de jaren '20 naar Parijs trokken waar ze het kubisme bij Picasso en Braque leerden verstaan. Hun ideeen werden evenwel niet via de kolonies doorgegeven (met Le Fauconnier in Bergen weer als uitzondering) met als gevolg dat de abstracte kunst in de periode vóór de Tweede Wereldoorlog een verschijnsel op zich bleef.

De kunstenaarskolonies bleven in meerderheid tot aan de Eerste Wereldoorlog bestaan, hoewel een aantal hun bestaan nog enkele decennia wist te rekken. Toen de strijdende partijen Europa in 1914 langs messcherpe grenzen opdeelden, was er geen mogelijkheid meer om te reizen. Met al die afgelegen oorden was het ook spoedig gedaan. In de jaren '20 raakte elke plaats in Europa voor de grote massa bereikbaar. En het publiek had voor het plein air schilderen al helemaal geen belangstelling meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden